 |
 De reis
De reis
|
09 September 2005 | 13:09:56
 |
Dit zijn de aantekeningen van mijn reis door Afrika en Azie. Omdat ik er kort na het begin van mijn reis, die begon in Egyte, achterkwam dat het weer in het Midden Oosten erg koud was [het sneeuwde in Jordanie] zag ik me al vroeg genoodzaakt mijn route te veranderen. Vandaar dat ik in januari naar Soedan reisde met aanvankelijk het voornemen een kort uitstapje naar Khartoum te ondernemen en dan terug te keren naar Egypte. Een probleem daarbij was gebrek aan informatie: behalve 10 pagina's in een Lonely Planet van heel Afrika bestond er geen reisgids van dit land en bovendien moest ik een redelijke inschatting zien te maken van de fondsen die ik dacht nodig te hebben omdat je eenmaal in dat land geheel afhankelijk bent van cash dollars. Gelukkig gaf ik minder uit dan ik voorzien had en zo besloot ik in Khartoum verder te reizen naar Ethiopie. Tegen de tijd dat ik Addis Abeba had bereikt was er van mijn grote Azie-reis nog weinig terecht gekomen, maar met een kort oponthoud in Jemen zette ik voor het eerst voet op Aziatische bodem.
Het traject van Cairo naar Kuala Lumpur heb ik geheel overland afgelegd. Tot China had ik de route uitgestippeld en me daar in grote lijnen ook aan gehouden. De enige afwijking hier was de reis door Tibet, waar ik oorspronkelijk van plan was geweest de Zuidelijke Zijde route te volgen. Evenals de beslissing naar Soedan te gaan, was dit geen eenvoudige keus en moest ik ook hier de risico's afwegen tegen de verlokkingen van het avontuur. Het voornaamste gevaar was acute hoogteziekte: de Xinkiang - Tibet Highway kent enkele passen van meer dan 5000 meter hoog en eenmaal op de Tibetaanse hoogvlakte is er geen snelle manier van afdalen wat de enige remedie is om een fatale afloop van acute hoogteziekte te voorkomen. Daarnaast is deze weg strikt genomen niet opengesteld voor buitenlanders en dus illegaal, maar dit vormde slechts een gering financieel risico dat ruimschoots opwoog tegen de beloning van een tocht door de afgelegen West Tibetaanse hoogvlakte en de pelgrimstocht om Mt. Kailash.
Na China heb ik de winter doorgebracht in Zuid Oost Azie wat misschien niet de meest inspirerende regio was, maar wel de meest betaalbare zonder winter van betekenis. Na de overdonderende gastvrijheid van Soedan en de kora om Mt. Kailash was het zien van de walvishaaien in de Filipijnen een nieuw hoogtepunt.
Van hier leek de weg westwaarts via Birma en het Indische subcontinent de meest logische, zij het niet de meest comfortabele route. Extreem hoge temperaturen en de daarop volgende moesson maakten het vaak onmogelijk de energie op te brengen voor verschillende ondernemingen.
In Bangladesh begon het te regenen. Ik nam een bus naar Calcutta en treinde vandaar naar Shimla. Na een maand in Ladakh reisde ik naar Zuid India.
In Chennai kocht ik een ticket naar Zuid Afrika. Ik vloog met Gulf Air voor 385 $ van Mumbai naar Johannesburg via Bahrein. Om onnavolgbare redenen kostte een ticket van Bahrein naar Johannesburg [met hetzelfde vluchtnummer!] een idiote 860 $ ...
In Afrika hield ik een noordelijke richting aan waarbij ik opnieuw walvishaaien zag [gaap] en natuurlijk de Victoria watervallen. Zimbabwe had door de recente problemen zeer aan belangstelling ingeboet en ik kwam er slechts weinig buitenlanders tegen. Zeer onterecht vond ik, want behalve de geldproblemen [torenhoge inflatie] was het reizen er geheel probleemloos en waren de mensen er vriendelijk. Na een dip in Lake Malawi zette ik koers naar Tanzania en vandaar naar Burundi om de nieuwe centrale overlandroute naar het noorden te pionieren.
Via Uganda en Kenia reisde ik terug naar Ethiopie [met een vrachtwagen] en éénmaal terug in Addis Ababa kon ik met recht zeggen dat ik elke kilometer van Kaapstad naar Kuala Lumpur overland had afgelegd. Nadat ik terug was gevlogen naar Cairo zat ik plannen uit te knobbelen voor verdere exploratie, maar met weinig resultaat. Op internet vond ik een goedkoop ticket naar Bangkok en omdat ik geen reden kon bedenken waarom ik daar niet heen zou vliegen, liep ik naar het kantoor van EgyptAir dat om de hoek van mijn hostel lag en boekte ter plekke een enkele reis. Van Bangkok reisde ik naar Sumatra waar ik twintig dagen doorbracht met snorkelen op een klein eilandje. Een volgend hoogtepunt waren de orang utans. Daarna keerde ik terug door Maleisie, Thailand en Laos [waar ik voor de laatste keer goede koffie dronk] naar China. Via West Sichuan reisde ik naar Hong Kong [voor een nieuw Chinees visum] en vandaar naar Chinees Turkestan [Xinjiang].
Onderwater foto's: Genomen met mijn nieuwe onderwatercamera [800 asa of zoiets]. Hopelijk binnenkort te publiceren in de maandbladen ('National Geographic', 'The Modern Dynamite Fisher', 'De Onderwater Hengelaar' en 'Turtlesoup Weekly').
'If a man knows not what harbour he seeks, any wind is the right wind.'
Dit citaat is bedacht door Seneca.
Voor de lezers die denken dat reizen in verre landen gevaarlijk is nog een citaatje uit de Hitch-hikers Guide to the Galaxy [geschreven door Douglas Adams] en waar de geruststellende, maar weinig bruikbare, informatie over onze planeet bestaat uit slechts twee woorden: Mostly harmless.
Om alvast een goed beeld te krijgen van de bezochte landen, heb ik een aantal belangrijke statistieken (bron: www.nationmaster.com) opgenomen in een tabel.
|
Land |
Toeristen / 1000 inwoners |
Televisies / 1000 inwoners |
Bezocht in | |
Egypte |
47.2 |
99.3 |
December 2004 | |
Soedan |
0.75 |
59.2 |
Januari 2005 | |
Ethiopie |
1.57 |
9.33 |
Februari 2005 | |
Jemen |
|
22.7 |
Maart 2005 | |
Jordanie |
195.7 |
86.8 |
April 2005 | |
Syrie |
48.3 |
56.9 |
April 2005 | |
Turkije |
129.8 |
300.0 |
Mei 2005 | |
Georgie |
66.9 |
549.5 |
Mei 2005 | |
Azerbeijan |
|
21.5 |
Mei 2005 | |
Iran |
10.9 |
67.8 |
Juni 2005 | |
Pakistan |
2.31 |
19.1 |
Juli 2005 | |
Tibet |
|
|
Augustus 2005 | |
China |
18.2 |
306.2 |
September 2005 | |
Vietnam |
|
42.7 |
November 2005 | |
Cambodja |
16.1 |
6.89 |
December 2005 | |
Laos |
31.0 |
8.36 |
December 2005 | |
Thailand |
113.6 |
236.7 |
December 2005 | |
Maleisie |
259.3 |
450.9 |
Januari 2006 | |
Brunei |
|
542.2 |
Februari 2006 | |
Filipijnen |
25.3 |
42.1 |
Februari 2006 | |
Burma (Myanmar) |
4.02 |
6.81 |
April 2006 | |
Bangladesh |
|
5.34 |
Mei 2006 | |
India |
2.20 |
58.3 |
Juni 2006 | |
Zuid Afrika |
122.6 |
135.3 |
Oktober 2006 | |
Lesotho |
70.9 |
|
Oktober 2006 | |
Swaziland |
|
20.2 |
November 2006 | |
Mozambiek |
|
3.5 |
November 2006 | |
Zimbabwe |
|
30.4 |
December 2006 | |
Zambia |
|
24.6 |
December 2006 | |
Malawi |
15.3 |
|
Januari 2007 | |
Tanzania |
9.44 |
2.8 |
Januari 2007 | |
Burundi |
1.41 |
3.2 |
Februari 2007 | |
Rwanda |
0.12 |
|
Februari 2007 | |
Uganda |
7.50 |
18.3 |
Februari 2007 | |
Kenia |
|
21.6 |
Maart 2007 | |
Ethiopie [part 2] |
zie boven |
|
Maart 2007 | |
Somaliland |
1.10 |
15.7 |
April 2007 | |
Egypte / Thailand |
zie boven |
|
Mei 2007 | |
Indonesie |
22.1 |
56.8 |
Juni 2007 | |
China |
|
|
September 2007 | |
Mongolie |
27.8 |
60.4 |
December 2007 | |
Rusland |
109 |
422 |
December 2007 | |
Oekraine |
159 |
384 |
Januari 2008 | |
Polen |
507 |
338 |
Januari 2008 |
De aantallen televisies in Cambodja en Laos zijn onwaarschijnlijk laag als je in aanmerking neemt dat in elk guesthouse en elk restaurant wel een toestel staat... De televisies in India maakten waarschijnlijk het meeste lawaai.
Soedan was een van de minst populaire bestemmingen [tenminste, per Soedanees] wat opmerkelijk is, want het waren de meest vriendelijke mensen! Bangladesh [niet opgenomen] heeft denkelijk nooit de moeite genomen de buitenlandse bezoekers per hoofd van de bevolking te meten. Nul zou in alle opzichten een bevredigende benadering zijn...
Rwanda bungelt helemaal onderaan de lijst, maar ik vermoed dat deze cijfers van kort na de genocide in 1994 stammen. Niemand gaat graag op vakantie in een land waar de straten bezaaid liggen met lijken.
Bij gebrek aan beter heb ik bij Somaliland de gegevens van Somalie genoteerd. Het aantal toeristen dat ik daar tegenkwam (nul) riep herinneringen op aan Bangladesh. Gelukkig was het eten er beter.
Dromomania, the obsessive urge to travel, is a recognized psychological affliction listed in the Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Early in the 20th century, according to the newspaper [the Toronto Globe and Mail], a group of French psychologists and psychiatrists took note of Jesus' frequent wanderings from Nazareth and concluded that he probably suffered from dromomania.
bron: San Francisco Chronicler september 25, 2005
|
|
|
 |
 |
 Januari 2008
nieuws
|
06 Januari 2008 | 14:42:12
 |
Moskou 1 januari
's Avonds stapte ik op de trein naar Kiev. Zoals altijd werd bij het instappen mijn kaartje [en paspoort] gecontroleerd door de provodnitsa. Toen ik haar mijn documenten overhandigde vroeg ze me iets wat ik niet begreep [niet zo moeilijk want ik begrijp helemaal geen Russisch]. Njeto Russki, zei ik en wees op mezelf. Ze zuchtte en op haar beurt wees ze op zichzelf en zei: Ukraina. Ik zei: Niederlandi. Dat was het goede antwoord en ik mocht instappen.
De Russische douane maakte me om 2.30 wakker en ik overhandigde mijn paspoort, immigratiekaart en registratie-formulieren. Zonder ze een blik waardig te keuren gaf hij me de laatste twee weer terug en stempelde mijn paspoort. Vergeleken met de Mongools - Russische grens ging alles verbazend snel en soepel. Binnen een half uur was alles geregeld en reden we verder. Het licht ging uit en ik sliep weer verder.
Om 6.30 werd ik wakker gemaakt door de Oekraiense douane die me even probleemloos instempelde en nadat ik mijn horloge een uur had teruggezet, ging ik weer slapen.
Kiev 2 januari
's Ochtends werd ik wakker terwijl het buiten al licht was geworden. Het Oekraiense landschap bestond uit dorpjes, akkerland en bomen. Om half negen rolde de trein het station van Kiev binnen en in de stationshal wisselde ik bij een dame in een bontjas mijn roebels in hryvnia's. Dat het hryvnia's waren leerde ik pas later. Dit was de eerste keer dat ik bij aankomst in een land geen idee had wat de geldsoort was. We stonden pal voor een bank en ze gaf een betere koers.
1 euro = 7,5 hryvnia's.
Van het station liep ik naar een hostel [waarvan ik het adres had] en vond een bed. Het was heel duur: bijna 20 euro. Het bestond uit een appartement met twee kamers waarin bedden waren gezet, en een klein keukentje dat tevens als kantoor diende.
's Middags liep ik naar het plein waar de Onafhankelijkheid was uitgeroepen en later de Oranje Revolutie zich had voltrokken. Het was kleiner dan ik gedacht had. Daarna nam ik de metro terug. Evenals in de andere landen in de GOS [Gemenebest van Onafhankelijke Staten] heeft ook Kiev een bijzonder diepe metro met eindeloze roltrappen. Een ritje kostte slechts 50 kopeken.
Ik bezocht verder Kiev Pechersk Lavra, een klooster waar monniken in catacomben waren bijgezet. Het begon donker te worden en ik liep met een groep mensen naar de ingang van de catacomben. Een monnik wilde net de deur sluiten maar op aandringen van de mensen liet hij hen [en mij] nog net naar binnen. Iedereen nam een kaarsje en liep de tunneltjes in. Ik had geen kaarsje [want hoe kon ik weten dat het donker zou zijn], maar er was genoeg licht zodat ik nergens tegenaan liep. In nissen in de muur lagen dode monniken die in doeken waren gewikkeld in glazen kisten. Omdat ik geen kaarsje had, zag ik bijna niets en hield ik het snel voor gezien.
Vanaf het klooster leek de Dnjepr geheel dichtgevroren.
Kiev 3 januari
's Morgens liep ik met Natasha van het guesthouse naar het station waar ze me hielp met het maken van een reservering naar Lviv. Ze had daar ongeveer vijf minuten voor nodig. De reservering kostte me 40 hryvnia's [en in tegenstelling tot Rusland was een paspoort niet nodig].
Ik trakteerde haar op lunch en ze vertelde me dat ze au-pair was geweest in Nederland. Ze verzamelde in die tijd lange Nederlandse woorden het langste dat ze had gevonden was 'arbeidsongeschiktheidsverzekering'.
Daarna maakte ik een wandeling door het centrum van Kiev. Meer sneeuw en meer kerken met gouden koepels. Ik had het bijzonder koud en at twee maaltijden en een glas bier in een ondergronds winkelcentrum in een fastfood restaurant dat Mister Snack heette. In het Cyrillisch is dat Mictep Chek. Terwijl ik voldaan het laatste restje van mijn bier opdronk zag ik hoe een Fransman in een afvalbak stond te graaien. Hij zwaaide heftig met een Russisch woordenboekje naar een werkster en ik begreep uit zijn gebaren dat hij zijn creditcard op een dienblad had laten liggen en nu dacht dat het in de afvalbak terecht was gekomen. Mijn kennis van het Frans is gering en ik spreek geen Russisch en dus stond ik op en liet de Fransman aan zijn lot over.
Belangrijke Oekraiense frasen:
- Hallo.
- Ik versta u niet.
- Tot ziens.
Kiev 4 januari
's Middags bezocht ik het Museum van de Grote Patrottische Oorlog. Dit was de Sovjet benaming voor de Tweede Wereldoorlog. De heersende mening [in dit deel van de wereld] is nog steeds dat de Sovjets de oorlog hebben gewonnen. Zij sloegen immers de nazi's terug naar Duitsland en veroverden tenslotte Berlijn, het zenuwcentrum van de nazi's. De Britten, Amerikanen en Canadezen vervulden slechts een bijrol. Het was een goed museum, maar alle verklarende teksten waren in het Oekraiens [of Russisch]. Wel kon ik een Duits pamflet lezen met de on-patriottische aantijging dat de Russen tijdens de slag om Stalingrad 330.000 Duitse soldaten in koelen bloede zouden hebben vermoord.
Vlakbij het museum stond een enorm metalen standbeeld [108 m!] van een vrouw, Rodina Mat, dat een monument is voor de Verdediging van het Moederland.
's Avonds stapte ik op de trein naar Lviv. Ik deelde een compartement met een Oekraiense non die samenreisde met een Poolse man, en een Oekraiense zakenman. Het was heel gezellig; de Oekraiense zakenman sprak ongeveer vier woorden Engels, maar deelde ruimhartig zoete likeur uit in kleine metalen kelkjes die de Poolse man bij zich had.
Lviv 5 januari
[of L'viv of Lemberg (de oude Duitse naam) of Lvov (in het Russisch)]
We kwamen met bijna een uur vertraging aan om 7.40 wat me niet slecht uitkwam. Het begon juist licht te worden en ik liep door een moordende kou naar het centrum waar ik mijn intrek nam in Hotel Lviv, een lelijke betonnen kolos, maar met goedkope kamers. Ik kreeg een kamer met douche voor 120 hryvnia's. De receptioniste sprak een paar woorden Duits en de oude man die de lift bediende sprak zelfs Spaans!
Lviv 6 januari
's Nachts had het gesneeuwd wat de kansen op een witte kerst [7 januari volgens de orthodoxe kerk] behoorlijk vergrootte. Het was niet zo heel koud meer en ik wandelde door de stad waar ik een kleine processie zag met zingende kinderen en vrouwen die bossen koren meedroegen en die gevolgd werden door enkele priesters.
In het centrum staat een beeld van Adam Mickiewicz waar de dichter aangevallen lijkt te worden door een engel.
De Lonely Panet [Oost Europa ed. 2007] over Lviv: Possibly 'The New Prague', this delightful medieval old town near Poland in newly visa-free Ukraine is our top tip, although go soon, as word is already well and truly out.
De enige toeristen die ik zag was een Duits stel met een Reisführer in hun handen. Verder niemand.
Lviv 7 januari
Het had 's nachts meer gesneeuwd. Toen ik 's ochtends theewater ging vragen bij de floorladies, trof ik daar drie vrouwen aan die kerstliederen zaten te zingen. Na een kopje thee ging ik naar buiten om bij een produkti [een kruidenier op de hoek] brood en worst te halen. Dat bleek niet zo eenvoudig te zijn, want het was kerst en veel winkels waren gesloten. Toen ik een kruidenierszaakje aantrof dat open was probeerde ik een brood uit te beelden. Een vriendelijke vrouw maakte me duidelijk dat er geen 'kleb' was, geen brood dus. Ze stak een heel verhaal af hoe er geen brood gebakken wordt tijdens kerst, dat ze zelf ook geen brood meer had, dat ze geen idee had hoe ze haar vijf [en dit herhaalde ze enkele malen] hoe ze haar vijf kinderen te eten moest geven en dat ze me verder nog een heel fijn kerstfeest wenste. Ik verstond hier natuurlijk helemaal niets van, maar nam beleefd afscheid.
Uiteindelijk vond ik brood en een stuk leverworst en liep terug naar het hotel. De temperatuur lag nu om het vriespunt en gemeentewerkers waren bezig de sneeuw in hopen bij elkaar te schuiven.
's Middags voegde ik me bij de goede burgers van Lviv en slepte door de bruine drab door de stad. 's Avonds kocht ik bier [waarvoor ik niets hoefde uit te beelden, want ik kon het zo uit een koelkast pakken] en keek op mijn hotelkamer naar de Oekraiense versie van MTV terwijl ik luisterde naar mijn gedeukte cd-speler die ik onder uit mijn rugzak gevist had.
Lviv 8 januari
Het busstation van Lviv ligt 8 kilometer buiten het centrum. In de stad vond ik twee kantoren waar buskaartjes werden verkocht, maar die waren beiden gesloten. Een ander kantoor verzorgde treinboekingen maar dat was ook gesloten. Ik ging naar het station waar ik uitvond dat een enkele reis naar Krakow in Polen 262 hryvnia's kostte. Ik had dat bedrag niet eens bij me. Ik nam de tram [60 kopeken] terug naar het centrum en besloot de volgende dag naar het busstation te gaan.
Voor de volledigheid vroeg ik ook nog bij de receptie van mijn hotel om inlichtingen, maar de vrouw die Duits sprak [en een jaren zeventig kapsel had] haalde haar schouders op. Polen? Ze had geen idee, een bus misschien, of een trein. Het was duidelijk niet haar probleem.
Naar Polen 9 januari
's Morgens vroeg verliet ik het hotel en propte mezelf en mijn rugzak in een overvolle mashrutka naar het busstation. Op het busstation bleek dat er slechts twee bussen naar Polen zouden gaan, een bus naar Przemysl om 13.50 en een bus naar Krakow om 22.00. Een 'taxichauffeur' die op zoek was naar klanten bood aan voor 40 dollar [=200 hryvnia's] naar de grens te rijden. Een half uur later had hij nog drie Russische vrouwen opgesnord wat betekende dat we voor 50 hryvnia's per persoon op weg waren. We reden door een besneeuwd landschap naar Polen. Bij de grens vroeg één van de vrouwen of ik voor haar een slof sigaretten de grens over wilde smokkelen wat ik vriendelijk weigerde. De Oekraiendse douane doorzocht mijn hele rugzak. Tourist? vroeg de man. Yes, zei ik. Hij neusde door mijn papieren en boeken. Hij bekeek een pakje foto's en vroeg opnieuw of ik een toerist was. Yes, zei ik weer. Daarna kon ik mijn hele rugzak weer inpakken en werd ik uitgestempeld.
Bij de Poolse douane moest de rugzak opnieuw open, maar deze keer werd de inhoud slechts oppervlakkig onderzocht.
Van de grens nam ik een minibusje [dat vertrok toen de Polen er zowat uitpuilden met hun armen vol dozen sigaretten!] naar Przemysl vanwaar ik vervolgens de trein nam naar Krakow. De trein was goeddeelsl leeg.
Polen verdween van de kaart (van Europa) tussen 1795 en 1918 en na de Tweede Wereldoorlog schoof het hele land op naar het westen. Lviv schoof niet mee en kwam zo terecht in de Oekraine. Oekraine betekent overigens 'grensland'. Dat verklaarde waarom ik in Lviv een beeld had gezien van Adam Mickiewicz, een Poolse beroemdheid. In Krakow stond ook een beeld van dezelfde dichter.
Krakow 10 januari
Met Mark en Josh [die via Sint Petersburg en de Baltische landen waren gereisd] maakte ik een excursie naar Auschwitz en Birkenau.
's Avonds maakten we weer het bijzonder succesvolle potatoes Tsvetnoi, dat we wegspoelden met Pools bier. Dat laatste is heel belangrijk in Polen. Leszek Bialy [of Leszek I de Witte] weigerde zelfs op kruistocht te gaan naar het Heilige Land omdat er daar geen bier was [zoals hij de paus uitlegde].
Krakow 11 januari
Vlakbij het centrum lag de burcht Wawel waar ook het Hol van de Draak te vinden is. Volgens de legende huisde daar een draak in de tijd van Krak [de legendarische stichter van Krakow] die alle maagden verslond en alle ridders doodde die hem hiervan af probeerden te houden (want ze hadden heel andere plannen met de maagden). Toen alle maagden uit het stadsbeeld verdwenen waren, op Wanda, de dochter van de koning na, liet de laatste verkondigen dat degene die de draak wist te verslaan zijn dochter mocht huwen. Een schoenmaker bood zich daarop aan en vulde een schaap met zwavel en liet dat achter voor de ingang van het hol. De draak at het schaap op en, dorstig geworden, dronk het zichzelfd daarna dood met het water uit de rivier de Wisla [ook Vistula].
Helaas was de grot gesloten.
Wel zagen we een zwarte hond die over een muur sprong en daarna pardoes zo'n acht meter naar beneden viel waarbij het terecht kwam op een rots. Het rende jankend weg. Ik keek naar andere honden, maar die leken geen neigingen te vertonen dit kunstje te herhalen.
Krakow 12 januari
Museum met een Leonardo Da Vinci [Dame met een hermelijn] en een Rembrandt [saai landschap] en een hele zaal Hollandse meesters. Hierna bezocht ik, ondanks mijn museumbenen, de St. Andreas kerk die gebouwd was in de elfde eeuw. Het was het enige gebouw in Krakow dat de aanval van de Mongoolse horden in 1241 overleefd had. De architectuur van de kerk is Romaans, maar het interieur is barok met een zoldering die deed denken aan de Sixtijnse Kapel.
Poolse snack: Zapiekanka. In de omgeving van het Marktplein waren veel kebab zaken.
Krakow 13 januari
Ik nam een bus terug naar Nederland.
Lonely Planet Europe on a shoestring ed. 2007 over Nederland:
The danger of floods is most acute in Zeeland.
De volgende dag kwam ik aan in Utrecht.
|
|
|
 |
 December 2007
Reis | nieuws
|
09 December 2007 | 10:59:24
 |
Gobi trip 1 december
Dag 2.
We reden de hele dag en in de namiddag kwamen we aan bij enkele gers die in de luwte van een paar lage heuvels lagen. De heuvels waren begroeid met 'saxaul' struiken en het hout daarvan werd gebruikt voor het stoken van de kachel. Iets verderop stonden kamelen.
Na het eten speelden we een spel met de knieschijven [?] van geiten. Ieder had een knieschijf als pion en vier knieschijven werden gegooid als dobbelstenen. De knieschijf kan op vier verschillende manieren vallen: als paard, als kameel, als schaap of als geit. Voor elk 'paard' dat je gooit mag je je pion een plaats vooruitzetten. Gooi je vier verschillende dieren dan mag je je pion vier plaatsen vooruit zetten. Heel saai.
Tijdens het spel dronken we melkthee: kamelenmelk met heet water en een paar theeblaadjes. Ik had Butter [onze chauffeur] gevraagd om airag en hij gaf me een mok met kamelen airag. Dit is gefermenteerde, licht alcoholische kamelenmelk en het had een heel verfrissende smaak die deed denken aan karnemelk.
Gobi trip 2 december
Dag 3
's Morgens reden we op een kameel naar een uitzichtspunt. Butter had me met het oog op mijn ontoereikende kleding zijn traditionele Mongoolse jas [een del] geleend. Heel dik en heel zwaar met een groene sjerp, maar ook heel warm. Dat laatste was geen sinecure want de wind was bijzonder koud.
's Middags reden we [in het busje] door sneeuwlandschappen naar de zandduinen. De beklimming was makkelijker dan ik gedacht had omdat het zand hard bevroren was.
Gobi trip 3 december
Dag 4
Onderweg zagen we een gier zo groot als een Sint Bernhard hond. Het had een zwart verendek en een witte oogvlek. Met behulp van mijn reisgids identificeerde ik het dier als een 'cinereous vulture' of zwarte gier. Butter stopte en toen we uitstapten vonden we niet ver van de weg een afgezaagde koeienkop en wat verderop een dode foetus die kennelijk door nomaden waren achtergelaten.
Na de lunch reden we verder naar een ijswaterval. We glibberden over een bevroren riviertje naar boven en maakten foto's van de druppelende stalactieten. Op de terugweg gleed ik uit en belandde in een plas water. Binnen enkele minuten waren mijn handschoenen, sjaal en jas stijf bevroren.
's Avonds kwamen we aan in Dalanzadgad, de weinig aantrekkelijke hoofdstad van Omnogovi airmag [Zuid Gobi district]. Een groot deel van de 'stad' bestond uit gers die van elkaar gescheiden waren door hekken. In het centrum enkele stenen gebouwen en een klein grid van geasfalteerde wegen. Er waren maar weinig mensen op straat, het was stoffig, koud en volstrekt boomloos. De winkels waren al even troosteloos en fruit en groenten waren niet te verkrijgen. Het hostel/guesthouse was lichtelijk teleurstellend: opnieuw een ger en het toilet was andermaal een gat in de grond.
Gobi trip 4 december
Dag 5
We reden door dor gras. Het volgende nomadenkamp was gelegen in de meest desolate omgeving tot dan toe: een woestijn waar niks groeide. Op het geluid van een paar blaffende kettinghonden na was het geheel stil. Ik liep een eind de woestijn in op zoek naar resten van dinosaurussen, maar het enige wat ik vond waren de resten van kamelen die door de nomaden waren opgegeten.
Gobi trip 5 december
Dag 6
's Morgens moest ik al heel vroeg naar de wc en omdat er geen toilet was liep ik een eind de woestijn in en hurkte tussen de kamelenschedels en -botten.
Na een ontbijt van warm water en deegbaksels reden we verder.
Tsagaan Savringa - rotsformaties.
Sum Khokh Burd - een oude tempel aan een bevroren meertje.
Baga Gazrin Chuluu - meer rotsformaties met teksten achtergelaten door 19e eeuwse Boeddhistische monniken. Ik kopieerde een tekst in mijn schetsboek die ik meende te herkennen als de lamaistische mantra 'om mani padme hum' [van de Tibetaanse 'mani' stenen].
Gobi trip 6 december
Dag 7
We reden terug naar Ulaan Baatar. Na een week over onverharde wegen te hebben gereden in de Gobi kwamen we weer terug op het asfalt.
Ulaan Baatar 7 december
Ik bezocht het Museum der Natuurlijke Historie. Op de begane grond was een meteoriet te bezichtigen die 582 kilo woog. Een verdieping hoger waren de fossiele resten van dinosauriers en hun eieren tentoongesteld waarvan er vele werden gevonden in de Gobi woestijn. Deze werden voor het eerst ontdekt door Roy Chapman Andrews die een expeditie naar China en Mongolie leidde voor een Amerikaans museum. Andrews was een avonturier en stond waarschijnlijk model voor Indiana Jones. Tijdens één van deze avonturen schoot hij zichzelf in zijn voet.
's Avonds keek ik televisie in het hostel. De Mongoolse nasynschonisatie van films gaat heel eenvoudig: bij elke dialoog wordt het oorsponkelijke geluid weggedraaid en vervangen door de stemmen van Mongoolse acteurs.
Ulaan Baatar 8 december
Ik eet vaak bij de Mongolian Fast Food. Van deze keten bevinden zich enkele filialen in de onmiddelijke omtrek van mijn hostel en op het menu staan gehaktballen, schnitzels en eiersalade. Heel lekker en heel betaalbaar.
De kou... De inkt in mijn pen bevriest, het snot in mijn neus bevriest en doordraaien van mijn film verloopt stroef.
De straatnamen zijn in het cyrillisch wat erg onhandig is. Ik heb het alfabet uit mijn hoofd geleerd, maar het ontcijferen gaat langzaam.
Ulaan Baatar 9 december
Ik ging naar de kapper waar mijn haar eerst werd gewassen en daarna in stukken geknipt.
Ulaan Baatar 10 december
Treinkaartje gekocht naar Irkutsk voor 15 december. Ik nam een trolleybus 4 vanaf Peace Avenue die me voor 100 tugrik voor het station afzette. 1 euro is 1700 tugrik [of tugrugs of togrogs]. Niet ver van het station was het kantoor waar de internationale kaartjes werden verkocht en zonder veel problemen kocht ik mijn kaartje voor ongeveer 50.000 tugrik.
De State Department Store is de bekendste winkel van Ulaan Baatar en een overblijfsel uit de communistische tijd. De supermarkt op de begane grond is hetzelfde als elke andere supermarkt ter wereld en net als in elke andere supermarkt ter wereld sta ik hier ook altijd in de verkeerde rij. Een verschil met elke andere supermarkt ter wereld is een hele wand met flessen wodka.
Vandaag kwam het kwik niet boven de min 18.
Ulaan Baatar 12 december
Excursie naar het Terelj National Park dat zo'n 55 kilometer van de hoofdstad ligt. Het was fijn weer eens bomen te zien. De afgelopen dagen was het erg koud geweest waarbij de thermometer in de vroege ochtend meer dan dertig graden onder nul had aangewezen. Vandaag was het gelukkig wat minder koud, maar ik droeg toch een lange onderbroek onder mijn broek, twee t-shirts en daaroverheen twee truien.
Ulaan Baatar 15 december
Voor ik Mongolie verliet bezocht ik het National History Museum. In een vitrine lagen enkelbotjes [sic] van geiten uit de 8 - 9e eeuw na Chr., precies hetzelfde als waarmee ik de 'paardenrace' speelde in de Gobi. Verder een tentoonstelling van vondsten uit het Mongoolse Rijk en martelpraktijken uit de Manchu tijd waaronder 'het groeien van bamboe'. Dat begreep ik niet goed, maar het zal ongetwijfeld uiterst pijnlijk [en langzaam] zijn geweest.
Ik wandelde door de diepvrieskou en zag een beeld van Lenin. Daarna ging ik naar de State Department Store en kocht brood en worst voor de treinreis naar Irkutsk.
's Avonds met de bus naar het station. Vlakbij het station liep ik een klein restaurantje in [waar zoals gewoonlijk mijn bril besloeg] waar ik 'buuz' at [dumplings met gehaktballen van schapenvlees] en een mok melkthee [warme waterige melk]. Telkens als de deur openging sloegen er grote wolken stoom het etablissement in [met een effekt als dat van een rookmachine in een disco].
Op het station wisselde ik mijn laatste tugriks in roebels. Van de hele trein ging slechts het voorste treinstel naar Irkutsk, de rest werd later afgekoppeld in Sukhbaatar, de grensplaats. Ik deelde een coupe met drie oudere Russinnen, dik en plomp, maar wel heel vriendelijk. Ze hadden heel veel bagage bij zich en waren op weg naar Ulan Ude in Rusland. Een van hen had een Mongools uiterlijk. Ze was Buriyat, een Mongoolse minderheid in Rusland. In de trein was het heel warm en ik trok mijn slippers aan en zat wat later in mijn t-shirt.
Trans Mongolie Express 16 december
Toen ik wakker werd was het nog donker en stonden we stil in Sukhbaatar. Ons treinstel was losgekoppeld en stond eenzaam in de Siberische vrieskou aan een verlaten perron. Het werd licht en om negen uur kwamen de mannen en vrouwen van de Mongoolse douane en moesten we formulieren invullen. Ik mocht kiezen tussen Mongools en Russisch. Ik nam een Russisch formulier en probeerde het met behulp van mijn Russisch zakwoordenboekje in te vullen. Lastig omdat ik het cyrillisch alfabet [en de volgorde van de letters daarin] nog niet goed beheerste. Uiteindelijk werd ik uitgestempeld en werd ons rijtuig door een locomotief naar Russisch grondgebied geduwd waar we opnieuw werden achtergelaten. De Russische paspoortcontrole en douane was een langdurig proces dat gepaard ging met veel prachtige stempels.
Ik verliet de trein en liep het grensplaatsje in op zoek naar iets te eten. Ik vond een marktje met daarachter een paar krotterige wc's: hokjes met krantenpapier in een hoek. Uit een gat in de planken vloer stak een bevroren stalaktiet van stront. Bij een houten stalletje kocht ik voor 30 roebel een plastic bordje met rijst en een gehaktbal. Toen ik terug kwam bij het perron was mijn wagon weg en at ik mijn gehaktbal op met een paar happen lauwe rijst. De rest van de rijst gooide ik weg, want het werd snel koud. Nadat ons treinstel aan een andere trein was gekoppeld stapte ik half bevroren weer naar binnen.
Om half vier 's middags verlieten we de grens en reden we Rusland in.
[1 euro is ongeveer 35 roebel]
Irkutsk 17 december
Toen de trein het station binnenreed was het nog donker en ik wachtte ongeveer een uur in een wachtkamer tot het licht was geworden. Buiten wees een thermometer - 20 aan en nam ik de tram naar de andere kant van de rivier waar ik een hostel vond.
In het hostel maakte ik kennis met drie Duitsers [2 jongens en een meisje] en we besloten samen naar Listvyanka te gaan dat iets verder naar het zuiden aan het Baikal meer ligt. We namen de tram naar het busstation en vonden daar een minibusje [marshrutky] dat ons voor 70 roebel door besneeuwde bossen naar Listvyanka bracht.
Het meer was nog niet bevroren en redelijk hoge golven sloegen tegen steigers en rotsblokken waar lange ijspegels aan hingen.
Bij een paar stalletjes werden gerookte vissen verkocht voor 25 roebel per stuk. Jummie.
Irkutsk 18 december
Ik liep door de stad en bewonderde de afwisselende architectuur: zeer Europees aandoende gebouwen, Siberische houten huizen en communistische woonblokken. Standbeelden van Lenin en Tsaar Alexander III, Russisch Orthodoxe kerken, en hoewel het nog 5000 kilometer is naar Moskou, voelt het erg Europees aan.
In het centrum van de stad een 'eeuwig vuur' dat de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog gedenkt. Elke vijfiten minuten vindt er een wisseling van de 'wacht' plaats. Vroeger bestond deze 'wacht' uit jonge Pionieren en Komsomolzen [de Jeugdafdeling van de Communistische partij], maar nu zijn het blauwbekkende scholieren.
Iets verderop liep ik de recent gerestaureerde Bogoyavlensky kerk binnen. Deze mooie kerk [vooral mooi van buiten] staat de oever van de Angara rivier. In de grijze sneeuw lagen lege wodkaflessen en bierblikken.
Vergeleken met China [en ook Mongolie] is communicatie in Rusland veel eenvoudiger: na het leren van het cyrillische alfabet zijn veel woorden heel herkenbaar. Voorbeelden: kassa, teatr, kino, bulvar, biblioteka, benzin etc.
In 1898 reed de eerste trein Irkutsk binnen en pas in 1956 landde hier het eerste vliegtuig.
Irkutsk 19 december
Van de Duitsers had ik een kaartje gekregen dat geldig was voor de reis van Irkutsk naar Bratislava en 's morgens liep ik naar het station om een reservering te regelen naar Krasnoyarsk. De vrouw achter het loket sprak geen Engels, maar ik had het woord voor morgen, zaftra, uit mijn hoofd geleerd. Krasnoyarsk zaftra, zei ik. A din? vroeg ze. A din wist ik ook, dat betekende 'één', en ik knikte van ja. Hoewel het ticket kennelijk wel geldig was [want ze zette er een stempel op en niette er een extra vel aan vast] moest ik maar liefst 1300 roebel bijbetalen. Toen ik mijn verbazing kenbaar maakte begon ze in het Russisch te ratelen. Het enige wat ik verstond was 'platskartny' en dat betekent reservering. Volgens mij was ik met het ticket niet veel opgeschoten.
Ik wandelde opnieuw langs de Angara rivier waar dichte mistflarden overheen dreven. Het water is met nul graden veel warmer dan de omringende vrieskou en de mist zorgt voor mooi berijpte bomen in het park langs de rivier. De mensen liepen in bontjassen, bontlaarzen en bontmutsen. Met name de vrouwen gaan hier opmerkelijk elegant gekleed.
Krasnoyarsk 21 december
's Morgens kwam de trein aan in Krasnojarsk en omdat deze stad in een andere tijdzone ligt moest ik mijn horloge een uur terug zetten.
Borsch en bliny gegeten. Het eerste is een soort rode bieten soep en het laatste is een gevulde pannekoek.
's Avonds liep ik lang Prospekt Mira [de straat waaraan mijn hotel lag] en uit luidsprekers klonk radio. Er brandden vrolijke lichtjes en knappe Russische vrouwen liepen in schitterende bontjassen. Ik glibberde en bibberde voort in min tien.
Krasnoyarsk geniet landelijke bekendheid met de afbeelding van een kapel en de brug over de Irtysh op elk biljet van tien roebel.
Krasnoyarsk 22 december
Ik liep naar het station terwijl het licht sneeuwde. Onder het lopen nam ik de beslissing om een kaartje naar Moskou te gaan kopen. Ik had nog geaarzeld om wat meer van Siberie te gaan zien, maar met het geld wat ik nog te besteden heb besloot ik sneller naar huis te reizen. Siberie is koud en donker en als je dan ook nog ee krappe beurs hebt is het armoe lijden.
Ik ging in een rij staan, maar ik had geen gelukkige keus gemaakt: een soldaat drong voor [en niemand maakte bezwaar en dan ga ik ook geen rel schoppen, misschien is het zelfs wel reglementair]. Het duurde eindeloos en ik begon tot de conclusie te komen dat de soldaat kaartjes aan het kopen was voor zijn hele regiment. De vrouw achter het loket bleef maar formulieren invullen en stempelen. Toen het eindelijk mijn beurt was bleek ik in de verkeerde rij te staan. Ik ging in een andere rij staan en toen ik weer aan de beurt was gaf ik mijn ticket en maakte kenbaar dat ik naar Moskou wilde. Hiervoor moest ik 2800 roebel betalen wat niet gek is voor vijfenzestig uur in de trein en meer dan vierduizend kilometer. Het ticket leek toch resultaat op te leveren. Terug in het hotel becijferde ik dat het totaalbedrag dat ik had uitgegeven aan treinen van Beijing naar Moskou zo'n tweehonderd euro bedroeg.
's Avonds liep ik langs een kerk [lichtblauw, roomtaart architectuur] en liep naar binnen. Er klonk gezang van een klein koortje en een bebaarde priester die hymnen [gokje] opdreunde. Een andere priester liep met een rokend wierookvat langs de heiligenbeelden. De kerkbezoekers sloegen voortdurend kruisjes.
Krasnoyarsk 23 december
Het museum van Krasnoyarsk zag eruit als een Egyptisch tempel. Het was een heel aardig museum met een allegaartje dat met veel liefde en gevoel werd tentoongesteld. In de centrale ruimte stond een replica van een kozakken schip met daaromheen modelvliegtuigen en een satelliet die om de masten cirkelden. In een vitrinekast stonden een harnas, Chinese beeldjes, een opgezette vogel.
Op de transsiberie naar Moskou.
Nadat ik mijn compartiment gevonden had, bleek ik deze te delen met een Rus. We hadden dus lekker de ruimte, want de bovenste twee bedden bleven onbezet. Ik maakte kennis met de Rus die Vitaly heette en bood hem een kopje thee aan. 'Ga je eten?', vroeg hij [in redelijk Engels] en zonder mijn antwoord af te wachten zette hij een plastic tas op het tafeltje en begon deze uit te pakken. Het duurde niet lang of ons tafeltje stond vol met koude kip, aardappelen, eieren en brood. Please, eat. En we aten.
Transsiberie 24 december
's Ochtends kwamen we door Novosibirsk (+3), een grote stad met enkele hoge gebouwen. We reden over een brug over de rivier de Ob.
’s Avonds kwamen we door Tyumen (+2). Ik liep over het perron naar een kiosk, maar het was erg koud (ongeveer -25 C) en er stonden andere mensen te wachten zodat het zonder Russisch te spreken niet haalbaar was wat te kopen zonder het risico dat de trein ondertussen zou vertrekken zonder mij. Ik liep weer terug naar mijn treinstel door een fijne sneeuwjacht. Ik had verzuimd me dik in te pakken en had geen muts op waardoor ik zelfs op dit korte stukje hoofdpijn van de kou kreeg.
Ik las verder in Dostojewski’s [De Gebroeders Karamazov]: in Russia drunks are the kindest people and the kindest people are drunks.
Transsiberie 25 december
Op eerste kerstdag werd ik vroeg wakker en kocht brood, worst en bier op het perron in Perm (+2). Tegen de tijd dat ik terug kwam in mijn compartiment was ik half bevroren. Het was min achtentwintig.
Bij elk station waar we stopten waren de provodnitsa's druk in de weer om het ijs van de treinstellen te bikken. Het ijs was waarschijnlijk afkomstig van de wc's die zijn uitgerust met een pedaal dat, wanneer ingedrukt, een klep openlaat zodat alles door een gat naar beneden valt. Gedurende de stops zijn de wc's dan ook gesloten [evenals in China] en een rooster in het gangpad geeft aan hoe lang op welk station gestopt wordt. De wc's op de Russische treinen zijn de normale zit-toiletten [in een robuuste metalen uitvoering] De toiletten worden schoon gehouden en van toiletpapier voorzien door de provodnitsa's.
Moskou 26 december
Aankomst op het Yaroslav station vanwaar ik de metro naar het hostel nam. Onderweg werd van alles omgeroepen in het Russisch. Ik meende eruit te kunnen opmaken dat Dostojewski gestorven was. Bij het uitstippelen van mijn route had ik over het hoofd gezien dat lijn tien nog onder constructie was en daarom moest ik drie keer extra overstappen waarbij roltrappen me steeds dichter naar het middelpunt der aarde voerden. [De Moskouse ondergrondse is evenals die in Tblisie en Baku zeer diep aangelegd].
Ik checkte in in het hostel waar ook mijn visum geregistreerd werd. Dat laatste kostte me zeshonderd roebel wat helaas een noodzakelijk uitgave was, want word je in Moskou gecontroleerd en je registratie is niet in orde dan kan je dat veel geld kosten.
's Middags liep ik naar het Rode Plein, maar dat was afgezet. Ik vroeg aan de agenten of het gesloten was:
- Closed?
- Yes, closed.
- When is it open?
- Yes, open.
- Tomorrow?
- Yes, tomorrow.
- What time?
- Six o'clock.
Ik besloot deze informatie te categoriseren als uiterst onbetrouwbaar.
Moskou 27 december
Vandaag was het Rode Plein open, maar het mausoleum van Lenin was gesloten. Ik liep een eind langs de rivier en op de terugweg kwam ik langs het standbeeld van Poeshkin.
Moskou 29 december
Het mausoleum van Lenin was open en ik ging in een lange rij staan blauwbekken. Eenmaal binnen word je in twintig seconden langs het geprepareerde lijk van Lenin gedirigeerd en dan sta je weer buiten. Gelukkig was het gratis.
's Middags ging ik een kaartje kopen naar Kiev [station Kievskaya]. Na anderhalf uur in rijen te hebben gestaan voor drie verschillende loketten was het me gelukt een slaapplaats te reserveren voor 1 januari. In een hoekje van elk loket staat een bordje met de tijden waarop de lokettiste haar lunch- en theepauzes neemt. Meestal staat daar iemand voor.
Moskou 30 december
Ik nam eerst de metro naar de All Russia Exhibit, of VVT [Vserossissky Vistavochny Tsentr] waar ik rondliep tussen de met Stalinistische pomp gebouwde paviljoenen. Deze werden ooit gebouwd om de verworvenheden van de Sovjet heilstaat te tonen, maar waren nu gevuld met winkels waar digitale camera's en DVD spelers werden verkocht. Het Memorial Museum van de Kosmonauten was helaas gesloten en langs de schutting stonden dik ingepakte babushka's zelfgebreide mutsen en kleren te verkopen. Een bijzonder triest gezicht vond ik dat.
Daarna bezocht ik het Novodevichy convent en de aangrenzende begraafplaats. De laatste was heel groot en ik kon daarom de graven van Tsjechov en Gogol [Dode Zielen] niet vinden. Ik had het ondertussen ook zo koud gekregen dat het me weinig meer kon schelen. Wel zag ik nog het graf van Boris Jeltsin wat me verbaasde, want ik wist niet dat hij dood was.
De uitvinding van potatoes Tsvetnoi. 's Avonds deed ik met Mark en Josh [die ik eerder was tegengekomen in UB en Irkutsk] boodschappen. Teruggekomen in het hostel kookten we aardappelen die we samen met gebakken uien en prei en wat kaas en creme freche tot een stamppot omtoverden. Deze creatie noemden we potatoes Tsvetnoi naar het metro station Tsvetnoi Boulevard dat niet ver van ons hostel ligt.
Moskou 31 december
Om half elf ging ik met Mark en Josh en de Welshman naar het Rode Plein. De eerste afzetting was eenvoudig: we werden gefouilleerd en daarna moesten we door een poortje lopen om te kijken of we handgranaten hadden ingeslikt. De tweede was meer van het zelfde, maar daarna werd het moeilijker met nog twee versperringen, oproerpolitie en veel gedrang. Uiteindelijk wisten we ook deze barrieres te nemen en stonden we op het Rode Plein. Dicht bij het podium stond opnieuw een politie-cordon waar we deze keer niet doorheen kwamen. Rond het podium stonden allemaal mensen met vlaggen te zwaaien en werden tv opnamen gemaakt. Wij hadden geen vlag.
Iets voor twaalf uur werd op grote schermen een toespraak van Poetin uitgezonden [vanuit het Kremlin aan de andere kant van de muur] en waar we natuurlijk niets van konden verstaan. Josh dacht dat het over het nut van het eten van bruin brood ging, maar het kan ook over iets heel anders zijn gegaan. Om twaalf uur klonken slagen uit een kerktoren en begon het vuurwerk achter de Basilius kathedraal. Na het vuurwerk begon Mark, die dronken was, Moedertje Rusland te beledigen en dus liepen we snel terug naar het hostel waar ondertussen het feest was begonnen.
Onder de gasten van het hostel waren ook deelnemers van de zogenaamde wodka-train. Toen ze hoorden dat ik mijn kaartjes en visums zelf had geregeld keken ze verbaasd.
- How did you buy your tickets?
- At the station.
- At the station? That’s it? You bought your ticket at the station? |
|
|
 |
 November 2007
Reis | nieuws
|
03 November 2007 | 10:49:21
 |
31 oktober [addendum]
Geld gehaald bij een pinautomaat in een hokje waar tien Oeigoeren in stonden die geboeid over mijn schouder meekeken. Lekker dringen weer.
[trein naar Daheyang] 1 november
We namen een taxi naar het treinstation [van Kashgar] waar de trein nogal op een ontgoocheling uitdraaide. Hard seat op de slow train bleek een ware timewarp; we zaten tussen 19e eeuwse boeren en buitenlui die met hun hele hebben en houwen uit de trein puilden. Een bonte verzameling petten, mutsen en jasjes in voornamelijk bruin, zwart en donkerblauw. 's Middags wist ik een upgrade te versieren naar hard sleeper voor een extra 77 yuan, wat omgerekend ongeveer neerkwam op een halve eurocent per kilometer. Gezien het gebrek aan comfort in hard seat was dat geen overbodige luxe. Behalve een goede nachtrust biedt de sleeperklas ook twee wc's [voor minder mensen en daardoor schoner] en een washok.
Alle hard seat coupe's zaten vol met Oeigoeren terwijl de (enige!) hard sleeper voornamelijk bezet werd door Han Chinezen. Dat we eenvoudig upgrades konden bemachtigen geeft blijk van de armoe van de bevolking; van alle treinstellen waaruit de trein bestond [ik schatte dat aantal op zo'n vijftien] was er slechts een sleeper...
Het landschap bestond uit lage bergen aan de linkerkant en de uitgestrekte Taklamakan woestijn aan de andere kant. 's Avonds aten we een maaltijd en dronken we een paar flessen bier in de restauratiewagon die eveneens opvallend leeg was ondanks de toch heel schappelijke prijzen...
[trein naar Daheyang] 2 november
De service gerichtheid van het meest vrouwelijke personeel (de 'attendants', die elk de verantwoordelijkheid dragen van een rijtuig) laat nog te wensen over. Als je geen Chinees verstaat beginnen ze te schreeuwen [ze schreeuwen sowieso veel] en hun lichaamstaal verraadt veel stress. Toen ik op zoek ging naar heet water werd ik teruggeschreeuwd naar mijn plaats, iets wat me de dag ervoor ook al gebeurd was toen ik probeerde onze zitplaatsen te upgraden naar slaapplaatsen. Later bleek het dan wel mogelijk te zijn of was het een kwestie van wat geduld, maar als ze je dat niet duidelijk kunnen maken dan is het MEI YOU en het onverbiddelijke terugwijzen naar je zitplaats...
Het landschap was veranderd in besneeuwde bergen waar we nu tussendoor reden. Ik zag paarden en yaks (!) grazen van het spaarzame gras; een enkel riviertje was bevroren. Later daalden we af naar de vlakte van Turpan. In het opgewaaide woestijnzand stonden diverse ruines (desolate muren) waarvan ik de ouderdom niet kon bevroeden, maar die zeker te oud leken voor de (tijdelijke) behuizing van spoorwegarbeiders (de spoorlijn bereikte Kashgar pas in 1999).
In Daheyan nam ik afscheid van mijn medereizigers die besloten hadden door te reizen naar Urumqi. In het station nam ik plaats in een lange rij voor een van de loketten en toen ik na een half uur aan de beurt was bleek er [ondanks mijn informaties] geen direkte trein naar Dunhuang te rijden. Ik moest een kaartje kopen naar Liuyuan en van daar met de bus verder reizen. Toen ik het kaartje had gekocht bladerde ik in mijn reisgids en na de geschatte reistijden te hebben gecontroleerd rekende ik uit dat ik rond middernacht zou aankomen in Liuyuan, 130 kilometer van Dunhuang. Niet zo fijn, maar probeer maar eens een welafgewogen beslissing te maken met twintig Chinezen die in je rug staan te dringen.
In Luiyuan stapte ik uit samen met drie Koreaanse studenten die ook naar Dunhuang wilden en goed Chinees spraken. Ze regelden een taxi en we reden naar Dunhuang [130 km, 40 yuan pp] waar we rond twee uur 's nachts aankwamen. Uiteindelijk vonden we onderdak in een Chinees hotel waar ik een kamer deelde met een van de Koreanen. Het was kaal, donker en koud. De gemeenschppelijke toiletten waren zonder deurtjes en er was geen douche.
Dunhuang 3 november
Mogao grotten: Please be responsible for cherishing the relics.
In grot 096 stond een 34 meter hoog Boeddha beeld dat hoognodig een keer afgestoft moest worden. De meeste grotten waren gesloten.
De ontdekkingsreiziger Aurel Stein [een Hongaar in Engelse dienst] kwam hier in 1907 en nam 7000 manuscripten en 500 schilderingen mee. Hij betaalde de bewaarder, Wang Yuan Lu, hiervoor een bedrag van 130 pond sterling. In hetzelfde jaar verdwenen nog eens 6000 manuscripten en schilderingen door toedoen van de Fransman Paul Pelliot. Geen wonder dat de meeste grotten nu gesloten zijn.
Ten zuiden van Dunhuang liggen enkele enorme zandduinen waar de Koreanen op een kameel wilden gaan rijden. Ik nam afscheid van hen [ik houd niet van zand, zeker niet als het ook nog geld moet kosten] en besloot een ander hotel te zoeken.
Dunhuang 4 november
In het hotel kon ik weer CCTV9 [het enige Engelstalige kanaal] ontvangen. Ik zag dat China een sonde op weg naar de maan had gestuurd. Dit is een voorbereiding op een bemande maanvlucht. De maan maakt [denkelijk] onlosmakelijk en historisch onderdeel uit van China en is hopelijk minder weerbarstig dan Taiwan.
Meer over Chinese ruimtevaart in het Engelstalige China Today van augustus 2007 waarin stond te lezen dat China een lange geschiedenis van bemande ruimtevaart heeft. Wan Hu, een lage Chinese ambtenaar uit de Ming dynastie, besloot al in de [late] veertiende eeuw dat de Chinese pyrotechnische technologie ver genoeg gevorderd was om een mens de ruimte in te schieten. Hij nam die verantwoordelijkheid zelf op zich en liet een stoel bouwen met daaraan 47 raketten bevestigd. Op de dag van de lancering nam Wan in zijn raket stoel plaats met twee grote vliegers. Zevenenveertig van zijn bedienden staken daarop elk een lont aan en zochten een veilig heenkomen. Nadat de rook was opgetrokken waren Wan en zijn stoel verdwenen en er is daarna nooit meer iets van hem vernomen. Hoewel het experiment mislukte, wordt Wan Hu tegenwoordig erkend als 's werelds eerste astronaut. Amerikaanse wetenschappers vernoemden een krater op de maan naar hem: de Wan Hoo krater.
Dunhuang 5 november
Reismoeheid stak weer de kop op. Naast CCTV9 vond ik enkele Engelstalige filmzenders op de televisie en ik verschanste me in mijn hotelkamer voor een deel van de dag met koekjes en oploskoffie.
Naar Jiayuguan 8 november
De bus reed door de woestijn en langs enkele oud uitziende torens, misschien in onbruik geraakte bakens van een oude verdedigingslinie. Van hier reden we door de zogenaamde Hexi corridor; een smalle strook land tussen de bergen in het zuiden en de woestijnen [en meer bergen] in het noorden. Dit is de enige weg van China naar het westen en was vroeger onderdeel van de zijderoute. Jiayuguan markeert het [symbolische] einde en is de plaats waar een fort het einde van de Grote Muur vormt.
De stoeptegels in Jiayuguan zijn hetzelfde als in elke andere stad van China, van Kashgar tot Chengdu en van Lhasa tot Beijing: overal dezelfde stoeptegels. Toen ik door de stad liep zag ik resten van sneeuw. Het hotel waar ik heb ingechecked heeft geen verwarming, maar wel een dekbed [standaard hier] en extra dekens. Op de televisie alleen maar Chinese zenders, dat wordt dus vroeg naar bed met een boek. Ik lees nu Arabian Nights voor de tweede keer, want er zijn hier nergens Engelse boeken te vinden. Het hotel heeft alleen warm water tussen 21.00 en 23.00. Correctie: het hotel heeft wel verwarming, maar alleen 's avonds.
's Avonds waren veel eettentjes al vroeg gesloten. Toen ik er een gevonden had die nog open was, kreeg ik een menu waar ik weinig van kon maken. Ik ken wel een paar karakters zoals die voor 'gebakken', 'rijst' en 'noedels', maar in de meeste gevallen is het zeer de vraag wat dat oplevert. De man wees iets aan op het menu en ik stemde toe. Dat was een vergissing want even later kwam hij aanzetten met een reusachtig bord roereieren. Hij had kennelijk een hekel aan buitenlanders.
Jiayuguan 9 november
het viel niet mee een fietsenverhuurder te vinden, maar uiteindelijk kwam ik terecht bij een luxe-hotel waar ze me een fiets verhuurden voor 3 yuan per uur. Ik fietste naar het fort dat ongeveer zes kilometer uit het centrum ligt. Het fort is niet het einde van de muur, maar is een poort in de muur die loopt van het Qilian gebergte in het zuiden naar de lagere Heishan bergen in het noorden [waarmee het effektief de Hexi corridor blokkeert]. Het is traditioneel de toegangspoort tot China en het was hier dat verbannen rijksonderdanen China werden uitgegooid [voor sommigen een zucht van verlichting, eindelijk af te zijn van die spugende, rochelende, kettingrokende, luidruchtige Chinezen].
Bordjes bij het fort: Don't knock on the wall.
Het kaartje voor het fort gaf ook toegang voor het Great Wall museum even verderop. In de hal daarvan weer de gebruikelijke hoogdravende taal: ... an historical testimony [hier wordt het museum mee bedoeld] of the unity and assimilation of the peoples of China.
En de bezoeker wordt aangemaand: ...to promote the Great Wall in order to arouse the wisdom and creativity of the people and stimulate their enthusiasm for work.
Van hier wilde ik naar de zogenaamde Overhanging Great Wall, al was het maar om uit te vinden wat daar precies mee bedoeld werd. Ik fietste in noordelijke richting langs troosteloze arbeiderswoningen [een soort bakstenen barakken of schuren] tot ik bij een kruispunt kwam waar ik de weg vroeg aan wat boeren. Ze wezen me in de richting van de Heishan bergen waar ik wat later aankwam. De Overhanging Great Wall bleek een segment van de muur te zijn dat tegen de bergen op was gebouwd. Ik kocht een kaartje en sprintte naar boven waar ik een mooi uitzicht had over de onherbergzame bergen in het westen en de uitgestrekte Gobi woestijn in het oosten.
Hier stopte de muur. In het verleden snapte ik nooit hoe de Grote Muur doeltreffend kon zijn [en volgens de Roughguide was hij dat ook niet altijd: Genghis Khan is supposed to have merely bribed the sentries], maar het valt beter te begrijpen als je bedenkt dat de voornaamste vijanden ruitervolkeren waren [Hunnen en later Mongolen]. Het was waarschijnlijk wel mogelijk voor die volkeren om te voet door de bergen of over de muur te trekken, maar een dergelijke invasie zal weinig gevaarlijk zijn geweest. Bovendien werd de muur niet alleen gebruikt om mensen tegen te houden, maar ook voor transport [over de brede trajekten] en waarschuwingssignalen [rook- en vuurbakens].
Daarna fietste ik terug.
Chinees
Omdat het Chinees een tonale taal is wordt in geval van een vraag [en bij afwezigheid van een vraagwoord als 'wat' of 'wie'] het woordje ma toegevoegd aan het einde van de zin. Hao betekent 'goed' of 'het is goed'. Hao ma wordt dan 'is het goed?' of 'ok?'.
Een interessante variatie vond ik: Okay ma.
Eigennamen worden in het Chinees vertaald met behulp van bestaande karakters die de uitspraak benaderen. Op de televisie zag ik dat voor de lettergreep 'lo' van Barcelona en voor de lettergreep 'ro' van Roma hetzelfde karakter werd gebruikt. Het is dan ook geen wonder dat je uit het commentaar in het Chinees helemaal niks kan opmaken wat betreft namen van spelers of clubs.
Dit geldt ook voor leenwoorden. Ik geloof dat ik al eens eerder heb opgemerkt dat internationale termen als 'hotel', 'internet' of 'taxi' onbekend zijn in China. Het Chinees voor 'internetcafe', wang ba, bestaat uit een karakter voor 'net' [dat eveneens voorkomt in de woorden voor 'visnet' en 'tennis'] en een fonetisch karakter voor 'bar' [of 'cafe']; letterlijk dus 'netbar'.
Jiayuguan 10 november
's Morgens zag ik de personeelsleden van het restaurant naast mijn hotel rondjes om de parkeerplaats joggen waarbij ze werden aangevoerd door hun manager (v.) die voorop liep en de maat schreeuwde. Ze droegen allemaal een rood uniform en de kok had zijn koksmuts op.
Een groot deel van de dag verlummelde ik omdat ik geen besluit kon nemen over het vervolg van mijn reis. Uiteindelijk hakte ik de knoop door en in het busstation tegenover mijn hotel kocht ik een kaartje naar Zhangye voor de volgende dag. Bij het verlaten van het busstation zag ik dat in de centrale hal vier biljarttafels stonden wat me het ergste deed vrezen wat betreft vertragingen.
Naar Zhangye 11 november
De bus stopte voor alles wat in theorie een passagier zou kunnen zijn en voor de chauffeur en zijn hulp kwam dat neer op alles wat op twee benen rondliep. Sommige passagiers werden praktisch ontvoerd.
Zhangye is een bruisend stadje dat meteen een veel gezelliger indruk wekte dan Jiayuguan. Niet ver van de Gulou, de trommeltoren [drumtower], vond ik een hotel waar ik een zeer comfortabele kamer kreeg voor 72 yuan.
Jindu Hotel - Notice to guests
- Don't stay the combustible things, the easy to explode things. The radioactivity and your pet in our hotel.
- Don't eat melon in the room.
- Please don't fit on the wire by yourself.
Wat meer over het hotelleven in China.
Behalve in de zuidelijke provincies Yunnan en Sichuan en enkele grote steden in de rest van China, zijn er weinig hostels en is de reiziger aangewezen op gestandardiseerde hotels [al dan niet met slaapzaal]. Hoewel de kwaliteit verschilt is de uitzet heel gelijkvormig en het zou me niet verbazen als er een centrale regelgeving voor bestaat. Zo is er altijd shampoo en badschuim hoewel er slechts zelden een bad is. Naast het bed staat vaak een nachtkastje met een paneel waarmee de verlichting kan worden geregeld. Onder een van de knopjes op het paneel zag ik eens de tekst 'do not use'... Later bleek dit Chinglish te zijn voor 'do not disturb'.
's Morgens zwermen schoonmaaksters met trolleys door de gangen en er liggen dan overal lakens, schoonmaakspullen en andere zaken. Afval wordt naar buiten geveegd, soms direkt op het tapijt in de gang.
Zhangye 12 november
Een bord bij de ingang van de Da Fo tempel beweerde dat Kublai Khan daar geboren was [It is said that...] en ook dat de tempel beschreven werd door Marco Polo. Wat betreft het eerste kon ik geen uitsluitsel vinden, maar dat Marco Polo er een jaar gewoond heeft lijkt zeker. In zijn Travels wordt het genoemd als Campichiu, maar de reden voor zijn langdurig verblijf was "niet noemenswaardig". In de Da Fo tempel bevindt zich ook de grootste liggende Boeddha van China en ook deze wordt door Marco Polo beschreven: The great idols of which I speak lie at length. And round about them there are other figures of considerable size, as if adoring and paying homage before them. De tempel werd gerestaureerd en was donker en stoffig. Een bordje bij de Exhibition hall of historic relics was op zijn zachtst gezegd nogal misleidend, want het huisde niets anders dan een ordinaire souvenirwinkel.
Daarna liep ik de Xilai Si binnen, een klein tempeltje waar aan de zijmuren van de hoofdtempel beelden stonden van monniken. Een van de afgebeelde monniken had een vinger in zijn oor gestoken en trok daarbij een gek gezicht.
's Avonds kocht ik wat zoete aardappelen die ik in mijn hotelkamer opat. Heerlijk. Het is kennelijk het seizoen want overal staan karretjes waar ze gepoft worden.
Zhangye 13 - 17 november
Op de deur van mijn hotelkamer hing een plattegrondje met instructies wat te doen in geval van brand. In goed Chinglish werd dit een security scattering sketch map genoemd.
In de stad stond ook een standbeeld van Marco Polo met zijn naam in pinyin: ma ke bo luo. Niet iedereen is er van overtuigd dat de grote reiziger ook daadwerkelijk in China is geweest. Hij maakt nergens melding van zaken als de Grote Muur, het drinken van thee en andere typische Chinese gebruiken. Toen ik zijn paragrafen wat betreft Chinees Turkestan las, was ik ook al verbaasd door de volgorde van de hoofdstukken: Kashgar, Samarkand, Yarkand. Samarkand ligt duizenden kilometers naar het westen...
Naast zoete aardappelen is het ook het seizoen van gepofte kastanjes. Ik kocht een jin [dat is 500 gram] kastanjes en een fles Guofeng rode wijn. It is clear and transparent with a rich and gorgeous scent from plump and juicy liquid.
's Morgens stond ik net onder de douche toen er gebeld en op de deur geklopt werd: de schoonmaaksters. Iemand begon in het Chinees te schreeuwen. 'Ik sta onder de douche' schreeuwde ik terug, 'ga weg'. Of ik Engels of Nederlands spreek maakt toch geen verschil. De Xinhua Bookstore had naast de gebruikelijke selectie woordenboeken ook enkele goedkope in China gedrukte Engelse klassiekers. Ik las Gulliver's Travels en verhalen van Mark Twain.
In de straten omdraaiende hoofden, starende gezichten, giebelende meisjes en schreeuwende kinderen. Ik kocht een kaartje naar Lanzhou.
's Avonds nam ik een taxi naar het station dat tien kilometer buiten de stad lag. Terwijl ik zat te wachten raakte ik in gesprek met een jongen die vreselijk slecht Engels sprak [maar: blinden, eenoog, koning etc]. Hij had al vier jaar Engels gehad en wilde volgend jaar in Amerika gaan studeren. Hu Jintao was famous around the world. Ik keek hem niet begrijpend aan. Hu Jintao, zei hij weer, he is chairman of China. Ik knikte: very famous yes. And Mao Zedong, ging hij verder, he is famous around the world. And Zhou Enlai, he is also famous around the world. Luister, zei ik, mijn trein komt eraan. Veel succes in Amerika.
Lanzhou 18 november
's Ochtends rolde de trein het station van Lanzhou binnen. Vroeger werd deze stad de Gouden Stad genoemd, maar om voor de hand liggende redenen is men hier van afgestapt. Nadat ik een hotel had gevonden nam ik een bus naar het centrum. Daar liep ik langs de Gele Rivier die net zo min geel was als de Blauwe Nijl blauw. Er scheen een schraal zonnetje en het was waterkoud. De stad heeft een 'Het Oosten is Rood' plein en een witte pagode die in een park aan de overkant van de rivier staat. Daar dronk ik de zogenaamde Eight Treasures Tea, gemaakt van kruiden, vruchten en noten. Acht omdat dat een geluksgetal is. Het park had ook de gebruikelijke acht scenic spots.
Terug in de stad liep ik door een straatje met Hui restaurants. De Hui zijn islamitische Chinezen en het restaurant waar ik at serveerde noedelsoep met schapenvlees. De noedels werden geserveerd met plat brood en een schaaltje zoetzure knoflook. Dat laatste was onverwachts lekker.
Een nadeel van eetstokjes is dat men er geen biefstuk mee kan eten en geen boterhammen mee kan smeren. Dit zijn duidelijk zwakke punten in het ontwerp.
Lanzhou 19 november
Het hotel waar ik verbleef was goedkoop, maar de toiletten waren Chinees. In de hokjes zaten wel deuren, maar de Chinezen lieten deze gewoon open. Ik sloot mijn deurtje wel [ik vind dat toch noodzakelijk voor mijn ochtend evacuatie], maar vond het moeilijk me te concentreren want de man naast me probeerde een vastzittende metersdiepe slijmbal omhoog te rochelen.
Vertrek naar Beijing 20 november
Terug in Beijing 21 november
Het ontbijt in de trein bestond uit een gestoomde deegbal [met wat garnituur], rijstgruwel en een gekookt ei. Het gekookte ei was erg lekker.
Beijing 22 november
's Morgens wilde ik naar de Mongoolse ambassade, maar ik kon de pasfoto's die ik in Shanghai had laten maken niet vinden en moest dus nieuwe laten maken. Dat werd digitaal gedaan en het meisje met de muis poetste heel sympathiek een paar pukkels en wratten weg zodat mijn kansen op een visum nog niet geheel verkeken waren. Daarna nam ik de metro naar de ambassadewijk en na langdurig rondlopen tussen eentonige blokkendozen kwam ik ongeveer een uur te laat bij de Mongoolse vertegenwoordiging. De afdeling die de aanvragen van visums afhandelt gaat kennelijk al om 11 uur lunchen en het is dan ook geen wonder dat het maken van een visum de Mongolen maar liefst vijf werkdagen kost. Met het weekeinde nabij betekent dat dus een hele week in Beijing. Na deze vergeefse tocht had ik honger gekregen, maar ik kon in deze wijk nergens een restaurantje ontdekken en uiteindelijk nam ik mijn toevlucht tot een MacDonalds. Het herentoilet bestond uit een hurktoilet waarop een krullerige inscriptie las: American Standard. Het was wel heel schoon.
Op het menu in een eethuisje in de hutong stonden: burned vegetables en beautiful bean paste. Voor wie zich wil laten verrassen.
Beijing 23 november
Opnieuw naar de Mongoolse ambassade. De kosten voor een "entry and exit visa" [sic] bedroegen maar liefst 495 yuan [een papier dat buiten was opgehangen vermeldde 270 yuan], maar het goede nieuws was dat ik het op dinsdag [27 november] zou kunnen ophalen wat betekende dat het weekeinde geen extra vertraging opleverde [terwijl het toch geen werkdagen zijn]. De kosten moesten betaald worden bij de Bank of China, twee blokken verderop [waar de bank bovendien een extra 10 yuan commissie in rekening bracht]. Toen ik weer terugkwam bij het loket wuifde de man me weg. Come back tuesday. Het meisje dat voor me aan de beurt was had om een express visa [zelfde dag] gevraagd en kreeg ook te horen dat ze dinsdag moest terugkomen. Ik bekeek haar bonnetje en zag dat ze dezelfde middag om vier uur moest terugkomen en stelde haar daarmee gerust. Ik zag ook dat ze eveneens 495 yuan betaald had en ik tikte op de ruit. Express visa? zei ik en wees op mezelf. De man zei: Ticket! Ik zei dat ik geen ticket had [want hij doelde natuurlijk op een treinkaartje dat de noodzaak voor een express visum zou aantonen], maar hij wees naar mijn bonnetje en veranderde de datum daarop naar dezelfde middag om vier uur.
Terug in de hutong werd ik bijna een winkeltje ingesleurd: Sir! Sir, you look-y look my shop??
Om vier uur haalde ik mijn visum op. Ik had twintig dagen gekregen.
Beijing 24 november
Ik nam de metro naar het centraal station [Beijing zhan], maar het speciale loket voor buitenlanders [vroeger op de tweede verdieping] was kennelijk opgeheven en ik werd verwezen naar loket 106 waar Engels gesproken zou worden. Daar zat niemand, maar de vrouw achter het loket ernaast verwees me naar loket 1 waar ik in de rij ging staan. Toen ik aan de beurt was zei de vrouw dat ze me niet kon helpen. Ik moest naar loket 6. Achter loket 6 zat een man die Engels sprak. Not here, zei hij. Outside. White building. Across the road. Het witte gebouw was het enorme Hotel International dat een blok ten noorden van het station lag. Op de tweede verdieping was een kantoor van CITS [Chinese International Travel Service] waar ik probleemloos een kaartje naar Ulan Bator kocht voor [dinsdag] 27 oktober.
Beijing 26 november
Ter voorbereiding voor de reis door het barre noorden ging ik naar Silk Street, een shoppingmall waar in China geproduceerde kleding tegen afbraakprijzen wordt verkocht. De verkoopsters hier spreken het beste Engels dat ik tot dusver in China heb gehoord. Deze meisjes moeten op de trein- en busstations te werk worden gesteld!! Na flink afdingen waarbij ik alle truuks uit de kast haalde die ik kende, kon ik voldaan het gebouw verlaten. Een lange broek, een lange onderbroek, een paar schoenen en drie paar sokken voor ongeveer 40 euro. Het was heel eenvoudig; ik bood een prijs [ongeveer 25% van de vraagprijs] en hield daar hardnekkig aan vast. Als ze dan vlakbij die prijs kwamen, haalde ik het geld uit mijn portemonnee en dan gingen ze door de knieen.
Aangezien ik een groot deel van de zijderoute heb afgelegd vond ik het bezoek aan Silk Street een passende afsluiting.
Naar Ulaan Baatar 27 november
De lange weg terug is begonnen.
's Morgens stapte ik op de trein [K23] en om 7.45 vertrokken we. In mijn coupé zaten twee Chinezen waarvan er één luidruchtig in zijn telefoon zat te schreeuwen. De vierde passagier was een Mongool die een doos ter grootte van een ijskast de coupé probeerde in te drukken. Gelukkig verbeterde de situatie kort na ons vertrek: de Chinezen gingen slapen en de doos verdween op mysterieuze wijze.
De Mongool vroeg of ik Russisch sprak. Nee, zei ik, en dat was het einde van de conversatie.
Interessante feitjes uit de LP ed. 2005:
- Djenghis Khan was bang voor honden.
- In the Gobi the saxaul shrub [een plant] covers million of hectares and is essential in anchoring the desert sands adn preventing degradation and erosion. Saxaul takes a century to grow to around 4 meter in height, creating wood so dense that it sinks in water.
De trein reed 's middags enige tijd langs de Muur die onderaan de bergen was gebouwd. Pech als je dan als nomade met veel pijn en moeite over die bergen bent geklommen en net voor je moordend en plunderend China wil binnenvallen staat er dan die stomme muur.
Rond half negen 's avonds moesten we de restauratiewagon verlaten [waar het gezellig was, opgewekte stemming, veel bier] en iedereen naar zijn of haar eigen compartiment. Daar werden formulieren uitgedeeld die ingevuld moesten worden en daarna werden de paspoorten verzameld. De trein reed heen en weer en de 'bogies' [de onderstellen] werden verwisseld. Nadat dat gebeurd was kreeg iedereen zijn paspoort weer terug en reden we naar Mongolie. Opnieuw formulieren invullen. Eén van de formulieren was in het Mongools en toen ik een Engels exemplaar vroeg zei de vrouw: No English. Ze gaf aan wat ik moest invullen en dan: sign here. Na meer oponthoud bij de Mongoolse grens reden we eindelijk verder. In totaal had dat vijf uur in beslag genomen. Ik ging slapen.
Ulaan Baatar 28 november
's Morgens was het koud en met het eerste ochtendlicht onderscheidde ik een uitgestrekt landschap met hier en daar sneeuw. Op een station zag ik een locomotief, made in the USSR, met wagonladingen steenkool. In de verte nu en dan een eenzame ger.
Het was koud. Half zeven 's avonds toen ik net terugkwam van een wandelingetje over het centrale Sukhbataar plein was het -16 C.
Goed nieuws. Mongolen eten niet met stokjes.
Ulaan Baatar 29 november
Het Gandan Klooster bezocht waar Mongolen bij hun rituele omgang heel enthousiast een slinger gaven aan elke gebedstrommel die ze passeerden. Ik gaf ook een paar slingers aan de trommels, maar hield dat vanwege de extreme kou gauw voor gezien. Er stond een groot Boeddha-beeld van 26 meter hoog dat oorspronkelijk in 1911 gebouwd was in opdracht van de Bogd Khan die een gebrekkig gezichtsvermogen had. Het werd vernietigd tijdens de zuiveringen van 1938.
Gobi trip 30 november
Dag 1 van de Gobi trip. We reden in een Russisch busje [een zogenaamde UAZ] door een Siberisch landschap. 's Nachts sliepen we in een ger.
Ik zocht dat woord op in de glossary van de Lonely Planet, want ik wil dat soort dingen graag precies weten:
ger: traditional circular felt yurt.
yurt: the Russian word for ger, derived from the Turkish.
Het is een ronde tent van vilt met in het midden een kachel waarvan de pijp door een opening in het midden steekt. Tegen de wanden extra tapijten om de ger warm te houden.
De honden sliepen buiten. |
|
|
 |
 Oktober 2007
Reis | nieuws
|
10 Oktober 2007 | 06:21:45
 |
Shanghai 1 - 10 oktober
De trein kwam aan op Shanghai Zuid vanwaar ik de metro nam naar het centrum. Ik was aangekomen in de ochtendspits en gedurende enkele haltes kon er niemand meer bij. Het was wel voor het eerst dat ik zoveel 'contact met de plaatselijke bevolking' had in China.
In Shanghai logeerde ik bij vrienden en kon ik weer genieten van boterhammen met kaas, hema rookworst en pepernoten. Op een van de avonden gaf ik een rondje in de Glamour Bar ['s avonds met uitzicht op de Bund] waarvoor ik bijna een banklening moest afsluiten.
Maandag ging ik naar het Russische consulaat [dat slechts drie dagen in de week open is; maandag, woensdag en vrijdag], maar door de heftige regen en wind [vanwege een tyfoon die juist nu iets ten zuiden van Shanghai aan land kwam] moest ik lang wachten op een taxi. In de metro had ik mijn tweede ervaring met de ochtendspits in Shanghai. Toen ik uit het Nanjing Lu metrostation kwam trok ik mijn regencape aan en op de Bund vloog mijn paraplu bijna de rivier in. Bij het Russische consulaat moest ik vijf minuten wachten en de bewakers wezen naar de luifel van een hotel tegenover het consulaat waar een paar Chinezen schuilden voor de regen. Even later mochten we naar binnen, maar een norse bewaker wees naar een rij kluisjes waar ik eerst mijn tas moest opbergen. De kluisjes stonden in de stromende regen en terwijl de wind rukte aan mijn regencape en paraplu probeerde ik mijn paspoort en geld droog te houden. Eenmaal binnen ging de aanvraagprocedure opvallend soepel. Via internet had ik een uitnodiging geregeld, maar omdat die in het cyrillisch was geschreven kon ik niet meer de namen lezen van de steden die ik had opgegeven. Gelukkig leek het allemaal niet zo nauw te komen. Ik zou het visum na twee dagen kunnen ophalen en mocht daarvoor alvast 640 yuan betalen.
Het Russisch consulaat is gehuisvest in een monumentaal pand dat werd gebouwd in het revolutiejaar 1917.
Dinsdag was het na de regen van de dag ervoor behoorlijk afgekoeld en ik kocht een treinkaartje naar Turpan. Ik had op internet gezien dat het daar bijzonder fraai weer was wat hopelijk de treinreis van 40 uur zou rechtvaardigen...
Woensdag haalde ik het visum op en diezelfde avond stapte ik op de trein naar Turpan.
Naar Turpan [Xinjiang] 11 oktober
In mijn compartiment zat een moeder met een vervelend, dreinend jongetje dat ik graag met mijn boek om zijn oren zou slaan. Eenmaal viel het bijna van het bovenste bed af, maar helaas kon zijn moeder hem nog net op tijd beetpakken. Verder zat er een Oeigoers gezinnetje waarvan de vrouw een sluier droeg en de man probeerde in de richting van Mekka te bidden [volgens mij zat hij er zo'n dertig graden naast]. Ze aten platte nan broden.
's Ochtends klonken over de intercom instructies en een stewardess stond met een groepje mensen wat oefeningen te doen [massage van de jukbeenderen en het losmaken van de gewrichten]. We passeerden een regenachtig Xian waar het treinpersoneel [zoals overal] stram in de houding stond toen we weer vertrokken. Op een lichtkrant zag ik dat het buiten 9 graden was waarna de volgende tekst herhaald werd: Advance the humanitarian cause and build a harmonious society. 's Middags sliep ik een paar uur en toen ik weer naar buiten keek zag ik dat het droog was geworden. We reden door armoedige dorpjes met kleine hooibergen, maisveldjes en modderige paadjes.
Naar Turpan 12 oktober
's Ochtends reden we door een woestijnlandschap onder een strakblauwe hemel. Het was droog en koud en in de verte lagen sneeuwbergen. We reden door een oase met katoenvelden waar mensen katoen plukten. Sommige bordjes langs het trajekt waren in arabisch schrift. We waren in Xinjiang.
Rond een uur of een kwamen we aan in Daheyan waarvan ik met de bus naar Turpan moest [Chinees: Tu-lu-fan]. Op het busstation wees een vrouw in uniform me naar een bus; Tulufan! Nadat ik mijn rugzak onderin de bus had gepropt wilde ik instappen, maar de bus was vol. Ik pakte mijn rugzak weer uit de bus en liep naar het gebouw om een kaartje te kopen. Toen ik bijna aan de beurt was, riep de lokettiste iets en iemand maakte me duidelijk dat er geen kaartjes meer naar Turpan werden verkocht. Alleen nog naar Akasu. Iedereen liep weer naar buiten en de vrouw in uniform gebaarde naar een sleeperbus: Tulufan! Ik veroverde een plaatsje, maar na tien minuten stroomde de bus weer leeg. De bus gaat niet naar Turpan, zei iemand. Voor de tweede keer liep ik het kantoor binnen, maar er zat niemand meer achter het loket. Ik stond in een rij en er kwam een vrouw achter het loket zitten. Ze wees naar mij. Tulufan? Ik knikte en ze gebaarde dat ik naar voren moest komen en verkocht me een kaartje naar Turpan voor 7.50 yuan. Buiten stond een busje klaar waar ik in ging zitten. Het eerste stukje van de weg was weggespoeld, maar na een half uurtje kwamen we op een fantastische snelweg en waren we in een mum van tijd in Turpan waar ik een dormitory vond in een groot hotel. De slaapzaal was ergens in een kelder weggestopt aan de achterkant van het gebouw. Nadat ik ingechecked had kreeg ik een bonnetje waarmee ik een warme douche kon gebruiken in de publieke wasruimte naast het hoofdgebouw. In dezelfde kelder was ook de slaapzaal van het personeel.
Turpan 13 oktober
Bordje in de ruinestad Jiaohe: Northeast Buddhist Temple - The main hall is located in the center of the temple and there is a courtyard in the rear part. To the either side of the main hall and the courtyard are ruined buildings. The layout of the whole temple is full of characteristics. Jiaohe is een site die op de werelderfgoedlijst van de UNESCO staat. Uit dat fonds is meer dan een miljoen dollar vrij gemaakt en dan krijg je dit soort teksten. Plus schaamteloze propaganda: From ancient times Xinjiang has been part of our country which can not be cut apart... En het onbegrijpelijke The exhibition is closed here, wat in flagrante tegenspraak was met de toergroepen die er rondstruinden. Gelukkig hielden deze zich beperkt tot enkele bezienswaardigheden en voor een groot deel van de tijd zwierf ik alleen door de stille en verder verlaten ruinestad. Jiaohe ligt in de Yarnaz vallei, ongeveer tien kilometer van Turpan, op een hoog eiland van 1650 m bij 300 m met steile kliffen. Het heeft geen stadsmuren en de meeste straten en gebouwen zijn min of meer uitgehouwen uit de zachte zandsteen [loess]. Het grondplan van de geerodeerde stad is nog duidelijk herkenbaar; het bestaat uit twee woonwijken door een hoofdstraat gescheiden en een noordelijke tempelstad waar de [boeddhistische] tempelgebouwen stonden.
Terug in Turpan leverde ik mijn huurfiets weer in bij John's Information Cafe en waar ik na de stoffige rit onder de wijnranken mijn dorst leste met een paar flessen koel bier. De oase van Turpan dankt zijn bestaan aan het smeltwater van het Tian Shan gebergte en zijn welvaart aan de druiventeelt. De Oeigoeren leken te bestaan uit een bonte verzameling mengvormen die varieerden van Turks uitziende mannen met ronde ogen, snorren en stoppelbaarden tot Chinezen die zich alleen onderscheiden van hun oostelijke soortgenoten door het dragen van de Oeigoerse hoofddekseltjes.
Turpan 14 oktober
's Ochtends wandelde ik naar de Emin Minaret door een traditioneel gedeelte van Turpan. Ezelskarretjes met vrouwen met hoofddoeken, oude mannetjes met lange grijze baarden, kinderen in bonte jurkjes met wollen maillots. Oude bakstenen muren met vierkante poorten die soms openstonden en uitzicht gaven op schaduwrijke patio's waar mannen lagen op rustbedden met tapijten onder drogende druiventrossen. Ik kwam langs moskeeen met sierminaretten die van de buitenkant afgezet waren met tegeltjes. Heel typisch waren de bakstenen bouwsels boven op de huizen waavan de stenen om en om gemetseld waren zodat de muren heel open zijn, maar weinig zonlicht binnen laten. De precieze functie van deze bouwsels kon ik niet achterhalen [misschien om de druiven te drogen?], maar waarschijnlijk is het een primitieve vorm van airconditioning.
De Emin Minaret lag aan de buitenkant van de stad aan een stoffige weg met aan weerszijden wijngaarden.
's Avonds vond ik de nachtmarkt op het plein voor het oerlelijke postkantoor. Het was een goede plek voor heerlijke kebabs [2Y] en goedkoop bier [3Y]. Eerder was er van de nachtmarkt geen spoor wat waarschijnlijk te wijten was aan het feit dat de ramadan pas de dag ervoor was geeindigd. En hoewel de Oeigoeren hoofdzakelijk moslims zijn, zag ik genoeg mannen grote flessen bier naar binnen werken...
Naar Korla 16 oktober
Met een hele trage bus waarvan de chauffeur zich leek te bevinden in de terminale fase van een ziekte. Zijn gezicht was grijs en hij keek lusteloos voor zich uit. Tot overmaat van ramp liepen er ook nog vervelende kinderen op en neer door het gangpad. Het is volstrekt onbegrijpelijk en onverantwoordelijk dat deze minderheden zijn uitgezonderd van de Chinese eenkind-politiek.
Korla bleek een grote Chinese stad te zijn die verloren in de woestijn lag.
Korla 17 oktober
Omdat mijn schoenen bijna versleten waren en ik maar een enkele lange broek in mijn garderobe had, kocht ik in Korla een paar schoenen en een nieuwe broek. De schoenen waren van bordkarton en de broek was net een paar centimeter te kort en te wijd, maar ik besloot toch maar tot de aanschaf, want het kostte allemaal heel weinig en bovendien had ik met mijn maten maar weinig keus. Verschillende truien met de Chinese maat XXL die ik bijvoorbeeld probeerde kwamen met de mouwen ergens tussen mijn elleboog en mijn pols... Ik kom nu in aanmerking voor de titel 'slechts geklede man in China'. [Het is wel voor het eerst in jaren dat ik weer eens met een vouw in mijn broek loop.]
In de namiddag nam ik de sleeperbus naar Hotan dwars door de Taklamakan woestijn. [Taklamakan betekent iets als 'hij die hier binnengaat komt nooit meer terug']. Laat op de avond stopten we voor het avondeten en ik vroeg naar de wc. Een vrouw die borden laghman rondbracht wees naar een deur. Daar vroeg ik weer naar de wc en een man die deeg aan het rollen was wees naar een andere deur. Ik opende de deur en stond weer buiten met voor me de Taklamakan woestijn. Dat was het toilet.
Hotan 18 oktober
Reistijd: 15 uur [via de Tarim Desert Expressway].
Nadat ik een hotel gevonden had [makkelijk: naast het busstation] liep ik de stad in. Ongelukkigerwijs wandelde ik eerst in de richting van de Chinese stad met brede futuristische [om niet te zeggen neo-stalinistische] boulevards. Op een centraal groot plein stond een standbeeld van Mao en een Oeigoer. Volgens mijn Rough Guide China [ed. 2005] was de Oeigoer een bestaand iemand die in de vijftiger jaren naar Peking was gekomen om voorzitter Mao te feliciteren met de overwinning van zijn communistische partij.
In een restaurantje nam ik bij gebrek aan boerenkool genoegen met pilav waar bovenop een klont schapenvlees lag. Ik kreeg er ook een kopje thee met rozeblaadjes bij.
Daarna liep ik door de Jama Lu waar Oeigoerse gebouwen stonden [met kleurrijke balkons] en waar kachels en fornuizen werden verkocht. Overal klonk het gehamer van smeden die bezig waren met, nou ja, weet ik veel, met het hameren op kachels en fornuizen zo te zien.
Andere schrijfwijzen voor Hotan: Khotan, Hetian [Chinees] en Cotan [Marco Polo].
Marco Polo [Hoofdstuk XXXVI]: Cotan is a province lying between north-east and east, and is eight days' journey in length. The people are subject to the Great Kaan, and are all worshippers of Mahommet. There are numerous towns and villages in the country, but Cotan, the capital, is the most noble of all, and gives its name to the kingdom. Everything is to be had there in plenty, including abundance of cotton, [with flax, hemp, wheat, wine, and the like]. The people have vineyards and gardens and estates. They live by commerce and manufactures, and are no soldiers.
Hotan 19 oktober
Vandaag was er een markt met vooral veel stalletjes met [witte] jade dat hier dichtbij in de rivier gevonden wordt. Voor mij zag het er gewoon uit als normale gladde rivierkeien, maar ik weet natuurlijk ook niks van jade. Er is hier geen toerist te bekennen [maar dan ook geen enkele] en zelfs Chinezen zie je hier bijna niet. Ik word dus weer eens als vanouds aangestaard. Net kreeg ik van een paar vriendelijke mannen een moot overheerlijke meloen; dat was me nog niet eerder overkomen in China. Een groot deel van de mannen hier dragen grappige hoedjes en sommigen zelfs van die grote kozakkenmutsen. Dat zijn vaak oudere mannen met lange grijze baarden, lange jassen en grote laarzen. Ze lijken regelrecht uit een roman van Dostojevski te komen. De vrouwen dragen veelal sluiers die met een knot boven op het hoofd zijn gebonden, een beetje als het 'meisje van Vermeer'. Het eten is goed: laghman, een soort lekkere bami, en veel kebab, ook heel lekker. Het weer: nog steeds fabelachtig; ik heb de hele week nog geen wolk gezien en de temperatuur is rond de twintig graden.
's Middags liep ik naar een riviertje dat door de stad loopt en waar de resten van een oude stadsmuur stonden. Naar goed Chinees gebruik was daar een foeilelijke nepmuur omheen gebouwd met kantelen. Op de terugweg liep ik door de International on foot street, wat Chinglish is voor een autovrije winkelstraat.
Verder zijn mijn pogingen om contact te maken met de mensen vrijwel vruchteloos. Het meeste succes heb ik met de kinderen die 'hello' naar me schreeuwen.
Hotan 20 oktober
Ik liep naar het museum waar ik hoopte wat meer over de streek te weten te komen, maar daar kwam weinig van terecht. Het Engels rammelde aan alle kanten en was vaak moeilijk te begrijpen wat er bedoeld werd. Interessant waren een paar mummies die goed bewaard waren gebleven in dit droge klimaat.
Op de terugweg bestelde ik wat te eten in een klein eettentje waar men het geluid van de televisie op bioscoopsterkte had staan. Tekenfilms, gezellig.
Een andere specialiteit in deze provincie is madang, grote blokken nogat met walnoot en rozijnen of andere gedroogde vruchten. Het wordt door heel China verkocht door Oeigoeren [ik zag het bijvoorbeeld in Jinghong, vlakbij de Laotiaanse grens].
Hotan 21 oktober
De zondagsmarkt die volgens sommigen in grootte kan wedijveren met die van Kashgar was niet bijzonder spectaculair. Het is ook een louter academische discussie [vanuit toeristische oogpunt], want wat maakt het uit hoe groot de markt is? Het was meer van hetzelfde. Net als met de Taklamakan woestijn die na de Sahara de grootste zandbak ter wereld is. Wat maakt dat nou uit als je zover het oog strekt alleen maar zand kan zien?
Ik kocht een buskaartje naar Yarkand voor de volgende dag. Het was een beetje stoeien bij het loket en ik moest wat mannen wegdrukken met mijn ellenbogen. Toen ik eenmaal het kaartje in handen had was opeens iedereen verdwenen en was de hal leeg. Kwamen die mensen daar speciaal naartoe om mij te pesten? Het bussysteem is overigens zelfs in deze uithoek van China goed georganiseerd met gecomputeriseerde kaartjes waarbij je een stoelnummer krijgt toegewezen en waar ook het kentekennummer van de bus op staat zodat je die makkelijk kan vinden.
Midden in de nacht werd ik wakker van een idioot die schreeuwend door het hotel liep. YEUH!!!? YEUH!!!? Iemand anders schreeuwde terug waarop zich een gesprek ontspon waarbij de deelnemers elkaar door een gesloten deur toeschreeuwden. Ik moet toegeven dat een mobiele telefoon in dit geval voor uitkomst had kunnen zorgen.
Naar Yarkand 22 oktober
Met de bus door de zuidelijke rand van de Taklamakan. Aan de linkerzijde waren in de verte de enorme sneeuwreuzen van een gebergte te zien [waarvan ik niet weet of dit het Pamir gebergte of het Kunlun gebergte was] en aan de rechterzijde de Taklamakan woestijn: grind tot aan de horizon. Vanuit de bergen stroomt smeltwater naar de woestijn waar de oases hun bestaan aan danken. Dit is zowel het geval bij de steden aan de Noordelijke Zijderoute [waar het Tian Shan ondermeer Turpan van water voorziet] als die aan de Zuidelijke Zijderoute.
De bus zette me af bij de hoofdweg vanwaar ik de stad inliep. Ik had wat aanwijzingen opgeschreven om een goedkoop hotel te vinden, maar door een [ongebruikelijk] gebrek aan straatnaambordjes had ik geen idee waar ik was. Een man vroeg of ik uit 'Amerikka' kwam en toen ik hem vroeg naar een hotel wees hij me een duur uitziend gebouw. Ik besloot te informeren en even later had ik een ruime, nieuw gemeubileerde kamer met een kolossale televisie [met 50 nutteloze, want Chinese kanalen] en een badkamer met warm water voor 120 yuan.
Ik liep naar een ruine aan de rand van de stad die eruit zag alsof Marco Polo er nog gewoond had, maar waarvan ik niet kon achterhalen wat het was. Terug in de stad bezichtigde ik de voornaamste gebouwen van Yarkand: het fort, de Altunluq Moskee [van buiten] en het graf van Amanni Shahan, de vrouw van een zestiende eeuwse heerser. Het laatste was een mooi gebouwtje met witte en blauwe tegeltjes waar ik 10 yuan toegangsgeld moest betalen. Binnen hing een tekst met de vermelding dat het mausoleum werd gebouwd in 1992 [!]. Het kaartje gaf ook toegang tot een oude begraafplaats naast het mausoleum waar ook enkele eeuwenoude bomen stonden tussen afbrokkelende graftomben.
De [nog] levende bevolking van Yarkand is verdeeld over een Chinese stad die in oostelijke richting geleidelijk overgaat in een meer Oeigoers gedeelte. Deze oprukkende [wanstaltige] Chinese architectuur is een herkenbaar fenomeen in alle steden in deze regio. Bakstenen en hout worden overal vervangen door het favoriete Chinese bouwmateriaal: beton.
Enkele vrouwen droegen bruine wollen doeken over het hoofd zonder gaten of wat dan ook. Het zag er jammerlijk uit.
Marco Polo [Hoofdstuk XXXV]: Yarcan is a province five days' journey in extent. The people follow the Law of Mahommet, but there are also Nestorian and Jacobite Christians. They are subject to the same Prince that I mentioned, the Great Kaan's nephew. They have plenty of everything, [particularly of cotton. The inhabitants are also great craftsmen, but a large proportion of them have swoln legs, and great crops at the throat, which arises from some quality in their drinking-water.] As there is nothing else worth telling we may pass on.
Naar Kashgar 23 oktober
We kwamen door een plaatsje waar het marktdag was en op de wegen ernaar toe zagen we veel ezelskarretjes, paard-en-wagens en ook enkele karren getrokken door [tweebultige] kamelen. Ik kon dit alles goed zien omdat de chauffeur irritant langzaam reed.
Kashgar 24 oktober
Wandeling door de oude stad [met Atilla (uit Hongarije) en Stephanie (NZ)]; in een zijstraatje kwamen we onverwachts uit bij een 'ticket office' waar we een kaartje werden verondersteld te kopen voor the scenic spots. We weigerden de bespottelijke 30 yuan te betalen, maar nieuwsgierig probeerden we door nauwe, donkere en soms doodlopende steegjes toch in het 'verboden' gedeelte te komen wat uiteindelijk vrij eenvoudig lukte. Het week in niets af van het andere gedeelte van de oude stad.
Kashgar 25 - 31 oktober
Goedkoop, zonnig en lekker eten... ik besloot wat langer te blijven.
Vrijdag (26 okt) liepen er groepen (school)kinderen rond met rode vlaggen, bezems en teiltjes. Ze gingen schoonmaken. Dat had ik een week geleden in Hotan ook al gezien. Daar resulteerde dat in enorme stofwolken.
Zaterdag (27 okt) kocht ik een Russisch - Engels woordenboekje in de Xinhua Bookstore. Bij het afrekenen bleek dat de geletterden in deze stad al even weinig aan rijen doen als wie dan ook. Gewoon vooraan gaan staan en irritant met je geld wapperen is hier de rigeur. De boekwinkel had overigens weinig Engelstalige boeken; er was niet veel meer dan de gebruikelijke woordenboeken en wat lesmateriaal dat bestond uit enkele klassiekers in verkleuterd Engels. Hierna ging ik naar de kapper waar eerst mijn haar gewassen werd, daarna geknipt en vervolgens weer gewassen. Vervolgens werd mijn nek uitgeschoren en mijn neusharen bijgeknipt en voor ik de zaak verliet kreeg ik nog twee wattenstaafjes om mijn oren uit te mesten. Voor dit alles moest ik 5 yuan betalen.
Zondag (28 okt) opgestaan met mijn maag lichtelijk van streek. Weinig gegeten, de geur van hompen geroosterd schapenvlees deed me kokhalzen.
Maandag (29 okt) iets beter, maar nog niet reisfit. Ik liep de stad in, want met de winter in het vooruitzicht had ik me voorgenomen een nieuwe trui te kopen. In het kleedhokje hing een bordje met de tekst: please take care of your own valuables.
Woensdag (31 okt) succesvol kaartjes gekocht [voor mezelf en twee jongens op de dorm die net uit Pakistan waren gearriveerd] voor de slow train naar Urumqi. Het was mijn bedoeling naar Turpan te reizen waar ik wilde overstappen naar Dunhuang [in Gansu], maar de kaartjes waren zo goedkoop (nl 78 yuan en dat voor 1445 km) dat we daar geen punt van maakten. De eerste keus, sleepers, leverde een mei you op met een ongeduldig wapperend handje; vergeet het maar makker. |
|
|
 |
 September 2007
Reis | nieuws
|
03 September 2007 | 09:28:55
 |
Jinghong 1 september
Ook deze stad ligt aan de Mekong, maar om onduidelijke en waarschijnlijk Chinese redenen wordt deze rivier hier de 'Lincang' genoemd [spreek uit: Lintsang].
Meer Chinglish bij het park waar enkele regels voor bezoekers waren opgesteld waaronder:
Pay attention to the vehicle that the expert from the park is driving. Hij is er kennelijk erg trots op.
[valuta update: 1 euro = 10.3 yuan]
Jinghong is de hoofdstad van de Xishuangbanna provincie, een gebied met een voornamelijk Taise bevolking [Tai in dit geval een verzamelnaam voor een ethnische groep die onder andere bestaat uit Thais, Lao en Dai (in China)]. Het heeft nog enkele gebouwen met typische architectuur [ouderwetse dakpannen] en ook enkele wats.
's Avonds liep ik naar de moderne hangbrug op zoek naar de avondmarkt, maar die kon ik niet vinden. Ik liep over een donker afbraakterrein en vandaar onder de brug door naar de andere kant waar ik weer naar boven klom. Daar stonden [op een dijkje] allemaal massagebanken warop in het donker Chinezen gekneed werden. Veel mensen liepen rond of zaten stil in het donker. Surrealistisch.
Naar Dali 2 september
Ik had een kaartje gekocht voor een sleeperbus die om 3 uur 's middags vertrok. Iets of iemand stonk verschrikkelijk in de bus en ik verdacht een oude vrouw die niet ver van mij lag ervan een kist vol met rottende, gistende appels onder haar rokken te verbergen. Gelukkig werd het draaglijk toen we begonnen te rijden en er frisse lucht door de raampjes naar binnen kwam. Tegen de avond stopten we om wat te eten. In een apart gebouwtje was een soort spelonk ingericht als toilet. Waarom de Chinezen overal een verbazingwekkende vooruitgang laten zien behalve als het aankomt op sanitaire voorzieningen is mij een raadsel.
Aankomst Dali 3 september
Ontbeten met een gestoomde deegbal met daarin een klont bruine suiker; heerlijk en het kostte slechts 6 mao [=0.6 yuan].
Internet in Dali [en algemeen in Yunnan] is wat lastig. Het eerste internetcafe dat ik probeerde had een briefje aan de muur dat uitlegde dat je een [digitaal] pasje nodig had en ging door met een volslagen onbegrijpelijke uitleg in Chinglish waar ik niks van begreep en dus probeerde ik mijn geluk in een ander internetcafe. Daar legde iemand me in het Engels uit dat ik dat pasje nodig had; het kostte 10 yuan en ik moest een wachtwoord invoeren. Het meisje van het internetcafe noteerde ook mijn paspoortnummer. Het pasje is in heel Yunnan bruikbaar, maar niet daarbuiten. Een man uit Beijing vertelde me dat het met de politie te maken had en waarschijnlijk zit er dus een hele batterij spyware achter die precies in de gaten houdt wie welke internetsites heeft bezocht... In Jinghong [ook Yunnan] had ik de beheerder ook in de weer gezien met een pasje en ik denk dat voor buitenlanders soms een apart pasje van het internetcafe zelf gebruikt wordt.
Verder heb ik er helemaal geen problemen mee dat China een politiestaat is. Zeker niet als ze een manier zouden vinden om de Chinezen met hun mond dicht te laten eten. Ik word namelijk hoorndol van dat gesmak.
Dali 4 september
Aanhoudende regen. En het is verrassend koud..!
Ik kocht een boek van Sun Tzu: The Art of War. Ondanks het feit dat het werkje zo'n 2500 jaar oud is, nog steeds erg bruikbaar in China. Volgens de Rough Guide [ed. 2005]: A favourite with the modern business community.
Ik deelde een hotelkamer met Tsubasa, een Japanner die ik in de bus naar Dali had ontmoet. Hij sprak vrijwel geen woord Chinees, maar kon het redelijk lezen omdat een groot aantal karakters ook in het Japans [Kanji] wordt gebruikt. Toen we zaten te eten pakte hij het hoesje van de eetstokjes en legde de karakters uit: 'heet', 'vuur', 'doden', 'ongedierte'. Of iets in die trant. Waar het op neerkwam was dat hij direkt zag dat de stokjes gesteriliseerd waren. Japans is overigens niet met het Chinees verwant en is zeer verschillend. Het [Japans] is bijvoorbeeld niet tonaal.
Naast het boekje van Sun Tzu had ik ook de Tao Te Ching gekocht met de Chinese en Engelse tekst naast elkaar en zo kwam ik erachter dat ik een flink aantal Chinese karakters kon indentificeren door ze direkt te vergelijken met de Engelse tekst. Opvallend daarbij was de mate van interpretatie die voor de Engelse vertaling noodzakelijk was. Het Chinees kent namelijk geen vervoegingen [meervoud, tijden etc] en een setje van drie karakters kan soms een hele Engelse zin opleveren.
Voor de mensen die zich afvragen hoe Chinezen in internetcafe's te werk gaan: er zijn speciale programma's geinstalleerd die pinyin omzetten in karakters. Omdat er meerdere karakters per lettergreep zijn, komen de karakters in volgorde van meest voorkomend gebruik naar voren...
Dali 6 september
Het plan was naar Zhongdian te bussen, maar mijn was met mijn enige lange broek was nog niet droog. Het regent gewoon door. In Zhongdian regent het ook en in Litang ook en in Kangding ook... Ik ben het zat om onder een paraplu te lopen!
Gelezen in James Hiltons Lost Horizon.
Naar Zhongdian 7 september
's Morgens door de regen naar de bus [proberend mijn rugzak droog te houden met mijn ontoereikend parapluutje].
Lunch bij een typisch Chinees wegrestaurant: diverse potten waar je uit kan kiezen en een grote pot waar je zelf rijst kan opscheppen. Rokerig, donker en bedompt. Voedselresten op de grond [botten en dergelijke]. Ik wilde een schep vlees, maar kreeg een bord vol varkensvet dat ik naar binnenwerkte met een kom rijst. Nadat we de Yangzi rivier verlaten hadden reden we de bergen in. Schilderachtige dorpjes en vrouwen met merkwaardige vierkante hoofdtooien die in de velden werkten. Nadat we een pas hadden overgestoken veranderde het landschap in een soort Schotse hooglanden: grassig met moerassen en yaks! De eertse chorten met gebedsvlaggetjes en houten rekken waar stro op gedroogd werd; die laatste zagen eruit als een soort klimwanden voor rekruten. De architectuur is iets anders dan ik in de rest van de Tibetaanse wereld heb gezien: huizen met schuine daken wat te maken moet hebben met de regen die hier aan de uiterst westerse kant van het plateau overvloediger valt dan elders [zoals Ladakh, Lhasa etc die in de regenschaduw van de Himalaya liggen].
Zhongdian wordt stevig gepushed als het verloren gegane Shangrila: zelfs de bewegwijzering geeft de afstand naar 'Shangrila' weer en opeens reden we over een driebaansweg Zhongdian binnen, een driebaansweg in de kennelijke verwachting dat de toeristenbussen binnenkort in file komen aanrijden. In het oude centrum werden overal nieuwe 'oude' huizen gebouwd.
Tot dusver heb ik niets in Hiltons roman gevonden wat wijst op Zhongdian als kandidaat voor Shangrila; in tegenstelling, het boek suggereert dat het in het Kun Lun gebergte ligt [enkele duizenden kilometers hiervandaan], vlakbij een berg die Karalpak [of zoiets] heet. Dat laatste klinkt meer Centraal Aziatisch...
Zhongdian [Gyalthang in het Tibetaans] 8 september
's Morgens verhuisde ik van het Youth Hostel [populair bij Chinese backpackers, maar waar ik toch wat moeite had met de al even Chinese wc's, dat wil zeggen wc's zonder deurtjes] naar een bijzonder schilderachtig guesthouse in de oude stad. Het had een ouderwetse kachel in het midden van de woonkamer en het schemerdonker, de krakende houten vloeren en de geur van de kachel zorgden voor een deja vu met de homestays waar ik gelogeerd had tijdens mijn trektochten in Ladakh.
Ik bezocht [met twee Japanners] het Ganden Sumtseling klooster dat iets ten noorden van Zhongdian ligt. Het is het grootste Tibetaanse klooster in Zuidwest China. Buiten veel klingelende belletjes en de gebruikelijke vlaggemast met een lange wapperende gebedsvlag.
Binnen weer talrijke voorbeelden van tantrische Tibetaanse religieuze kunst. Op een van de wanden een schildering van een zwarte olifant die over een pad een berg opgaat. Gaandeweg verandert hij in een witte olifant en bovengekomen wordt hij bestegen door een monnik. Iets verder zweeft ook een andere monnik door het blauwe zwerk. Wat het te betekenen had wist ik niet. Verder mandala's, demonen, wachters en natuurlijk veel Boeddha's.
We liepen door achterafsteegjes naar een heuvel achter het klooster waar een takkenbos met wapperende gebedsvlaggetjes stond. Enkele honderden meters onder ons zat een monnik in het groene gras op een enorme hoorn te blazen met achter hem grazende yaks. Toen we terug kwamen bij het klooster zagen we een grote groep monniken een processie oefenen met drums, grote toeters waarbij sommigen van hen de gele mutsen droegen [Gelukpa]. Het kwam niet zo goed uit de verf omdat ze omsingeld waren door ratelende graafmachines en vrachtwagens.
Zhongdian 9 september
Noedels met yakvlees. Buskaartje naar Xiangcheng gekocht net over de grens met Sichuan. Op een bord aan de muur hingen prijzen van andere bestemmingen waaronder Lhasa. Ik vroeg de vrouw achter het loket of ik ook een kaartje naar Lhasa kon kopen.
Not for you, zei ze.
Naar Xiangcheng [Chaktreng in het Tibetaans] 10 september
Om zes uur opgestaan en in het donker naar het busstation gelopen. Na een wat chaotische start reden we om zeven uur weg met een bus vol vrolijke Tibetanen. Ergens halverwege stopte de chauffeur de bus en vertelde me dat ik 20 yuan moest bijbetalen en nadat ik aanvankelijk weigerde, betaalde ik uiteindelijk toch bij toen een paar Tibetanen duidelijk maakten dat zij ook 20 yuan betaalden. Ik kon niet achterhalen wat de reden was van deze plotselinge prijsverhoging. Niemand sprak Engels. Als om het goed te maken begon de bus later Tibetaanse liederen ten gehore te brengen. Heel wat beter dan Thaise kleuterpop! Bij enkele hoge passen werd er bij het passeren van de gebedsvlaggetjes door de passagiers een soort Tibetaanse yel gedaan.
Xiangcheng is een wereld van verschil met Zhongdian. Het busstation was een omheinde modderplaats met loslopende yaks en varkens, maar er is ook een hoop Chinese nieuwbouw. Ik liep naar het klooster langs de hoofdweg en onderweg had ik een mooi uitzicht op de traditionele huizen en oude bakstenen uitkijktorens. Deze laatsten lijken op ouderwetse fabriekstorens. Bij het klooster werd ik door twee oudere monniken uitgenodigd naast hen plaats te nemen op een muurtje. Ze spraken geen woord Engels en volgens mij ook maar heel weinig Chinees. Een van hen wees naar mijn arm en begon te lachen. Vervolgens tilde hij mijn broekspijp op om te kijken of mijn benen er ook zo apart uitzagen. Tenslotte pakte hij mijn bril van mijn neus en keek er verbaasd doorheen.
Terug aan de hoofdstraat vond ik zelfs een internetcafe en terwijl ik dit schrijf lijkt het wel of ik overal steeds een zwakke, maar onmiskenbare geur van menselijke uitwerpselen ruik... achter de Chinese facade zit kennelijk nog steeds een Tibetaanse riolering...
's Avonds gegeten in een restaurantje met op het raam de tekst: Good restaurant run by good-looking Chong Qing girls. Ik had geen idee wat Chong Qing girls waren, maar de voornaamste attractie leek erin te bestaan dat het meisje daadwerkelijk meer dan twee woorden Engels wist.
Xiangcheng 11 september
Het toegangskaartje voor het Bsampeling Monastery gaf de volgende informatie: a great Gelugpa monastery in 1669 that brought almost 313 monasteries (?) into it among Aochu place. It is one of 13 Gelugpa monasteries in Kham. [..] Especially in 1811, Kharibyang Rinpoche was elected as chairman of the Ganden monastery (holder of the Tsongkapa's throne) while had been the tutor of ninth Dalai lama.
Dat je overal en nergens geld moet betalen in China om een boom of een steen te zien is erg genoeg, maar dat ze dan niet de moeite nemen wat aandacht te schenken aan de Engelse grammatica is ronduit ergerlijk.
In 1936, Red army went through this, they had been received great helps from monks. Want van een beetje grammaticaal ondeugdelijke propaganda zijn de Chinezen ook niet vies. En voor wie zijn eigen ogen niet kan geloven: For design of building, sculpture and painting etc. are extremely beautiful. Sterker nog: as a matter of fact, it's a kind of three perfections in our country. Het was inderdaad heel mooi, de schilderijen waren nieuw en fris [ik zag een schilder bezig met miniaturen op een paneel]. In een andere kamer zaten vier monniken te chanten, een sloeg op een trommel met een kromme stok en een ander sloeg met cymbalen. Voor hen lag een man met kousevoeten gestrekt op de grond. In de grote hal liep een jonge vrouw te jammeren en ze richtte smeekbeden tot de goden achter het altaar.
Voor de busreis naar Litang, mijn volgende bestemming, informeerde ik bij het 'busstation' waar drie mannen zaten te kaarten en die me min of meer negeerden. 'Bus naar Litang. Morgen?' Mei you. Overmorgen? You. De drie mannen gingen, zonder me verder een blik waardig te keuren, door met hun kaartspel. In de dormitory ontmoette ik enkele nieuw gearriveerden die vertelden dat ze kaartjes naar Kanding hadden gekocht voor 140 yuan. De bus komt door Litang maar er werden enkel kaartjes verkocht voor Kanding en dus moesten ze de volle mep betalen. Met weinig alternatieven voorhanden besloot ik dan ook maar een kaartje te kopen naar Kanding, maar toen ik terug kwam bij het kantoortje was de deur gesloten met een ketting en een hangslot.
Naar Litang 12 september
Met drie Poolse meisjes ging ik op zoek naar een minibusje en we vonden een chauffeur bereid ons voor 80 yuan [pp] mee te nemen [samen met een Tibetaanse vrouw en een monnik]. Het was een busrit over het dak van de wereld... over de Hazhi Shan, een moerassig kaal land op ongeveer 4500 meter hoogte bezaaid met rotsblokken. Het weer was opgeklaard en ik genoot met volle teugen van de reis. We zagen zwarte tenten van nomadische yak herders met enkele Tibetaanse honden met het formaat van beren, reusachtige monsters. Op enkele bergtoppen lag verse sneeuw.
Met de Poolse meisjes verkende ik Litang [4000 m] en het was overweldigend Tibetaans. Het was of we door een National Geographic documentaire wandelden. Tashideleg!! Monniken in wapperende paarse mantels op motoren, oude vrouwtjes met gebedsmolentjes die kora's liepen om een mani-muur, een hele Tibetaanse wijk die zo uit de Middeleeuwen leek te komen. Het Changqingchun Ker'er klooster met fantastische gele en rode kleuren die fel afstaken tegen de intens blauwe hemel lag boven de stad. Het werd gesticht in 1580 op instigatie van de derde Dalai Lama. We bezichtigden de kamertjes van de derde Dalai Lama en de tiende Pancha Lama die hier geslapen hadden [dat maakte ik tenminste op uit de onduidelijke, want Chinese, uitleg hier van een oude monnik]. Toen we weer naar buiten liepen kreeg ik een appel van een kleine monnik.
Straten vol met kleurrijke Tibetanen, mannen met rode wollen banden en stukken yakbot in hun lange haren gevlochten, cowboyhoeden, leren jassen en natuurlijk de motoren met veel linten en blinkend chroom, want het paard is aan de kant gezet. Paarden zijn vreselijk ouderwets...
Over het hotel was ik heel tevreden [dorm 20 yuan], maar het gemeenschappelijke toilet liet te wensen over. Stromend water is voor veel mensen in deze streek een onbekende luxe en doorspoelen wordt daarom vaak nagelaten. [terzijde: Dit is evenzeer het geval met de publieke toiletten die eenmaal gebouwd aan hun lot worden overgelaten. Water is in deze voorzieningen niet voorhanden.] De hete douche maakte wel weer veel goed, het was namelijk niet bijster warm.
Litang 13 september
Litang ligt in het bergachtige gebied in het westen van Sichuan dat historisch deel uitmaakt van Kham en tot 1949 bij Tibet hoorde. In Kham is een veel groter percentage van de bevolking ethnisch Tibetaan dan in de Tibetaanse Autonomische Regio [TAR].
Na het ontbijt ging ik op weg om het geboortehuis van de zevende Dalai Lama te zoeken, maar onderweg zag ik hoe een straat was afgezet door de politie en na tien minuten wachten kwam er een vrachtwagen langs met een paar gevangenen en militaire bewakers. Voor en achter de vrachtwagens reden politie auto's met loeiende sirenes. [..]
Oh you white crane, please lend me your wings, I will not go far nor linger long, just a short stay at Litang and be back. Gedicht door de zesde Dalai Lama dat een aanwijzing was waar hij zou reincarneren na zijn dood.
Toen ik het huis gevonden had hoorde ik het gechant van monniken en ik keek even door het doek dat voor de lage ingang hing en zag een grote menigte monniken op kussens in het halfduister voor zich uit zitten te murmelen. Nadat ik het doek weer had laten zakken klonk er een uitbarsting van trommels, cimbalen en toeters. Op het binnenplaatsje vroeg ik een monnik naar de geboorteplaats en hij wees me een kleine ingang aan waar ik naar binnenging. Dat was de geboorteplaats van de 7de Dalai Lama. Een donkere, stoffige schuur [of stal] met spinnewebben en stukken hout die achteloos in een hoek waren gegooid. Ik frommelde een paar yuan in de donatiebox en de monnik gaf me een keurige folder in foutloos Engels! We liepen een gammele trap op waar hij me een houten zuil liet zien die omhangen was met witte shawls. Hij wees in de folder waar stond dat de pilaar 'leeuwenmelk' had voortgebracht en groef met zijn handen in de shawls om de pilaar te laten zien. Ik kon maar weinig onderscheiden en zou bovendien toch wel eerst een forensisch rapport willen zien voordat ik zomaar wil aannemen dat het leeuwenmelk was... Hij liet me ook een ruimte zien waar een altaar stond met relikwieen en wees opnieuw in de folder waar een foto te zien was van hetzelfde altaar maar dan met een foto van de huidige Dalai Lama. Die foto was nu verdwenen. Hij maakte met zijn duim en wijsvinger het gebaar van een pistool en zette een boos gezicht waaruit ik opmaakte dat de Chinezen het portret hadden verwijderd.
Buiten waren vier oude vrouwjtes om het huis aan het lopen met hun wentelende gebedsmolentjes. Tashideleg!!
's Middags klaarde het wat op en wandelde ik opnieuw naar het klooster en liep er samen met wat pelgrims met de klok mee omheen. Enkele honderden meters rechts achter het complex lag nog een kleiner klooster en een monnik nodigde me binnen en liet me trots een grote foto van de huidige Dalai Lama zien die pontificaal midden op het altaar stond. Van hier wilde ik verder de heuvels inlopen, maar het begon te regenen en ik liep onder mijn parapluutje terug naar beneden. Nat.
's Avonds overheerlijke yaksteak met aardappelpuree gegeten.
Litang 14 september
Het seizoen is appels en paddestoelen. Als de zon schijnt ligt de yak kaas op het trottoir te drogen. In de kleine werkplaatsen aan de hoofdstraat waren handwerkslieden bezig gebedsmolens te maken en een oude man stond keurend een exemplaar rond te draaien.
Met een Slowaaks stel [Daniel en Monika] probeerde ik de plek van de sky burial te vinden. We liepen de heuvels in links van het klooster en volgden paden tot we een mooi uitzicht hadden over Litang, maar we vonden niets wat op een sky burial plaats duidde. Op de bergen in de verte lag verse sneeuw.
's Middags deden we, na consultatie met Mr. Zheng [in zijn gelijknamige restaurant], opnieuw een poging en dit keer vonden we de plek veel lager en dichter bij de stad dan we gedacht hadden. Er stonden grote palen met wapperende gebedsvlaggetjes.
Toen ik later met Daniel en Monika thee zat te drinken kwamen er af en toe Tibetanen in de deuropening naar ons staan staren. Nomaden, volgens Mr. Zheng.
Litang 15 september
Om een uur of acht liepen we naar de sky burial plaats. Eerst zagen we niets, maar toen we besloten verder te lopen zagen we in de verte een klein groepje mannen: een van hen was gekleed in een witte jas en zat geknield bij iets dat op de grond lag. Een paar meter van hem vandaan zaten drie of vier mannen. Toen we dichterbij kwamen stond een van de mannen op en gebaarde dat we door moesten lopen, waaruit we opmaakten dat we inderdaad met een sky burial te maken hadden.
We liepen verder de boomloze heuvels in en het duurde niet lang of we zagen de eerste lammergieren aan komen vliegen.
Verspreid over de heuvels zagen we overal yaks grazen en in het gras bloeiden fantastisch blauwe bloempjes. Eenmaal zagen we in de verte grote Himalaya-marmotten voor hun holen zitten; door mijn verrekijkertje was ze goed te zien hoe groot ze waren.
Litang 16 september
's Middags nam ik met Daniel en Monika een taxi naar een heilige rots die uitbundig versierd was met gebedsvlaggetjes. In het gras voor de rots zaten enkele Tibetaanse families te picknicken en wij klauterden de rots op waar een paar grote gaten in zaten. In de gaten [of grotten] veel beeldjes [stenen lotusknoppen??] en wierookstokjes. En afval. Weggeworpen plastic flesjes en plastic zakjes. Van de rots liepen we de 15 kilometer weer terug naar Litang langs de weg. Het weer was mooi en het verkeer was niet al te druk en bestond hoofdzakelijk uit motoren en twee-wielige traktors.
Litang 17 september
Een strakblauwe hemel maar koud. Ik sloeg koffie in en muffins; de laatste waren verpakt in plastic dat opgebold was vanwege de lagere luchtdruk hier.
In elk eethuis wordt altijd onophoudelijk thee bijgeschonken. Meestal uit een grote ketel die op een comfoortje staat te zingen. De (groene) thee ziet eruit als het afgietsel van gekookte boerenkool. En zo smaakt het ook.
Naar Kangding 18 september
Om twintig over zes liep ik gehaast naar het donkere busstation, maar het duurde nog een half uur voor we vertrokken. Een vrouw had de leiding; ze bekeek de kaartjes en dirigeerde iedereen naar zijn of haar zitplaats. Ze schreeuwde hard en veel, iets waar ze duidelijk plezier in had. Even na zevenen reden we het stadje uit. De laagstaande zon scheen over de berijpte heuvels en de beijsde ruggen van yaks. Lange schaduwen vielen over een bevroren beekje en de zwarte tenten van herders waar aan alle kanten rook uitkwam.
De bus was een ouderwetse beukbus met gaten in de vloer waardoorheen stof dwarrelde. De bus leek geen schokbrekers te hebben en op slechte stukken [en daar waren er vele van] had het zitten op je stoel veel weg van een rodeo. Toen we stopten voor het middageten zag ik dat mijn enige lange broek geruineerd was; de knieen waren zwart omdat ze geklemd zaten tegen de vieze rugleuning van de de stoel voor mij.
Na de tweede pas [4412m] zagen we enorme besneeuwde bergen in de verte waarvan een grote ijzige piek waarschijnlijk de Gongga Shan (7556m) was. Dichterbij Kangding kregen we een fantastisch uitzicht over de Daxue Shan, of, heel toepasselijk, de Grote Sneeuw Bergen. Kangding is een vriendelijk stadje dat in een nauw dal ligt aan de snelstromende Zhedue He (He is rivier). Modern en Chinees.
's Avonds at ik strange tasting pork, wat voornamelijk leek te bestaan uit rode pepers zodat het voor mij moeilijk uit te maken was of het vlees ook daadwerkelijk vreemd smaakte...
Kangding 19 september
Ontbeten met yak yoghurt en rozijnen op het zonovergoten balkon van mijn guesthouse. Daarna mijn broek uitgewassen.
's Middags de heuvel aan de andere kant van de rivier beklommen. Struikelend over de overal lukraak opgehangen waslijnen met gebedsvlaggetjes. Boven moest ik toegangsgeld betalen wat ik weigerde en ik liep weer terug.
's Avonds at ik traditionele dumplings gevuld met aardappelen en kaas. De 'kaas' bleek tsampa te zijn en de dumplings waren daarom niet te eten. De 'roggewijn' die ik er bij besteld had was niet te drinken. Ik heb het wel gehad met Tibetaans eten. Morgen weer noedelsoep.
Kangding 20 september
Wandeling door Kangding en omstreken. Ik liep naar Nanmo Si [Tibetaans klooster uit 1639, maar recentelijk gerestaureerd] met het gebruikelijke pantheon op de muren geschilderd. Ik zag onder andere neushoorn met hoorns boven op hun koppen, zoals bij stieren. De rechtervleugel was opgevrolijkt met fantastische beelden van demonen etc.
Op de terugweg kocht ik wat eten en een blikje bier. Het laatste kostte twee yuan en ik las: The Chunsuang Beer was brewed successfully by Qingdaoshiyuan Beer Co Ltd. in the twenty one century [ja hoor]. The Lager Beer is suitable for all people and all the seasons.
Dat kon dus niet missen. Alcohol is overigens waanzinnig goedkoop: een liter 'wodka' is al verkrijgbaar vanaf zo'n 1 euro. Nog een wonder dat je niet alle Chinezen op hun kop ziet lopen.
Naar Chengdu 21 september
Nadat ik op het busstation mijn kaartje had gekocht probeerde ik eenmaal onderweg te achterhalen waar in Chengdu we zouden aankomen, want de hoofdstad van Sichuan is tenslotte een miljoenenstad. Huo che bei zhan was het antwoord en dat kon ik vertalen als Station Noord. De busrit van Kangding naar Chengdu was een lange slingerende afdaling uit de bergen en gaandeweg werd het almaar warmer [niet zo gek, want Chengdu ligt op dezelfde breedtegraad als bijvoorbeeld Cairo].
Ik nam bus 16 naar een hostel met dorms [the Mix] dat vol bleek te zitten met backpackers die als trekvogels naar het zuiden trokken om voor de winter in Zuidoost Azie te zijn.
Het verkeer in Chengdu is ook een vermelding waard. Sinds mijn laatste bezoek [in 2005] is de hele Noordelijke Volksstraat [Renmin Bei Lu] opengebroken voor de aanleg van een nieuwe metrolijn. In het straatbeeld ook fietsriksja's en zeer veel elektrische scooters, heel stil allemaal...
Chengdu 22 september
Bezoek aan de Wenshu Tempel, een zen-klooster waar, net als op vele andere plaatsen in China, driftig gebouwd werd aan een nieuwe 'eeuwenoude' vleugel waarvan het betonnen skelet al klaar was. De toegang bedroeg 5 yuan wat ik niet erg zen vond, maar het was in ieder geval wel keurig onderhouden. Het tempelterrein bood naast de eigenlijke tempels ook plaats aan diverse boetiekjes, een theehuis [helaas gesloten] en het mysterieuze Circulation office for Dharma objects. Er was ook een aardig parkje met Ginkgo-bomen en bamboe. Naast het theehuis was een vegetarisch restaurant [eveneens gesloten] dat uitgebaat werd volgens het nieuwe concept van de Buddhist catering culture.
Ik zat een tijdje te praten met een Chinese vrouw die lerares Engels was en haar man, een kunstenaar die vriendelijk glimlachte, maar helaas geen woord Engels sprak. Ze had in het verleden als gids gewerkt en ze vertelde me hoe ze met een groep Duitsers naar Mt Kailash in Tibet was geweest. De reis had twintig dagen geduurd en ze hadden tachtig Tibetaanse kloosters bezocht....
Chengdu 23 september
Net als mijn eerste bezoek [twee jaar geleden] aan Chengdu vond ik het een zeer ontspannen stad en net als toen was het weer onveranderlijk grijs en bewolkt. Ik nam een bus naar het Tianfu plein in het centrum waar het beeld van Mao nu in de steigers stond. De cultus van Mao is tegenwoordig goeddeels verdwenen, maar de Grote Roerganger is door de communistische partij [CPC] nog niet helemaal afgedankt zoals ik in de China Daily [van 18 september] las. Daarin stond een artikel over een aanpassing van de constitutie van de CPC die in overeenstemming zou zijn met Marxism and Leninism, Mao Zedong Thought and Deng Xiaoping Theory...
In het Renmin Park, dat voor de verandering gratis was, dronk ik jasmijn-thee in een van de legendarische theehuizen van deze stad. Ik zat aan een tafeltje met daarop mijn Sichuanese gaiwancha, een brede theekom zonder oren, met een deksel en een schotel. Bij mijn voeten stond een thermoskan heet water zodat ik voor 10 yuan van een bodemloze kop thee kon genieten. Op een vijvertje zaten Chinese gezinnetjes tegen elkaar aan te roeien en tussen de tafeltjes liep een oor-schoonmaker die zijn komst luid kenbaar maakte met een soort metalen strip. DZZZZINGGG!!!
noot: bovenstaande paragrafen schreef ik terwijl een Chinese jongen in het internetcafe tegenover mij eindeloos zat te rochelen en waarbij hij klodders slijm links en rechts van zich op de grond spoog.
Naar Hong Kong 25 - 26 september
's Avonds liep ik naar het treinstation om met de K191 van 22.36 naar Guangzhou [Kanton] te reizen. Voor de hekken stond een wachtende menigte nerveus te schuifelen.
Voor 417 yuan kreeg ik een bovenbed dat ik voor twee nachten en een hele dag mijn territorium mocht noemen.
Ik sliep heel goed en de volgende morgen maakte ik kennis met mijn medereizigers die stuk voor stuk hele aardige Chinezen bleken te zijn. De één escorteerde me naar de restauratiewagon [waar heel middelmatig eten werd geserveerd] en waar hij geduldig bleef wachten tot ik klaar was met eten om me weer terug te leiden naar onze coupe. Van een ander kreeg ik appels en mandarijnen. Ik voerde een paar uiterst moeizame gesprekjes, want ik ben geen Paul Theroux [de reisschrijver die geen trein kan binnenstappen of hij krijgt hele levensverhalen te horen in vlekkeloos Engels].
Hong Kong 27 september
Van Guangzhou nam ik een snelle trein naar Shenzhen die een topsnelheid van bijna 200 km/uur haalde, wat de Chinezen zo snel vinden dat er papieren zakken lagen met het opschrift airsickness bag. Shenzen werd begin jaren tachtig tot Speciale Economische Zone gebombardeerd en met veel succes: de helft van de horloges van de wereld wordt hier geproduceerd. In 1992 hield Deng Xiaopeng hier een rede waar hij de beroemde uitspraak deed; to get rich is glorious. [bron: Rough Guide China ed. 2005] Van het station van Shenzhen liep ik naar de grens [!] met Hong Kong waar ik zonder problemen 90 dagen in mijn paspoort kreeg gestempeld. Daarna stapte ik op de KCR [Kowloon Canton Railway] die me naar het centrum bracht.
1 Euro is bijna 11 Hong Kong Dollar (HK$). Curieus was dat ik na een halve dag al drie verschillende biljetten van twintig dollar had gezien met alledrie verschillende banknamen: Hong Kong en Shanghai Bank (HSBC), de Standard Chartered en de Bank of China. Drukken die hun eigen geld hier?
Ik vond een bed in een hostel in de Mirador Mansions voor 60 HK$. De kamer [twee stapel-bedden in een vierbed dorm met marginaal meer eigen ruimte dan ik had in de trein] had een badkamer ter grootte van een bezemkast met daarin een toilet, een fonteintje en een douche gepropt. Op het bed naast me zat een Amerikaan te telefoneren met het verzoek aan zijn familie om hem dringend geld te sturen. Toen ik een paar uur later terugkwam was hij verdwenen en was zijn bed keurig opgemaakt.
De 'Mansions' zijn bouwvallige monsters met afbladderende verf, lange rijen voor de liften en een bonte verzameling Afrikanen, Pakistanen en Chinezen die op de lagere verdiepingen allerhande handeltjes drijven. Op de hogere verdiepingen is het volgepakt met goedkope hotels.
's Avonds liep ik naar de promenade waar de nachtelijke skyline van Hong Kong eiland aan de overkant [neon]reclame maakte voor grote multinational s.
Hong Kong 28 september
's Morgens kocht ik een kop koffie en een paar muffins bij de 7-eleven en nam dat mee naar de Clocktower vlak bij de Star Ferry naar Hong Kong Island om het daar op te eten. De Clocktower is het enige overblijfsel van het toenmalige Kowloon Railway Station vanaf waar het ooit mogelijk was de trein te nemen naar Europa [in de tijd van Phileas Fogg wellicht]. Nadat ik mijn koffie en muffins op had nam ik de veerboot naar de overkant [1,70 HK$ gepast betalen]. Het was een mooie ouderwetse boot met een houten dek die tussen het drukke verkeer van Victoria Harbour naar de overkant laveerde. Daar liep ik rond tussen de wolkenkrabbers en langs drukke wegen waar auto's heen en weer reden. Uiteindelijk stapte ik op een gammel trammetje dat me weer terug bracht naar de drukke winkelstraten van Hong Kong Island. Een ander fascinerende en volgens mij unieke vorm van stadsvervoer waren de roltrappen die op en neer naar de Midlands gingen, een wijk die halverwege een steile helling ligt. Naar beneden moet je dan weer lopen. Behalve interessante vormen van stadsvervoer was er verder weinig te beleven in Hong Kong.
Hong Kong 29 september
Ik had afgesproken met Megan die toevallig ook in HK was, om te lunchen. We gingen naar een Sushi bar waar allemaal hapjes langskwamen op een lopende band. De hapjes bestonden voornamelijk uit kleffe balletjes rijst met daarop stukjes rauwe vis. Ik vond er niet veel aan.
In het nieuws de demonstraties in Birma en het neerslaan daarvan door de Birmese overheid. Hoewel Hong Kong in 1997 weer met het moederland werd verenigd doet het in vele opzichten nog aan als een buitenwijk van Londen. Er wordt links gereden en in tegenstelling tot het vasteland is er in Hong Kong nog geen censuur.
Xinhua, het Chinese persbureau berichtte ook over Birma: China expects Myanmar could commit itself to improving the living condition of people, safeguarding the rapprochement among different ethnic groups so to resume peace and stability as soon as possible. En: China hopes international media could make objective reports, "do not add fuel to the fire" and report the situation as it is.
Vertrek uit Hong Kong 30 september
Ik nam opnieuw de KCR naar de grens en aan de Chinese kant, in Shenzhen, was het zeer druk vanwege de nationale feestdagen [eerste week van oktober]. Overal stonden toergroepen met hun reisleiders te dringen, maar gelukkig was het Intercity treinstation niet zeer druk. Het was opvallend hoe slechts enkele honderden meters over de grens er alweer bijna geen Engels gesproken werd. Van de loketten op het station was er geen enkele gereserveerd voor buitenlanders en de man die me hielp deed dat in het Chinees. Er waren [vanwege de nationale feestdagen] geen hard sleepers of hard seats meer beschikbaar en het was misschien ook wel een beetje naief van mij geweest om dat te verwachten. Voor 640 yuan [een rib uit mijn lijf] kocht ik een soft sleeper. Het kaartje hiervoor gaf me toegang tot de speciale wachtruimte waar comfortabele fauteuils stonden. Toen de trein was aangekomen werd ik door een juffrouw naar de trein gebracht en we liepen langs het plebs dat achter de hekken klaarstond om de trein te bestormen. Onder aan de trap stond mijn treinstel klaar zodat ik geen stap extra hoefde te doen. Het verschil tussen hard sleeper en soft sleeper is niet bovenmatig groot: in soft sleeper slapen slechts vier mensen in plaats van zes. Bovendien krijg je een extra kussen en is de wc een westers model [en bovendien onberispelijk schoongehouden en voorzien van wc papier]. |
|
|
 |
 Augustus 2007
Reis | nieuws
|
05 Augustus 2007 | 10:14:11
 |
Reis naar de Cameron Highlands 2 augustus
Eerst naar Tapah, een stadje met veel Indiers, en vandaar met een rammelbus naar Tanah Rata in de hooglanden en door de jungle.
Cameron Highlands 3 augustus
Op eigen houtje een jungle-trek ondernomen. De jungle hier is een soort oerwoud voor beginners: geen muskieten, geen bloedzuigers, geen mieren, geen steekvliegen, overal bordjes die de weg wijzen naar watervallen en Chinese tempels en een bijzonder mild klimaat. Het niveau is ongeveer Hoge Veluwe of de Papendaalse Bosrand. Toch wist Jim Thompson, handelaar in Thaise zijde, hier in 1967 te verdwijnen zonder een spoor achter te laten. Iets wat iedereen hogelijk verbaasde. Wikipedia schuift de theorie naar voren dat hij in een dierenval van de inboorlingen zou zijn getrapt. Ik denk het ook.
Ik liep naar de Chinese tempel Sam Poh die heel sober was ingericht. Midden in het voorportaal zat een enorme dikbuikige boeddha. Ik liep terug langs de golfbaan waar voornamelijk oude Chinezen tegen ballen stonden te meppen.
's Middags dronk ik thee met scones. Met echte boter en zelfgemaakte aardbeienjam. Jummie.
Cameron Highlands 4 augustus
Het was weer een stralende dag en ik liep door het bos naar de Boh Theeplantage. Het laatste stuk volgde ik een bochtige weg naar boven tot ik bij he bezoekerscentrum uitkwam. Op een winderig terras dronk ik een paar koppen thee met appelgebak terwijl onderdelen van het terras om mijn oren vlogen. Na deze hartversterking bezocht ik de fabriek waar ik weinig van begreep en waar machines [met bijvoorbeeld een Lindsay fermenter] vooral eindeloos bezig leken thee te schudden waarna een lopende band de thee naar een volgende machine bracht die de thee weer opnieuw begon te schudden. Heel saai allemaal. Het weer was nog steeds fantastisch en dus wandelde ik welgemoed hetzelfde stuk weer terug.
En weer verder 6 augustus
Ik nam de bus naar Butterworth die om 8 uur zou vertrekken. Volgens mijn berekeningen zou ik dan net op tijd aankomen om de trein naar Bangkok van 14.20 te halen [of 14.00, dat was niet helemaal duidelijk, maar het was in elk geval de enige trein naar Bangkok] en wat in de praktijk meestal betekent dat ik die trein net zou missen. De buschauffeur leek uit een geslacht van voermannen of veedrijvers te komen: iemand die gewend was aan het tempo van sukkelende ossekarren. Vijftien minuten nadat we hadden moeten vertrekken was hij nog steeds bezig een andere bus te repareren. Ik vroeg het meisje achter het loket of hij niet beter onze bus zou kunnen gaan besturen en of ze geen gespecialiseerd personeel hadden om bussen te repareren. Even later vertrokken we dan toch.
We kwamen om 13.20 aan in Butterworth en ik liep naar het treinstation dat op mij een rustige om niet te zeggen uitgestorven indruk maakte. Er was zelfs geen rij, maar toen ik vroeg of er nog plaatsen waren in de trein naar Bangkok bleek dat het geval en voor 112 ringgit kocht ik een tweedeklas kaartje. Er was zelfs genoeg tijd voor lunch en daarna kocht ik voor mijn laatste ringgits sinaasappelsap en pinda's.
Toen ik op het perron kwam, zag ik dat de trein uit een locomotief en slechts drie treinstellen bestond en deze waren grotendeels leeg. Het station was al even weinig indrukwekkend.
's Avonds nadat we de grens gepasseerd waren, kwam een mannetje mijn bed opmaken. Met lakens, een kussen en een dekentje was ik gerieflijk geinstalleerd voor de nacht. De wagon [gebouwd door het Zuid Koreaanse Daewoo in 1996 en met autogordels om de opbergvakken te zekeren] was voorzien van airconditioning, gordijntjes, een toilet met wc-papier en een fonteintje met zeep...
Naar Bangkok 7 augustus
's Morgens lag ik geruime tijd te genieten van het voorbij glijdende landschap van rijstvelden waarin grijze ooievaars rondpikten en met op de achtergrond karstgebergte. Rond een uur of tien kwam de trein aan op het Hualamphong station in Bangkok.
De geschiedenis van Thailand [deel I]:
Siam was the name of Thailand prior to 1942.
The world first noticed Siam in 1829 when an English trader named Robert Hunter brought the famous twins, Chang and Eng, to Europe and America for a series of exhibitions. Chang and Eng eventually settled in the United States where they married two American sisters and left behind large families. They died in 1874.
Uit Thailand Handbook, Carl Parkes; Moon Travel Handbook 3rd. ed. 2000
Bangkok 9 augustus
Banglamphu, het gebied rond Khao San Road in het midden van Bangkok, is mijn comfort zone. Ik heb er mijn favoriete eetstalletjes en 's morgens drink ik een paar expresso's terwijl ik de Bangkok Post lees. 's Middags surf ik op het internet in het goedkoopste internetcafe in dit gedeelte van de stad. Ik weet dat het het goedkoopste internetcafe van de stad is, want het stikt er van de Israeli's...
Terwijl duizenden toeristen op de zuidelijke stranden liggen wordt niet ver daar vandaan een oorlog uitgevochten. Elke dag lees ik in de Bangkok Post over aanslagen in het islamitische zuiden wat de laatste paar jaar geresulteerd heeft in meer dan 2000 doden. Bovendien heeft het land afgelopen jaar een staatsgreep achter de rug gehad en is nu de staat van beleg van kracht. Het toerisme lijkt er nauwelijks onder te lijden: dit is Thailand, het land van de glimlach. Als je niet weet wat je moet doen of hoe te reageren: glimlach. Als een corrupte politicus het land leegrooft: glimlach. Als deze corrupte politicus door het leger wordt verjaagd: glimlach. Als de koning hier zijn goedkeuring aan hecht: glimlach. De koning is immens populair en toen hij zestig jaar geregeerd had liep de ganse natie in gele shirts op elke maandag, iets wat nog steeds voortduurt. Als je naar de film gaat moet je opstaan voor het volksllied terwijl op het scherm beelden van de beminde vorst worden vertoond. Toen het noorden van het land geplaagd werd door droogte [in 1955] bedacht de koning [of eigenlijk een door hem aangestelde uitvinder] een manier om het te laten regenen door raketten in de wolken te schieten. Tot dan toe was de meest beproefde methode om regen te maken het ronddragen van een natte kat in een rieten mand. In 1974 werd de nieuwe methode succesvol toegepast.
Het regent nog steeds.
Bangkok 10 augustus
De Bangkok Post berichtte vandaag over een Thaise jongeman die in Taiwan was overleden aan een nachtmerrie: Nightmare Death Syndrome is recognised as a leading cause of death in young men in Thailand (..), but the largest number of such deaths occur in North East Thailand. Drie keer raden wat mijn volgende bestemming is...
Naar Phimai 11 augustus
Om half negen nam ik een stadsbus naar het station [7 baht] om daar de trein te nemen naar Khorat, maar toen ik daar aankwam bleek de trein vol te zijn. Het was beter, zei een man aan de informatiebalie, om de bus te nemen. Ik kon de metro nemen vanaf het treinstation naar het busstation en omdat ik nog niet eerder gebruik had gemaakt van de ondergrondse van Bangkok besloot ik deze raad op te volgen. De metro was niet goedkoop [39 baht], maar het leek dan ook op een moderne luchthaven. Het was opvallend rustig en omdat er ook maar één enkele lijn was zou het wel niet de oplossing gaan brengen voor de verkeerschaos die de Thaise hoofdstad plaagt. Helaas was het nog een heel eind lopen naar de [reusachtige] noordelijke busterminal en toen ik daar aankwam bleek alles in het Thais, iets wat natuurlijk niemand kan lezen en daarom niet zo handig is. Bij een informatiebalie vroeg ik of er een directe bus naar Phimai was en ik was verbaasd toen dit het geval bleek. Dat scheelde weer een keer overstappen in Khorat waarbij je dan ook nog van het ene busstation naar het andere moet, want één busstation was toch iets te eenvoudig gedacht. Bij een foodcourt wilde ik wat eten en ik vroeg een vrouw wat voor vlees ze verkocht. Chicken, zei ze. Dat was duidelijk niet waar: kippen hebben geen varkensoren.
Phimai 12 augustus
's Morgens bezocht ik het Historische Park in het midden van het plaatsje dat bestond uit Khmer ruines. Er stonden grote bomen die welkome schaduw boden. Verweerde scheefgezakte en met korstmossen bedekte muren en fundamenten. Enkele bouwwerken waren ingestort en bestonden uit puin, resten van pilaren, reliefs etc. en wortel schietende bomen.
's Middags liep ik naar de Banyan boom en kwam langs een stalletje met Thaise koffie. Omdat men ook hier de ongelukkige keus heeft gemaakt (bijna) alles in het Thais op te schrijven kan ik hoegenaamd niets lezen. Ik gaf haar 12 baht, maar ze gaf me 2 baht terug. Ten baht, zei ze, wat maar weer bewijst dat niet alle Thais leugenachtige afzetters zijn. De Banyan boom stond een eind buiten het stadje. Het was een reusachtige wurgvijg of een Ficus benjamina linnaeus die een oppervlakte bedekte van 35000 vierkante voet [!] en een geschatte leeftijd had van 350 jaar. Het was niet duidelijk waar de boom begon of waar hij eindigde; het was in feite een heel bos [maar toch één boom, een bijna theologische uitleg] waar je doorheen kon lopen. Midden in de 'boom' stond een tempeltje en in de buurt probeerden veel waarzeggers en handlezers de toekomst te voorspellen.
Ik hield mijn handen stijf in mijn broekzakken.
Phimai 13 augustus
Bezoek aan het museum waar [onder meer] het beeld stond van Jayavarman VII dat oorspronkelijk in het Historische Park gevonden was [in het park valt nu een replica te zien]. Jaya VII was koning en één van de grootste bouwheren van het Khmer imperium uit de 12e eeuw. Het beeld van de koning zit onder een Nagaraya [Koning der Naga's], een veel voorkomend beeld in Khmer kunst waar de Boeddha in meditatie zit onder een zevenkoppige cobra die de Boeddha tegen de regen beschermt. Jaya VII was boeddhistisch, wat overigens uitzonderlijk was in het overwegend hindoeistisch Khmer rijk. De zelfde naga's [als motief] komen ook voor in het Historische Park waar ze een 'brug' versieren.
Op weg naar een internetcafe kwam ik langs een [moderne] Thaise wat en het viel me op dat veel van de decoratieve elementen ook terug te vinden waren in de artefacten die ik zojuist in het museum had gezien [behalve natuurlijk de typisch Hindoeistische dingen].
Een ander typisch Khmer overblijfsel zijn de grote vijvers of bassins die nog overal in Phimai zijn te vinden.
Phimai 14 augustus
Wait till the tree has fallen before you jump over it - Thais spreekwoord.
At high tide the fish eat ants, at low tide the ants eat fish - idem.
Naar Nong Khai 15 augustus
De Thaise opvatting van muziek is geen prettige. Wat ook de attracties zijn die de toeristen naar Thailand brengen, Thaise muziek valt daar zeer waarschijnlijk niet onder. In de bus naar Udon Thani vond de buschauffeur halverwege dat het al weer te lang te stil was geweest en werden we onthaald op luide Thaise muziek. Misschien is het een soort van geboortebeperking. Ik weet het niet. Het klinkt als de zachte muziek die je normaal in supermarkten hoort. Maar dan heel hard.
De busreis van vandaag ging in drie etappes: Phimai naar de snelweg, ongeveer een half uur, 13 baht, vandaar naar Udon Thani 4,5 uur, 160 baht en uiteindelijk naar Nong Khai 1 uur, 40 baht.
Nong Khai ligt aan de Mekong die hier de grens vormt met Laos. Aan de waterkant staat een wat met op het dak een grote gouden boeddha die over het brede water uitkijkt. [noot: het woord 'wat' laat ik zo staan omdat het niet goed vertaalbaar is; het is een tempel, maar tegelijk ook een klooster, het is meer een soort instituut en bijna elk dorp heeft er wel één. Het is de plek waar de mensen eer kunnen bewijzen aan hun god en waar ook monniken leven. Het is normaal [voor een man] om een bepaalde tijd als monnik in een klooster door te brengen.
Nong Khai 17 augustus
In de Wat Po Chai staat de Luang Po Pra Sai, een gouden Boeddha-beeld dat afkomstig is uit Laos. Het rondsjouwen van Boeddha-beelden was nogal een hobby in deze streek. Aan het beeld worden veel wonderen toegedicht.
Binnen in de tempel waren de hoge muren bedekt met moderne beeldverhalen die de geschiedenis van de [oorspronkelijk] drie gouden beelden lieten zien: het gieten van de beelden, een grote veldslag, het vervoer van de beelden als oorlogsbuit naar Thailand, een zinkend vlot en de bouw van de tempel voor het overgebleven beeld. Het derde beeld werd naar Bangkok verscheept. Er werden ook pogingen ondernomen het huidige beeld naar Bangkok te vervoeren, maar tot twee maal toe mislukte dat; er was geen beweging in te krijgen. Dat was een wonder besloot men en het beeld bleef in Nong Khai.
Terwijl ik de tekeningen bekeek stroomden busladingen Thais in gele t-shirts naar binnen om een wai te doen voor het beeld.
Nong Khai 18 augustus
Op het internet probeerde ik Chinees te leren wat een weinig aantrekkelijk voornemen was, want sommige klanken zijn volgens mij alleen goed onder de knie te krijgen met een pianosnaar om je keel waar twee Chinezen aan lopen te trekken [het resultaat is dan bijvoorbeeld 'shrrgh' wat in China begrepen wordt als het getal 'tien', het werkwoord 'zijn' en nog een dozijn andere begrippen zoals een 'stinkend duizendjarig ei', ik noem maar wat]. Ik ben al eerder in China geweest en weet dus dat het een volstrekt hopeloze onderneming is.
Gegeten bij een Lao/Thais restaurantje aan de Mekong. Stukjes varkensvlees met kleefrijst [='sticky rice']. Een vrouw kwam aanzetten met een rieten koker. 'Wat moet ik daar nou weer mee?' vroeg ik. maar toen ik het openmaakte bleek er de plakrijst in te zitten. Bovendien stonk de Mekong. Waar is de wc-eend?
Ik ben ook tegen het Boeddhisme. Ik bedoel, na meer dan 2 miljoen jaren evolutie zijn we eindelijk in staat sudoko puzzels op te lossen. Maar het oplossen van sudoko puzzels is lijden, zegt de Boeddha.
Oh.
Naar Laos 19 augustus
Met een toek-toek naar de Friendship Bridge die de beide landen met elkaar verbindt. Daar werd ik aan de Thaise zijde uitgestempeld en nam ik een bus die me de brug overreed. Aan de Laos kant moest ik een applicatie invullen en 36 dollar overleggen in ruil waarvoor ik een visum voor dertig dagen kreeg. Bovendien werd de stempel keurig in mijn paspoort geplaatst wat niet onbelangrijk is, want ik heb nog maar 9 pagina's over in mijn dubbeldikke [64 pagina's tellende] paspoort...
De Franse invloed is hier nog terug te vinden in het feit dat er rechts wordt gereden, bordjes met 'boulevard Khouvieng' en 'avenue Lan Xang', lekkere baguettes [stokbroden], en winkels met uithangsborden waarop 'bijoux' of 'tailleur' staat. Een andere Franse erfenis is gek genoeg de naam: de 's' van Laos is er door de Fransen aan geplakt.
Dat er hier rechts wordt gereden is niet zo voor de hand liggend, in Mozambiek (voorheen Portugees) en Indonesie (voorheen Nederlands) werd bijvoorbeeld in beide gevallen links gereden. Nu dus voor het eerst sinds Rwanda weer rechts aanhouden en goed uitkijken bij het oversteken!
Vientiane is tegenwoordig een moderne stad, maar vergeleken met bijvoorbeeld Bangkok of Ho Chi Minh City is het provinciaal. Het heeft ook niet de 7-elevens die steden in Thailand domineren. Ik vond wel een soort supermarktje met airconditioning waarvan de rekken gevuld waren met exemplaren van de Bangkok Post, maar de meeste dateerden nog van juli!
Veel backpacker-volk hier en het kledingvoorschrift van de mannelijke backpacker is zo te zien een Beerlao t-shirt met teenslippers.
[monetaire update: 1 euro is ongeveer 13.000 kip]
Vientiane 20 augustus
Opgestaan en me geschoren. Daarna nam ik een douche en trok mijn lange broek aan en een schoon shirt. Vandaag wilde ik naar de Chinese ambassade en dan kan het nooit kwaad er netjes uit te zien is mijn filosofie. Ik ontbeet met heerlijke lao koffie en muesli met fruit. Daarna huurde ik een fiets voor 10.000 kip [per dag] en fietste naar de Chinese ambassade. Het visum kostte me 32 dollar [geldig voor een maand] en ik zou het over drie dagen kunnen ophalen. Heel recht door zee allemaal. Het kan ook sneller, maar dan kost het meer.
Op de muur van de ambassade hingen oorlogszuchtige foto's met tanks, oorlogsschepen en gevechtsvliegtuigen als een wervingsactie voor militair personeel. Ik vroeg me af wat de boodschap hiervan was.
Toen ik terugfietste zag ik nog een bord met de tekst: Good people don't ruin their country and have manners not to litter thoughtlessly.
Vientiane 21 augustus
Terwijl men op de Chinese ambassade hard aan het werk was om mijn visum te maken had ik alle tijd om wat door de mooie stad Vientiane te lopen en te genieten van het uitstekende Beer Lao. Deze slaperige stad is ook de hoofdstad van het meest gebombardeerde land [per hoofd van de bevolking] ter wereld. Tenminste dat zegt iedereen, want het staat in de lonely planet en dan zal het wel waar zijn. Gedurende de Vietnam oorlog lieten de Amerikanen meer bommen vallen op Laos dan op Duitsland gedurende de tweede wereldoorlog. Tssss.
Vientiane 22 augustus
Omdat de Chinezen nog steeds druk met mijn visum aan de gang waren besloot ik de Ho Pra Keo te bezoeken. Dit was vroeger een tempel waar een Jaden Boeddha bewaard werd, maar later werd dit beeld door de Thais als oorlogsbuit meegenomen naar Bangkok. Binnen was een stoffige selectie beelden te bezichtigen waarvoor ik een toegangsgeld van 5000 kip moest betalen. Weggegooid geld als je het mij vraagt. En wat doet de regering met deze inkomsten?.
F16's kopen hoogstwaarschijnlijk.
Andere bezienswaardigheden zijn onder meer de That Dam, de Zwarte Stoepa. Hier leeft de zevenkoppige draak die de bewoners beschermde gedurende de oorlog van 1828 met Siam.
Vientiane 23 augustus
's Morgens huurde ik weer een fiets [fietsje eigenlijk] en reed daarop weer naar de Chinese ambassade waar ik mijn visum ophaalde. Je zag er niet aan af dat er zoveel dagen werk in waren gestopt. Op de weg terug naar het centrum liet ik voor 7000 kip mijn haren knippen.
Naar Luang Prabang 24 augustus
Als je boeddhisten maar lang genoeg bombardeert dan krijg je [of kweek je] waarschijnlijk een volksaard als die van de Lao. Het lijkt er op dat ze ongelooflijk relaxed zijn. De meeste mensen hebben moeite Laos [of het reizen in dat land] te omschrijven zonder termen als 'rustig' of 'relaxed' [of zelfs 'comateus'] te gebruiken. Het komt voor als een tolerante maatschappij waar mensen glimlachen en zeggen 'no problem'.
Als de airconditioning in de bus niet werkt: no problem.
Staat de muziek te hard: no problem.
Are you going to do something about it?
Yes.
When?
Soon.
De muziek bestaat meestal uit verschrikkelijke Thaise [of Lao] karaoke DVD's en ik zou er niet over begonnen zijn als niet 80 procent van de passagiers buitenlanders waren [het was een VIP bus, ik heb geen zin meer mijn rug te breken als het niet nodig is] en het was duidelijk dat al die mensen zichtbaar leden onder de muziek. Het is een soort Teletubbies disco: het is werkelijk de meest VERSCHRIKKELIJKE muziek in dit deel van de melkweg.
Tegen de tijd dat we Luang Prabang bereikten hadden we bijna drie uur vertraging en reed de bus heel langzaam. Er was iets fout met de remmen en ik hoorde van andere passagiers dat we tenauwernood een frontale botsing met een vrachtwagen hadden gemist. Zeven kilometer voor de stad stopte de bus er helemaal mee en reden we met een tuk-tuk [of jumbo, zoals de driewielige zelfmoord-taxi's in Laos ook wel genoemd worden] het laatste stukje naar de stad.
Luang Prabang 26 augustus
Dit stadje in het noorden van Laos ligt wederom aan de Mekong en staat volgebouwd met tempels [wats]. De rest is guesthouses met als gevolg dat de straten uitpuilen van monniken en toeristen. Een onzalige combinatie mij dunkt.
James McCarthy, Surveying and exploring in Siam, 1900,vertelt het verhaal van de mythologische rivierslang:"it lives only at the rapids, and my informant said he had seen it. It is 53 feet long and 20 inches thick. When a man is drowned it snaps off the tuft of hair on the head [men wore their hair in this manner], extracts the teeth, and sucks the blood; and when a body is found thus disfigured, it is known that the man has fallen victim to the 'nguak', or river serpent, at Luang Prabang.
Urenlang keek ik nippend aan bakjes sterke lao koffie naar het voorbijstromende Mekongwater, maar ik zag niets.
Een andere erfenis van de Fransen is het jeu de boule spel dat vooral gespeeld wordt op een plek naast de aanlegplaats voor de rivierboten en waar de mannelijke bevolking zich verzamelt om hieraan deel te nemen. Dat wil zeggen, dat deel van de mannelijke bevolking dat zich geen satelliet-televisie kan veroorloven, want daar ligt ook de halve goegemeente de godganse dag naar te gapen.
Verder wil ik nog iets kwijt over de kwaliteit van de Laotiaanse dienstverlening. Zoals dat bijvoorbeeld aan het licht kwam toen ik koffie wilde bestellen om het wachten op het watermonster te veraangenamen:
- I'd like to have a lao coffee.
- What?? Een verwilderde blik van het meisje dat bedient.
- Coffee, a lao coffee.
- Oh...
Het meisje begint daarop [terwijl ze me achterdochtig blijft aankijken] met een ander meisje te praten en ik denk: goed zo. Maar tien minuten later is er niets gebeurd en moet ik er opnieuw achteraan. In plaats van het probleem op te lossen, wordt het simpelweg genegeerd, misschien gaat het vanzelf wel weg...
Luang Prabang 28 augustus
Ik huurde een fietsje om wat de stad rond te rijden. Rond was in dit geval ook veel op en neer. Eerst ging ik naar het busstation om informatie in te winnen en andermaal lag het busstation mijlenver buiten de stad. In Vientiane lag het busstation bijna halverwege Luang Prabang en in Luang Prabang ligt het halverwege China... Mijn inlichtingen waren ook niet zo bruikbaar, maar na aanvankelijk naar de luchthaven te hebben getrapt kwam ik toch uit bij het busstation. Daarna wilde ik naar het graf van Henri Mouhot, de Franse ontdekkingsreiziger die Angkor Wat 'ontdekte'. Hij stierf in Luang Prabang aan malaria en als de ketting van mijn fietsje niet gebroken was had ik zijn graf misschien wel gevonden. Maar misschien ook niet, want ik had geen kaart en niemand die ik tegenkwam sprak Engels. Ik liep terug naar Luang Prabang.
In de namiddag dronk ik koffie aan de Mekong en praatte met een van de jongens die daar werkte [er was verder niemand, want het was laagseizoen]. Ik vroeg hem naar de motorfietsen waar jan en alleman op rond scheurt. Het meest populair is de Honda Wave en dan met name de variant die in China wordt geproduceed. De scootertjes worden verkocht voor 4 a 5 miljoen kip wat grofweg overeenkomt met 4 a 500 dollar. De Thaise variant is ongeveer twee maal zo duur, maar is wel van veel betere kwaliteit. De Chinese Honda Wave gaat slechts zo'n twee jaar mee. Aldus mijn informant.
Naar Luang Nam Tha 29 augustus
De bus bracht me zonder veel moeilijkheden naar Luang Nam Tha in ongeveer negen uur. Nadat we gestopt waren voor het middageten in Udomxai werd de weg een stuk slechter wat zo bleef tot de afslag naar Luang Nam Tha net voor de grens met China. Daar verbeterde het wegdek aanzienlijk.
Nadat ik een hotel had gevonden vlakbij het busstation liep ik naar de nachtmarkt waar ik voor weinig geld goed at [en met voor mijn neus een hele schaal geroosterde kippenpoten]. Bij het hotel kon ik ook voor het eerst mijn Chinees weer oefenen, want het werd uitgebaat door Chinezen.
Luang Nam Tha 30 augustus
's Nachts begon het hard te regenen en toen ik wakker werd moest ik naar de wc [een grote fles beer lao voor het slapen gaan, wat wil je...]. Toen ik mijn bed uitstapte, kwam ik terecht in een plas water en snel deed ik het licht aan. Ik zette mijn rugzak op een stoel en zag mijn geldbuidel met waardepapieren die ernaast lag en die ik zo net op tijd kon redden van het wassende water. Als ik door was geslapen zou ik de volgende ochtend een doorweekt paspoort hebben teruggevonden met zonder twijfel rampzalig consequenties...
's Morgens huurde ik weer een fiets, deze keer een roze modelletje en even later kocht ik er een parapluutje [of parasolletje] bij om bescherming te bieden tegen de zon [zonnebrandolie wordt hier tegen buitensporig hoge prijzen aangeboden]. Zo reed ik even later rond: een boomlange buitenlander op en roze kinderfietsje met een zonnebril op zijn neus en een parasolletje in zijn hand. Ik fietste door felgroene rijstveldjes met kabbelende stroompjes, bamboe hutjes, waterbuffels en in de verte in wolken gehulde groene bergen. De dorpjes zijn vaak van de zwarte tai, een etnische minderheid. Bij een marktje zag ik een busje [een songthaw] vol met vrouwen die gekleed gingen in kleurige rokken, kralen en hoofdtooien met veel zilveren munten. Naast het busje lagen rode vlekken betelnootsap dat door de vrouwen uitgespogen was. Er zijn hier ook opvallend veel eenden wat waarschijnlijk wel te maken heeft met de natte rijstcultuur, maar misschien nog wel meer met de smaak van de bevolking voor deze vogels.
Uiteindelijk kwam ik weer uit op een lege snelweg naar China.
In Luang Nam Tha zag ik ook handgeschilderde billboards met krullige lao-teksten. Een exemplaar bij mijn hotel liet een man zien die verleid werd door twee vrouwen met voor hen op tafel enkele flessen bier. Wat is dit? 'Pas op voor vrouwen'? of 'Pas op voor drank'? Een andere toonde enkele militairen waarvan er een door een verrekijker tuurde. Aan hun zijde stonden enkele traditioneel geklede vrouwen en wederom was de boodschap onduidelijk. 'Als je goed je best doet, mag je ook door een verrekijker kijken'? of 'De militairen van de LDR bewaken de eer van onze vrouwen'?
's Avonds werd een programma van de overheid 'uitgezonden' over diverse luidsprekers langs de weg. Ik fietste wat rond en vond het zenuwcentrum van deze naar ik meende in Laos uitgestorven communitstische praktijk: het Information and Culture Department, waarboven aan een hoge mast een luidspreker schalde.
Overigens zijn dit overblijfselen in een maatschappij die in toenemende mate een willige prooi is van de oprukkende 'Thailandisering'. Ook hier: Lang leve de Honda Wave!!
Naar China 31 augustus
's Morgens nam ik de bus naar Mengla, de eerste stad in China. De Laotiaanse zijde van de grens was chaotisch en een bordje met de aansporing in een rij te gaan staan werd massaal genegeerd. Gelukkig was het niet druk waardoor dit slechts een mild frustrerend effekt op mij had. De Chinese zijde was heel anders. Samen met een Amerikaans meisje [de enige andere buitenlander in de bus] werd ik welkom geheten door de Engelsprekende grenswachten. Er werd ons een krukje aangeboden zodat we rustig onze formulieren konden invullen. Ik vroeg de vrouw die mijn paspoort in ontvangst nam of ze niet wilde stempelen op een van mijn acht overgebleven lege paspoortpagina's, iets wat ze heel welwillend deed.
In Mengla haalden we net de bus naar Jinghong en ook dit was heel prettig en efficient: er was zelfs een gecomputeriseerd kaartjessyteem. Wat een fantastisch land. |
|
|
 |
 Juli 2007
nieuws
|
12 Juli 2007 | 05:33:48
 |
Berastagi 1 juli
Op een vluchtheuvel tegenover mijn hotel stond een monument voor de landbouw: een reusachtige groene kool die ik in ongeveer twee seconden had bezichtigd. Deze regio staat bekend om zijn groenten.
Naar het Toba Meer 2 juli
Een reis via Kabanjaho, Siantar en Parapat naar het Toba Meer. In Siantar at ik in een eetstalletje babi pangang, niet het culinaire hoogtepunt van deze reis, en toen ik betaalde wees iemand naar een langzaam rijdende bus: 'Parapat!'. Ik rende achter de bus aan en sprong naar binnen en vond een plaatsje achter een familie met twee kinderen die om beurten in het gangpad kotsten. De maaginhoud van de kleintjes bestond voornamelijk uit rijst zo te zien. Toen we Parapat naderden klom de bus over de kraterrand en had ik vanuit de bus een fantastisch uitzicht over het meer dat 100.000 jaar geleden gevormd werd bij een enorme vulkaanuitbarsting. Van Parapat nam ik de boot naar Tuk Tuk waar ik goedkope accommodatie vond met het soort uitzicht dat populair is op ansicht-kaarten en legpuzzels.
Toba Meer 3 juli
Rondje om het shiereilandje gelopen dat volgebouwd is met hotels, restaurants en souvenir winkels. Alles is leeg, want er zijn geen toeristen, al tien jaar lang niet. 's Avonds neemt het een spookachtig karakter aan want alle restaurants zijn gewoon open; er branden vrolijke lichtjes en er klinkt muziek, maar alle restaurants zijn leeg.
Tijdens het eten keek ik uit over het meer en zag vissers die hun netten uitzetten en er dan omheen voeren waarbij ze met een soort ski-stokken op het water sloegen, DZOEMP, DZOEMP, om zodoende de vissen in hun netten te jagen. Duizenden kilometers verderop had ik hetzelfde gezien op Lake Malawi.
Toba Meer 5 juli
Naar Ambarita gelopen via een prettig weggetje langs de kust van Samosir. In Ambarita zijn oude stenen stoelen en tafels te bezichtigen die vroeger gebruikt werden voor stam vergaderingen en rechtspraak. Er waren twee plaatsen waarvan de eerste de meest interessante was. Toen ik het bordje volgde werd ik door een oud vrouwtje naar de plek geleid die tussen [deels traditionele] huizen was gelegen met een uitzicht over het meer. Rond de vergaderruimte stonden beelden van voorouderlijke koningen en één daarvan viel op door een opvallende gelijkenis met de beelden van Paaseiland. Ik ging op een stoeltje zitten om wat schetsen te maken toen een man op me af kwam die vroeg of hij me wat kon vertellen over de geschiedenis. Ik vroeg hoeveel dat zou kosten waarop hij zei dat hoe meer ik betaalde, hoe meer hij zou vertellen. Ik gaf hem 2000 rupiah en vroeg hem me met rust te laten. Tegen de tijd dat ik klaar was met schetsen was ik alleen gelaten en zag ik dat enkele nabij gelegen huizen versierd waren met interessant houtsnijwerk; de palen van de veranda waren op de wijze van Noord Amerikaanse totempalen bewerkt.
Toba Meer 6 juli
De kleine baai overgezwommen naar de overkant. 's Middags een kleine wandeling gemaakt naar Tumok [?] waar een sarcofaag van één of andere koning stond. Voor het stenen graf dat versierd was met primitieve gezichten [beelden waar Von Daniken wel raad mee zou weten] lagen enkele pakjes sigaretten als offergaven. Resten van voorouderverering van de Bataks die nu voornamelijk tot het Christendom zijn bekeerd.
Toba Meer 8 juli
's Morgens wolken die de groene bergtoppen [van Samosir eiland] verhulden. Het was zondag en veel eilanders reden op hun paasbest op scooters naar de kerk. Later het gezang van hymnen dat over het water klonk [want de kerk stond aan de overkant van de kleine baai].
Ik las in een Duitse vertaling van de Reizen van Ibn Battuta die ook op Sumatra was geweest. 'Sie prangt in frischen Grun', schreef hij over het eiland dat hij 'Jawa' noemde. Hij verbleef er slechts 15 dagen, maar wist nog wel te melden dat op dagen dat de Sultan te paard uit ging zijn hovelingen op olifanten reden, maar op dagen dat de Sultan zich per olifant verplaatste zij daarentegen te paard gingen. Weinig bruikbare informatie als je het mij vraagt.
De naam 'Sumatra' is afkomstig van de Indische handelaren die het 'Samudra' noemden, wat Sanskriet is voor Oceaan. Marco Polo bracht 5 maanden door in [de stad] Samudra in 1292 en schreef daarover in zijn boek waarbij hij de naam veranderde in 'Sumatra'. Marco dus.
's Avonds had iemand een DVD opgezet met tradtionele muziek. Bijzonder simplistisch gejengel vond ik dat.
Terug naar Berastagi 10 juli
Via dezelfde route, maar deze keer zat ik aan het raampje en slaagde er zodoende in de koffiestruiken van deze streek te zien.
Berstagi 11 juli
Internet was beestachtig. Eerst viel de elektriciteit uit en later liep mijn computer hopeloos vast. Na anderhalf uur werken was ik weinig opgeschoten [op momenten dat de verbinding wel werkte was deze bijzonder traag] en ergerde ik me wezenloos aan het overbodige personeel dat aanvankelijk een voetbalwedstrijd toejuichte en vervolgens apathisch zat te kijken naar luid schetterende cartoons op een fantastisch werkend televisiescherm. Ik betaalde wat ik schuldig was en liep terug naar het guesthouse waar tegenover mijn kamer een familie was ingetrokken met een dik jongetje dat krijsend en joelend rondrende. Ik stond op het punt om in de keuken een vleesmes te gaan lenen om het moddervette joch wat manieren bij te brengen, maar besloot uiteindelijk dat dat niet werkelijk iets zou oplossen (niet helemaal zeker). Weinig Zen hier vandaag.
In de namiddag kocht ik een kleine doerian die overal op straat verkocht werden. De verkoper hakte het ding open met een machete en toen ik eraan had geroken kocht ik de vrucht voor 4000 rupiah. De geur [sommigen hebben het liever over 'stank'] is bijzonder doordringend en vliegtuigmaatschappijen en dure hotels weren de vrucht dan ook in veel gevallen. Voor mijn kamer at ik het zachte vruchtvlees [het had een zweem van gebakken uiten] en wrikte vervolgens de rest van de vrucht open met mijn zakmes, wat vanwege de harde, scherpe stekels niet zo eenvoudig was als ik gedacht had.
Wikipedia citeert de mysticus Herman Vetterling: These erotomaniacs remind us of the Durian-eating Malays, who, because of the erotic properties of this fruit, become savage against anybody or anything that stands in their way of obtaining it. Fraser writes that upon eating it, men, monkeys, and birds 'are all aflame with erotic fire.' It is a blessing that this fruit is not obtainable in the West, because our store of sexual lunatics is already full to overflowing. We might perish in the foulest of mucks. Vetterling, Herman (2003, first printed in 1923). Illuminate of Gorlitz or Jakob Bohme's Life and Philosophy, Part 3. Kessinger Publishing. p. 1380
Een ander woord dat de Indonesiers overgenomen hebben uit het Nederlands is 'wortel'.
Naar Ketambe 13 juli
Met een minibusje reisde ik van Berastagi naar Kotacane. De weg was zeer slecht met gaten als bomkraters. We kregen een lekke band en de chauffeur wisselde de lekke band voor een exemplaar dat nauwelijks beter was. Gelukkig was het niet ver meer en vlak voor Kotacane verbeterde de weg aanzienlijk. Kotacane ligt in de Atjeh provincie waar een hoop geld [voor wegen etc] beschikbaar is gekomen door de tsunami en het einde van de oorlog. Langs de kant van de weg zag ik een bord waarop gewaarschuwd werd voor hondsdolheid. Van Kotacane was het een ritje van een half uur in een pickup naar Ketambe.
Ik Ketambe nam ik mijn intrek in één van de bungalows van Pak Mus en daar maakte ik kennis met Allen [een Nieuw Zeelander die hier al vaak geweest was en zelfs zijn eigen bungalow had gebouwd tegen de bosrand] en die me vertelde dat moslims niet van honden houden, maar dat er nogal wat rondliepen die vroeger als waakhond hadden gediend toen de GAM [de vrijheidsbeweging van Atjeh] de omgeving onveilig maakte.
Ketambe 14 juli
Allen liet me de waterval zien die daar niet ver vanaf lag en daar zag ik mijn eerste wilde orang oetang. Het dier, een vrouwtje, zat hoog in een boom en leek totaal niet bang voor ons. Volgens Allen typisch gedrag van orang oetangs in een gebied waar niet gestroopt wordt. We keken bijna twee uur lang naar de aap tot we het zat werden.
Pak Mus vertelde me dat tijgers soms naar het dorp kwamen om doerians te stelen. Het doerian-seizoen is hier in augustus. Hij vertelde ook dat zijn broer in het ziekenhuis lag. De jongen had zich in zijn onderbeen gehakt met een machete toen hij in de tuin aan het werk was. Hij lag nu in het ziekenhuis in Kotacane en men vreesde voor zijn been. Pak Mus was evenwel hoopvol, want hij was bij de 'botten-man' geweest en die had gezegd dat het goed zou komen. He very strong magic, zei Pak Mus. De bottenman was niet naar het ziekenhuis geweest, maar had de situatie van zijn broer had vastgesteld met een stok die hij symbolisch voorstelde als het been. Heel interessant allemaal.
Ketambe 15 juli
Met Allen liep ik over de weg naar een fruitboom en onderweg zagen we een pigtail macaque die als hij vlucht afdaalt naar de oerwoudbodem en op deze wijze aan zijn [vermeende] belagers probeert te ontkomen. Dit in tegenstelling tot andere apen die een goed heenkomen proberen te vinden door het bladerdak. Toen we bij de fruitboom kwamen [Eng: a fruiting tree] zagen we een orang oetang en later een zwarte gibbon. Beide dieren bleven lange tijd en waren goed zichtbaar.
's Avonds was de elektriciteit uitgevallen en zaten we bij het licht van een kaars koffie te drinken. Een grote bidsprinkhaan was op de vlam afgekomen en Allen vertelde hoe elke bidsprinkhaan een grote worm in zijn lichaam had die er na zijn dood uit kwam kronkelen. Omdat het stomme beest zich toch al half verbrand had in de kaarsvlam hakte hij de kop van het insekt af en we wachtten op wat komen ging. Aanvankelijk zagen we niets, maar toen Pak Mus met zijn duimen het insekt doormidden brak zagen we daadwerkelijk een grote worm naar buiten komen die kronkelend op de vloer bleef liggen.
In zijn boek The Malay Archipelago schrijft Wallace over Sumatra: In all these Sumatran villages I found considerable difficulty in getting anything to eat. It was not the season for vegetables, and when, after much trouble, I managed to procure some yams of a curious variety, I found them hard and scarcely eatable. Fowls were very scarce; and fruit was reduced to one of the poorest kinds of banana. The natives (during the wet season at least) live exclusively on rice, as the poorer Irish do on potatoes. Wallace ging op Sumatra ook op zoek naar orang oetans,maar kon er gelukkig voor deze apen geen enkele vinden. In een hoofdstuk dat handelt over zijn onderzoekingen op Borneo schrijft hij hoe hij lukraak de ene orang oetan na de andere uit de bomen knalde.
Gunung Leuser NP 17 juli
Trekking met Arwin in het gebied van het Ketembe Research Centre. Dit is eigenlijk verboden terrein, maar vanwege moeilijkheden tussen Aceh en Sumatra (?) ligt het onderzoek tijdelijk stil. Arwin liet me een aanbevelingsbrief zien waarin hij als 'field-assistent' gewerkt had met onderzoekers van de universiteit Utrecht dat hier een langlopend onderzoeksprojekt heeft. Vanwege de 'moeilijkheden' moesten we een eind stroomopwaarts de Alas rivier oversteken. Het probleem was dat bij de normale oversteekplaats (smeer-)geld geeist zou worden. Juist toen we wilden oversteken hoorden we stemmen en zagen mensen in de rivier. We hurkten in onze onderbroeken tussen het riet en wachtten tot ze wegwaren. Arwin wilde een confrontatie voorkomen waar sigaretten of geld van ons gevraagd zouden worden. De oversteek was lastig, maar verliep zonder grote problemen. Even later moesten we ook de Ketambe rivier [ook de Koude Rivier genoemd] oversteken en daarna maakten we een vuur om ons middageten te bereiden en koffie te drinken.
Het laatste stuk naar de kampplaats werd ik belaagd door grote aantallen bloedzuigers en Arwin gaf me tabak dat ik natmaakte met water en op mijn voeten en onderbenen smeerde. Dat leek te helpen. De kampplaats was heel mooi gelegen aan een rivier en Arwin ging vissen terwijl ik het kamp bewaakte tegen makaken. Voor het vissen gebruikte Arwin een net dat aan de onderkant met ijzeren ringetjes verzwaard was. Hij ving niets en kort na het avondeten begon het te regenen. In de tent keken we af en toe naar buiten en maakten ons ongerust over de hoogte van het wassende water.
Elf uur werd ik wakker. You want to see the river? zei Arwin terwijl ik hem door de tentopening naar buiten zag turen. In het licht van mijn zaklantaarn zag ik het kolkende water van de rivier op twee meter van onze tent voorbijrazen. Het gebulder van stenen die door het water meegesleurd werden. De regen hield op en we gingen weer slapen.
Gunung Leuser NP 18 juli
Het water was gezakt, maar was erg bruin. In de hoge bomen tegenover ons kamp zagen we vijf orang oetans waaronder een moeder met jong. Arwin ving drie vissen die we [na de 'jungle pannenkoeken'] in de pan met olie bakten en met smaak opaten. Arwin nam een kop van een vis en stak die in zijn mond. Very nice, zei hij smakkend. Ik stak een andere vissenkop in mijn mond en waarachtig: het smaakte niet slecht. Nadat we de tent hadden ingepakt smeerde ik weer tabak op mijn benen en gingen weer op weg.
Na een half uur lopen vroeg Arwin die geritsel had gehoord: you want to see orang utan? Ach ja, dacht ik, we zijn nu toch al in dat stomme bos. Ik sloeg een paar steekvliegen weg en we baanden ons een weg het oerwoud in. Daar zagen we twee orang oetans: een wijfje dat een nest aan het bouwen was en een mannetje dat fantastisch poseerde op een tak waarvan het ons op zijn gemak bestudeerde. Met mijn kleine verrekijker zag ik zijn gezicht tot in details. Daarna worstelden we [en vooral ik] weer verder waarbij we over een smal steil paadje omhoog gingen. Mijn voeten waren nat geworden en ik gleed onophoudelijk uit op mijn modderige sandalen. Mijn bril was beslagen en ondoorzichtig geworden door het zweet dat er door mijn wenkbrauwen op drupte; de glazen afvegen aan mijn shirt maakte het alleen maar erger. Uiteindelijk liep ik barrevoets met mijn sandalen in mijn hand en met mijn bril in mijn borstzakje. Verder werd ik onophoudelijk belaagd door bloedzuigers, steekvliegen, muskieten en mieren. Arwin bleef af en toe staan om het bladerdak af te zoeken naar apen terwijl ik dan de gelegenheid te baat nam om de bloedzuigers van mijn voeten te plukken. Vaak hoorden we het geruis van neushoornvogels die in grote getale overvlogen en natuurlijk ook de karakteristieke roep verder in de jungle. Het lopen op blote voeten ging verrassend goed en ik hoefde alleen maar uit te kijken voor boomwortels en 'jellatan' [?] of poison weed. Tot twee keer toe werd ik 'gestoken' door deze nare plant; merkwaardig was dat ik dat tot twee dagen na de trek nog kon voelen als ik met mijn hand langs mijn kuiten wreef. Ik denk dat de plant een soort netelcellen in de huid achterlaat...
Uiteindelijk kwamen we uit bij een modderige rivier [de Alas] die we niet konden oversteken vanwege de regen die de afgelopen nacht was gevallen. Ik dronk wat van het bruine water omdat ik erg dorstig was geworden; behalve de koffie bij het ontbijt had ik de hele ochtend niets gedronken. Nadat Arwin vastgesteld had dat we niet door de rivier konden waden, liepen we terug de jungle in om via een pad bij een brug te komen die stroomafwaarts lag. Toen we bij een helder stroompje kwamen besloten we het middageten klaar te maken. Noedelsoep, fruit en koffie. Niet lang na de lunch kwamen we uit de jungle en het was een genot om over keurige paadjes langs de maisvelden te kunnen lopen. Behalve mais ook bananen en cacao-bomen. Tenslotte kwamen we bij een kunstig gebouwde hangbrug en nadat we de rivier hadden overgestoken namen we een minibusje terug naar Ketambe. Einde trek.
Ketembe 19 - 21 juli
In de resterende dagen voerde ik weinig uit. Ik ging 's avonds nog een keer met Allen op zoek naar de 'slow loris', maar ondanks het spookachtige geluid dat we diverse malen goed konden horen, kregen we niets te zien van deze nachtdiertjes. Op een andere avond ving ik een vuurvliegje en kwam er zo achter dat deze diertjes [die veel op fruitvliegjes lijken], een knipperend geel-groen lampje onder hun achterlijf hebben. Het bleef rustig doorknipperen terwijl ik het tussen mijn vingers geklemd hield. Verder zag ik diverse malen vanaf mijn veranda Thomas Leaf Monkeys door de bomen slingeren. Door mijn verrekijkertje bekeek ik deze grappige aapjes met hun vrolijke haardos die maar zelden stil zitten.
Op de laatste dag maakten we nog een wandelingetje naar de bovenkant van de waterval. Allen wilde de watertoevoer van zijn bungalow controleren en ik vergezelde hem omdat ik toch niets te doen had. We klauterden naar boven en omdat de afdaling steil was stelde Allen voor dat ik zou proberen orang oetans te zien. You can try that tree, zei hij en zwaaide met zijn arm naar een boom, and... he! There's one! En warempel, een grote roodbruine aap bewoog zich door het bladerdak en bewoog zich langzaam van ons vandaan.
En dat was nummer tien. Geen gekke score...
Terug naar Berastagi 22 juli
Eerst een pickup naar Kotacane met daarin een reusachtige luidsprekerbox die oorverdovende hip-hop muziek over ons uitstortte. BOEM BOEM BOEM... Kort daarna waren zoveel vrouwen en kinderen ingestapt, dat mij gevraagd werd of ik bovenop het dak wilde gaan zitten [het is ondenkbaar dat vrouwen op het dak gaan zitten]. Ik ging naast een grote mand stinkende doerians zitten wat weer eens wat anders was dan stinkende vis.
In Kotacane nam ik een becak naar een pinautomaat en vandaar [nadat ik de goede nummers had ingetoetst en mijn geld had geincasseerd] naar het busstation waar ik een minibusje vond dat naar Medan ging. De reis was weinig enerverend en eenmaal terug in Berastagi trakteerde ik mezelf 's avonds op een grote fles Bintang en een overheerlijke doerian.
In Berastagi bleef ik een paar dagen omdat ik moeilijk afscheid kon nemen van het koele bergklimaat om meteen weer naar het drukkend hete Medan af te dalen. Ik vond telkens wel een excuus: de eerste dag was het schitterend weer en hing ik mijn natte slaapzak en kleren te drogen terwijl ik 's middags nog wat meer kleren waste. De volgende ochtend was het dan weer buiig en bleken de kleren die ik 's middags gewassen had nog niet droog te zijn. Verder de simpele genoegens van goedkoop internet [voor het nodige onderzoek voor de volgende etappe] en het eten van een bakso mie bij een eetstalletje [Indon. warung]. Omdat Berastagi in een Christelijk dominant gebied ligt met een hoofdzakelijk Batak bevolking, staat hier ook varkensvlees op het menu. Ook leerde ik dat er aanduidingen als B1 en B2 [respectievelijk hondevlees (anjing) en varkensvlees (babi)] gebruikt worden om de moslims niet voor het hoofd te stoten.
En weer terug naar Medan 26 juli
Een stad die door veel reizigers genomineerd wordt als afvoergat van de wereld. De lucht die je inademt lijkt veel op die van een slecht geventileerde ondergrondse parkeergarage, het weer is verstikkend heet en de muggen zijn bijzonder agressief. Een andere grief van veel reizigers is het lawaai dat de moskeeen maken in de vroege ochtend [de meeste mensen zijn hier namelijk half doof vanwege het lawaai van knetterende motoren en schetterende televisies] en voor een stad van deze grootte zijn er opvallend veel stroomonderbrekingen. 's Middags regende het hard, want dat doet het hier ook veel.
Medan 27 juli
Buskaartje gekocht naar Dumai [vanwaar ik de boot hoop te nemen naar Melakka] op het busstation. Er werd daar weinig Engels gesproken en mijn kennis van het Bahasa Indonesia is zeer beperkt. Bij één kantoortje kreeg ik een prijs van 120.000 Rp aangeboden en nadat ik wat had rondgelopen vond ik een ander kantoortje waar de man een zelfde soort kaartje wilde verkopen voor 150.000 wat hij op een papiertje krabbelde. Ik zei hem dat ik verderop een kaartje kon kopen voor 120.000 waarop hij de 150.000 doorstreepte en zonder blikken of blozen 120.000 opschreef. Maar een man die me 30.000 probeert af te zetten, daar heb ik geen zaken mee en ik liep terug naar het eerste kantoortje. Nadat ik mijn kaartje had gekocht vroeg een man waar ik vandaan kwam. Belanda, zei ik [Indonesisch voor Nederland]. Your grandfather, zei hij toen en deed daarna voor hoe iemand met een machinegeweer onschuldige vrouwen en kinderen neermaaide. Ik ontkende dat mijn grootvader ooit in Indonesie was geweest, maar dat begreep hij niet en ik begreep vervolgens weer niet wat hij zei, maar het was allemaal aardigheid en ik nam afscheid met een welgemeend wortel, wat in ieder geval Indonesisch is.
's Middags liep ik naar het museum van Noord Sumatra, maar dat was gesloten.
Vertrek uit Medan 28 juli
Vanwege de aanhoudende regen zag ik ook vandaag weinig van de stad, maar gelukkig klaarde het 's middags rond een uur of drie wat op zodat ik droog het busstation kon bereiken. De bus reed door een grijs, verregende Noord Sumatra met overal druipende palmboomplantages.
Op weg naar Melakka 29 juli
Om vier uur 's morgens werd ik wakker geschud uit een sluimer. Iemand was bezig mijn rugzak de bus uit te sjorren. Dumai? vroeg ik. Het antwoord verstond ik niet. De bus stond langs de kant van de weg naast een paar eetstalletje waar ik beschutting zocht tegen de regen. De situatie: moe, nat, modder, donker, niemand die een woord Engels sprak en vier uur in de nacht. Niet bepaald bemoedigend. Met handen en voeten kwam ik erachter dat dit een kruispunt was op 60 kilometer van Dumai. Misschien zou er een bus naar Dumai vertrekken om 6 uur, maar het geluk was aan mijn kant, want tien minuten later stopte er een bus die naar Dumai zou vertrekken. Een paar jongens maakten het me lastig en wilden 5000 rupiah en even later zelfs 20.000 rupiah en de bus zou wel naar Dumai gaan, niet naar Dumai gaan. Getrek en gesjor, maar ik was het zat en liep naar het raampje van de chauffeur en vroeg: Dumai? Ja, zei de man en ik stapte in zonder iemand iets te betalen en uiteindelijk vertrokken we zodat we een uur later met het eerste ochtendgloren onze bestemming bereikten.
Van Dumai [waar ik niks van zag behalve wat olieraffinaderijen, olietankers en gasfakkels] nam ik de boot naar Melakka over een rimpelloze zee. Het kaartje kostte slechts 160.000 rupiah zodat ik mooi uitkwam met mijn geld en zelfs nog overhield om wat terug te wisselen in Maleise dollars.
Melakka 30 juli
Porta de Santiago, een vreselijk schilderachig Portugees fort dat [nog] niet het slachtoffer is geworden van de Maleise manie om alles wat oud is te verven in frisse kleuren. Nu nog met afbrokkelende muren en met planten die in de voegen groeien. Het door de Nederlanders gebouwde Stadthuys en Christchurch waren wel in de verf gezet en zagen eruit of ze de dag ervoor waren opgeleverd; Christchurch is gebouwd in 1755 of zo, met bakstenen die uit Zeeland werden geimporteerd. Nergens anders in de wereld krijg je zulke mooie bakstenen.
Ik bezocht het museum of Enduring Beauty en dat was zeer interessant: hoe [en waarom] mensen veel pijn lijden om er heel lelijk uit te zien. Een voorbeeld was het inbinden van de voeten van Chinese vrouwen zodat die niet meer konden lopen en vaak vergingen van de pijn. In Ming erotic novels the penultimate test of a loser's [een merkwaardige typo; hier wordt denkelijk lover's bedoeld] addresses to a lady could be gauged [by her] reaction to his touching her foot when retrieving an object deliberately dropped near her. A favorable respons indicated that the suitor could proceed without restraint. If a man ever accidentally touched a woman's foot the consequences could be embarrasingly complicated and serious.
Vandaar stak ik de Sungai Melacca, een stinkende rivier gevuld met grijs rioolwater, over en kwam terecht in Chinatown. Bij de Chinese tempel, de Cheng Hoon Teng of Tempel van de eeuwig groene wolken, raakte ik kort in gesprek met een Chinese vrouw die me vroeg of ik naar de opera voorstelling van die avond zou komen. Ik stemde beleefd toe en ze vertelde dat de opera om acht uur zou beginnen en vier uur zou duren. Het was een onderdeel van vijf verschillende voorstellingen die vijf achtereenvolgende dagen zouden worden opgevoerd.
's Avonds naar de opera in de Chinese tempel. De opera werd gehouden tegenover de tempel zodat [het beeld van] de godin door de geopende deuren de voorstelling zou kunnen volgen.
Melakka 31 juli
In de namiddag liep ik naar de supermarkt waar ik bleef staan voor een koelkast [die apart stond] met non-halal produkten. Ik besloot mezelf te trakteren op een flink stuk peper-paté. Op een bord boven de koelkast stond dat ik moest afrekenen bij kassa drie, want goede moslims raken kennelijk zelfs geen vacuum verpakt varkensvlees aan. Nadat ik nog wat brood en sinaasappelen in mijn mandje had gedaan liep ik naar kassa drie waar niemand achter zat. Bij kassa twee werd ik uiteindelijk wel geholpen, maar ik moest het stuk paté zelf langs de scanner halen! Terug bij het hostel zag ik me genoodzaakt mijn boterhammen met paté meteen op te eten, want in de koelkast in het keukentje mag geen varkensvlees bewaard worden. |
|
|
 |
 Juni 2007
nieuws
|
04 Juni 2007 | 14:30:21
 |
Penang 1 juni
Kopi susu is één van mijn favoriete drankjes hier: redelijk sterke koffie met een klodder zoete gecondenseerde melk onderin. Kopi susu wordt vaak geserveerd in een zogenaamde kedai kopi,
een soort open koffiehuis waarin een aantal eetstalletjes op
symbiotische wijze samenleven. 'Kopi' is natuurlijk afgeleid van
'koffie', maar wordt door de Maleiers zo uitgesproken omdat ze net
als de Filipino's de 'f' niet kunnen uitspreken.
Naar Medan 3 juni
's Morgens nam ik de boot naar Medan. De Maleise immigratie had
bij de paspoortcontrole een bord geplaatst om er bij
de reizigers op aan te dringen geen radioactief materiaal,
explosieven, vuurwapens of dat soort dingen aan boord te
brengen. Zekerheidshalve waren aan het lijstje ook piranha's
toegevoegd.
De overtocht verliep voorspoedig en het water in de Straat van Melakka was heel kalm. Geen piraat te bekennen.
[1 euro = 11800 rupiah]
Straatbeeld: Rommeliger en armoediger dan Maleisie met opelets, minibusjes, en riksja's en motorriksja's, beiden van het zijspan-type.
Medan 4 juni
's Middags nam ik een opelet naar het
immigratiekantoor wat me 4000 rupiah kostte. Ik wilde uitzoeken of ik
het visum dat ik had [voor zestig dagen] kon verlengen. De man die me
aangewezen werd glimlachte heel vriendelijk en zei: no speak English.
Uiteindelijk werd ik te woord gestaan door iemand die een minimale
beheersing van de Engelse taal had en aanvankelijk meende dat ik mijn
visum probleemloos kon verlengen, maar de procedure hield kennelijk ook
in dat ik een Indonesische 'sponsor' moest hebben en een hele hoop
documenten. Ik kon aan het gezicht van de man zien dat het hopeloos was
hier dieper op in te gaan. Weinig wijzer liep ik het kantoor weer
uit en nam een minibusje terug. Vlakbij het hostel stapte ik uit
en gaf de chauffeur een biljet van 20.000 rupiah. De man pakte het geld
aan en reed weg.
's Avonds at ik nasi goreng in één van de warungs [eetstalletjes] op het kruispunt vlakbij mijn hostel. Ik bestelde ook een juice wortel
wat inderdaad een glas wortelsap was. Enkele andere Nederlandse
overblijfselen in het straatbeeld zijn werkplaatsen met bordjes als:
'doorsmeer' en 'knalpot'.
6 juni
Aankomst in Banda Aceh waar ik een bejak nam
naar de haven. De veerboot naar Pulau Weh kostte 60.000 rupiah. Pulau
Weh is zowat het meest noordelijke eilandje van Indonesie net boven
Sumatra. Dat voor de mensen die te lui zijn om op een kaart te kijken.
Pulau Weh 7 juni
In de ochtendschemering moest ik naar de wc waarbij ik een wild zwijn verraste dat daarop woest wegstormde.
Pulau Weh 9 juni
Gesnorkeld en gezien: een octopus, een 'moray eel' en een 'lionfish'.
In de namiddag vliegen er altijd enorme vleermuizen over het water, dit
zijn de zogenaamde vliegende honden.
Iemand had zes barracuda's gevangen en die werden 's avonds op de
barbecue gelegd. De kans dat ik nog barracuda's ga zien [bij het
snorkelen] is dus flink gedaald. Deze roofvis is makkelijk te fileren
met grote stukken vlees en een grote graat. Scherpe tanden en dode ogen.
Het gaat dus heel goed met mijn wereldreis: ik ben al in Indonesie en ik eet vissen uit de zee.
Pulau Weh 10 juni
Blauwgevlekte pijlstaartrog gezien.
Vandaag het bericht dat de fast ferry
stuk was. Aan het avondeten vertelde Iwan dat de licentie van de boot
was ingetrokken. De corrupte verantwoordelijke was gevangengezet. De fast ferry
die ik op de heenweg had genomen bleek niet zo nieuw als het
pasgeverfde uiterlijk deed voorkomen. Eén van de twee had zelfs een
groot gat aan de voorkant, zei Iwan. Daarom vertrekken de fast ferries op tijdstippen dat ze elkaar op open zee treffen zodat in geval van nood het andere schip te hulp kan snellen...
'Ik neem de slow ferry wel als ik vertrek', zei ik. Maar de slow ferry was ook niet zo veilig zo bleek; de vorige was in 1999 gezonken waarbij veel mensen waren verdronken. That time there was no tuna in the market. All the people buy the tuna for gold. Iwan doelde hier op de ringen en juwelen die gevonden werden in de magen van tonijnen die aan de lijken hadden gevreten.
Ik vind Iwan een bezopen naam voor een Indonesier.
Pulau Weh 11 juni
Drie onderwaterschildpadden gezien tijdens het snorkelen. De stomme
dieren zwommen steeds weg. Ze leken wel wat op [onderwater-]roeiboten.
Verder nog een grote 'porcupinefish' [egelvis?] waarover ik ergens las:
Porcupinefish
liver is 500 times as toxic as cyanide. It is apparently the vital
ingredient in the 'coup poudre' used by Haitian voodoo believers to
kill or reduce their enemies to zombies. Ik weet niet goed wat 'coup poudre' betekent.
Pulau Weh 12 juni
Vandaag zag ik een vliegende hagedis. Tussen zijn voor- en achterpoten
had het een waaiervormig vlies en ik zag hoe het van een boom naast
mijn hut naar een andere boom vloog. Een afstand van ongeveer vier
meter. Het had ook een heel apart geel vlies aan zijn keel dat het soms
opspande als een soort windvaan.
Pulau Weh 15 juni
Heerlijke nieuwe vrucht gegeten: de 'sirsak' of 'soursop' [Mal.]. Het
vruchtvlees is heel zacht en smaakt naar vruchtenkwark. Gladde zwarte
pitten. De Indo's noemen het ook wel de Nederlandse doerian [durian belanda] omdat de
vrucht door hen naar hier is gebracht.
Pulau Weh 17 juni
Uit het schoolschriftje waarin ik mijn consumpties bijhoudt:
2 milkcoffee
1 pancake
1 noodle egg veg
1 milk coffee
1 Aqua
1 Tim Tam
1 milk coffee
1 gado gado + rice
1 milk coffee
Pulau Weh 19 juni
Aanhoudend slecht weer. Veel gelezen in mijn hangmat.
Pulau Weh 21 juni
's Morgens yoga gedaan wat nogal tegenviel: ik kan met gestrekte
knieen nog niet eens mijn tenen aanraken. Aan het einde van de sessie
was mijn t-shirt doorweekt en kon ik nog steeds min tenen niet aanraken.
's Middags huurde ik een 'motorbike' en reed naar Sabang om geld
te halen. Onderweg apen gezien bij 'Monkey Rock'. Uit de automaat
haalde ik anderhalf miljoen Rupiah zodat ik er weer even tegenaan kan.
De snelheidsmeter was kapot zodat ik niet kon zien hoe hard ik reed.
Veel te hard waarschijnlijk.
Pulau Weh 22 juni
Naar Rubiah Island gezwommen en daar gesnorkeld in de zogenaamde
'Seagarden'. Heel mooi tafelkoraal en een paar grote scholen
papegaaivissen gezien. We waren met een heel groepje en iemand ontdekte
een rubberen slang die er heel echt uitzag. De slang werd wat heen en
weer gegooid en dat was allemaal heel grappig tot iemand er achter kwam
dat het een echte dode slang was.
Pulau Weh 23 juni
Weer een schildpad gezien!
Pulau Weh 25 juni
Ik
kocht een schaar voor Amir zodat die mijn haar kon knippen. Hij ging
heel enthousiast aan het werk en even later vlogen mijn haren met de
harde wind de Andaman Zee in.
Later ging ik snorkelen en zag
een kleine zeeslang. De zeeslang heeft kleine kaken zodat hij moeilijk
kan bijten; het enige waar hij kan toeslaan zijn de huidplooien tussen
je vingers en je oren. Alle zeeslangen zijn uiterst giftig en ik hield
daarom toch een eerbiedige afstand. Het waaierde door wat zeeegels en
daarna verloor ik het uit oog.
Naar Medan 27 juni
Vertrok
van het eiland Pulau Weh met de 'fast ferry'. In Banda Aceh, de
hoofdstad van de Aceh provincie, nam ik een bejak naar het busstation
om een kaarjte te kopen voor de nachtbus naar Medan. Vandaar was het
niet ver naar de Meshid Raya, de Grote Moskee, die vroeger door de
Nederlanders was gebouwd. Het zag er heel mooi uit, maar helaas was
het alleen toegankelijk voor moslims. De stad is erg conservatief en
bijna alle vrouwen droegen haardoekjes.
28 juni
Aankomst op het
busstation. Van hier wilde ik doorreizen naar Berastagi, maar daarvoor
moest ik eerst naar een ander busstation. Dat busstation [Pinang Baris]
lag er verlaten bij en vertoonde weinig activiteit. Een paar jongens
hingen rond bij een bus die naar Berastagi ging, maar nog geheel leeg
was. Do you like music?
vroeg één van hen en voor ik antwoord had kunnen geven op deze vaag
geformuleerde vraag hadden ze een bandje van Metallica opgezet en
schudde de de bus op zijn grondvesten [ik weet dat een bus geen
grondvesten heeft, maar het klinkt wel goed]. Het was half acht in de
ochtend. Na tien minuten reden ze de bus naar een kruispunt waar ze de
bus uitsprongen en me alleen achterlieten met Metallica. Ik zat aan een
paar knopjes te prutsen om te zien of ik het lawaai zachter kon zetten,
maar er gebeurde niets. Na wat wachten vertrokken we en stapten er
meerdere passagiers in en tot mijn opluchting werd het volume van de
muziek wat omlaag gedraaid. De bus reed de bergen in en het werd
aanmerkeljk koeler. Metallica was nu vervangen door Indonesische
popmuziek en de bus was gezellig vol. Gezellig vol was nog steeds idioot vol, maar niet belachelijk vol.
Berastagi 29 juni
Het weer was bewolkt en ik besloot de
beklimming van de vulkaan een dag uit te stellen. Ik liep over de markt
waar vrouwen groentes en andere plattelandsprodukten aan elkaar
verkochten. Er stonden teiltjes met krioelende krabbetjes en
spartelende vissen. Niet iets wat ik wilde kopen.
Lekker gegeten in een Chinees restaurantje dat Eropah heette.
In de wisma [het hostel] hing een oud berichtje van de Tourism Police van 13 mei 1997 dat de ongevallen op de bergen Sibayak en Sinabang oplepelde:
1983 Twee professoren uit Amerika verdwaalden op de berg.
1986 John Sanders ook uit Amerika viel en werd na 5 dagen gevonden.
1989 Steven Herbert uit Zweden viel en kwam te overlijden.
1993 Paijs J.A. Hubertus uit Nederland viel en kwam te overlijden. Hij werd na 7 maanden gevonden.
1995 Dunkel Wolfgang uit Oostenrijk verdwaalde en kwam te overlijden. Hij werd 2 jaar later gevonden.
1997 Chistian en Hans Eichorn uit Duitsland verdwaalden op 21 maart 1997...
Berastagi 30 juni
Beklimming
van de vulkaan Sibayak die niet ver van Berastagi ligt. Ik ging op weg
met Sjoerd, een twee meter lange Nederlander, en drie Indonesische
meisjes. De drie meisjes hijgden als pakpaarden en haakten al snel af.
De top was heel
spectaculair met razende 'fumarolen', geel uitgeslagen gaten waar
kokendhete stoom uitkwam
en die stonken naar zwavel. Het was mooi weer en even later kwamen de
Indonesische meisjes ook aan. Ze hielden een hele fotosessie waarbij ze
afzonderlijke met Sjoerd op de foto gingen, allemaal met Sjoerd op de
foto gingen, afzonderlijk met mij op de foto gingen en allemaal met mij
op de foto gingen. Daarna daalden we af door de jungle naar de
heetwaterbronnen om
heerlijk een half uurtje in het warme water te liggen. Een heel
prettig dagje uit en lekker wat
lichaamsbeweging gehad.
's Avonds roken mijn kleren naar zwavel. |
|
|
 |
 Mei 2007
Reis | nieuws
|
02 Mei 2007 | 15:56:26
 |
Naar Luxor 1 mei
Ik was opgestaan om 5.30 en liep in het donker naar het plein [Midan Tahrir] waar ik op de bus stapte die daar om zes uur langskwam. Na een korte stop in el-Kharga [oase] reden we verder naar Assyut. Het was maar een klein eindje lopen naar het treinstation waar een overijverige politieagent me op de trein zette naar Luxor. [Assyut was het centrum van terrorisme in de jaren negentig] Ik kocht een tweedeklas kaartje, maar toen er geen zitplaatsen vakant bleken wuifde de conducteur me door naar de eersteklas.
Om vijf uur 's middags kwam ik aan in Luxor. De naam 'Luxor' is afgeleid van el-Uqsur, 'de paleizen' of 'de kastelen'. Het heeft daarmee dezelfde oorsprong als 'el Qasr' in Dakhla. Dat de archeologen niet stil waren blijven zitten tijdens mijn afwezigheid van twee jaar bleek uit een Romeinse poort die bij de Tempel van Luxor was opgegraven.
Luxor 2 mei
Terug in het epicentrum van het Egyptisch toerisme. Eerder had ik voetstoots aangenomen wat in de reisgidsen wordt geschreven, dat toerisme in Egypte een 3000 jarige geschiedenis heeft. Meestal wordt Herodotus dan genoemd als de beroemde voorloper in de vijfde eeuw voor Christus [of daaromtrent] van de huidige hordes. In Alan Mooreheads Blue Nile las ik voor het eerst hoe de komst van de Franse troepen onder Bonaparte Egypte uit een eeuwenlang isolement hadden gehaald. Dat de Egyptenaren daarentegen bijzonder getalenteerd zijn op dit gebied [d.i. Toerisme] lijdt geen twijfel. Kort na de bezetting van Cairo werden de argeloze Franse legionnairs al op grote schaal afgezet. Special price for you, my frend...
Citaat uit The Blue Nile: They [de Fransen] were also generous, even to a degree of naiveté: they paid for what they bought at very high prices, and the Egyptian bakers, full of wonder at such gullibility, soon began to mix earth with the flour and make smaller bread.
Verder nog wat interessante Rough Guide feitjes: In het Dal der Koningen moeten de muurschilderingen met glasplaten beschermd worden tegen de door toeristen veroorzaakte klimaatverandering: de gemiddelde bezoeker laat 2,8 gram zweet achter...
EN: To be fair, not every visitor to Luxor has been unequivocally impressed by its ancient monuments: during the filming of 'Death on the Nile', Hollywood icon Bette Davis famously remarked that 'In my day we'd have built all this at the studio - and better'.
Voorlopig ben ik wel onder de indruk, maar dan vooral van het weer: het is 43 graden.
Luxor 3 mei
Naar het passport office om mijn visum te laten verlengen. Tot drie maanden kostte dat 11.25 pond wat iets meer is dan anderhalve euro. Na de applicatie moest ik wel anderhalf uur wachten. Je kan dan een wandeling door de middaghitte gaan maken, [het is nu afgekoeld tot 42 graden] of op een houten bank gaan zitten in het wachtlokaal waar schreeuwende Egyptenaren in wapperende gellabiya's een loket aan het belegeren zijn.
De hitte was zodanig verlammend dat ik verder niets anders kon doen dan twee flessen koud Stella bier drinken op een omheind terras. Toen ik later door de toeristen-soek terugliep werd ik van alle kanten belaagd door kooplieden: scarab, mister, alabaster?
Luxor 4 mei
Iets koeler en wat meer wind.
Nog een citaat uit The Blue Nile waarin Moorehead schrijft over Desaix, een generaal van Napoleon die de Nijl opvoer om de gevluchte Mamelukken na te zitten. Hij werd daarbij vergezeld door Vivan Denon, een wetenschappelijk [of 'artistiek'] adviseur van Napoleon die in zekere zin de eerste Egyptoloog was.
At Luxor, he declares, "the army, at the sight of its scattered ruins, halted of itself and, by one spontaneous impulse, grounded its arms". But when he [Denon] attempted to enter the galleries with Desaix they were assailed by troglodytes living in the ruins, and the two horsemen, in a shower of javelins and stones, were forced to gallop away: "this was a war with gnomes". Troglodieten is misschien wel één van mijn favoriete woorden.
Over Cairo: "Not a single fine street", Denon cries in despair, "not a single beautiful building.... They build as little as they can help; they never repair help anything."
Dat laatste is nog steeds waar.
's Avonds kocht ik een schetsblok, een potlood en een puntenslijper [dit alles voor 2 pond] en regelde een fiets voor de volgende dag. Ik zette mijn alarm op zes uur.
Luxor 5 mei
Om zeven uur werd ik weer wakker en miste daardoor helaas een uur ochtendkoelte... Ik gooide mijn spullen in het mandje van mijn fiets en trapte naar de veerboot. Nadat ik overgezet was fietste ik verder naar Deir el-Bahri, de tempel van Hatsjeput. De Arabische naam betekent Noordelijk Klooster en werd in vroeger tijden bewoond door heremieten. Ik probeerde een paar schetsen te maken van Hathor bustes die in de gelijknamige kapel aan de linkerkant van de tempel te zien waren, maar was niet erg succesvol.
Een Japanse toeriste kwam kijken naar mijn vorderingen:
Uh, you make drawing?
Yes, zei ik terwijl ik mijn schouders ophaalde, no camera.
Oh, very good!!
Bij het bekijken van de tempel werd ik door mijn Rough Guide een paar keer op het verkeerde been gezet omdat ze bij de beschrijvingen links en rechts omdraaiden. Of omdat ik links en rechts omdraaide. Op één van de reliefs wordt afgebeeld hoe de koningin een vloot uitvaardigde naar het land van Punt [Somalie]. Onder de boot zijn duidelijk zeevissen te zien, waaronder een pijlstaartrog. De galerijen op de begane grond werd door de meeste toeristen genegeerd, volgens mijn reisgids was er een relief te zien met daarop afgebeeld het vervoer van obelisken. Het was moeilijk te zien, maar ik kreeg de indruk dat de boten gewoon grote stenen vervoerden. De aanwezigheid van grote leeuwen op de boten werd kennelijk niet gezien als een probleem... In de schaduw van een pilaar zat een politieman de wacht te houden. Het was overal een rotzooi met stukken karton, ontelbare sigarettenpeuken en weggegooide waterflessen. Het is een van de irritaties in Egypte: dat de SCA [de Supreme Counsil for Antiquities] hier weinig toezicht op houdt. Het zal wel niet met gebrek aan regelgeving te maken hebben, maar eerder met het handhaven hiervan. Overal lopen op baksheesh azende mannen in jurken en tulbanden rond die jan-en-alleman lastig vallen met ongevraagde informatie. Die mannen horen hier volgens mij helemaal niet te zijn, maar kennelijk loont het genoeg om de politie om te kopen...
Tegen het einde van de ochtend fietste ik terug en bezichtigde een Amun-tempel die ergens genegeerd in een dorpje stond en zo te zien niet beheerd werd door de SCA en wat dus ook een duur toegangsgeld uitspaarde. Het was een kleine tempel volgekriebeld met verweerde hieroglyfen die de decormensen van Indiana Jones jaloers zouden maken.
Bij de Colossi van Memnon [die in werkelijkheid farao Amenophis III voorstellen] maakte ik een geslaagde schets [zie fotoalbum] van de rechter kolos. Ik zat in de schaduw van een boom [want in de zon zitten zou neerkomen op zelfmoord] en naast me zat een politieman met een goedaardig gezicht die Said heette.
Very good, zei hij waarderend toen ik ongeveer halverwege was.
Mijn schets was inderdaad vrij aardig onderweg, maar toen ik me omdraaide zag ik dat zijn commentaar de schaars geklede toeristes betrof die een toerbus waren uitgestapt en foto's stonden te maken op het uitzichtspunt [de meesten nemen niet eens de moeite de colossi van nabij te bekijken]. Said verborg zijn gezicht in zijn handen en zei: oei-oei-oei. Dit was echt teveel voor hem. Toen de toerbus vertrokken was trakteerde hij me op thee.
Luxor 6 mei
Vandaag was ik wel om zes uur uit mijn bed en vijftien minuten later zat ik weer op mijn fiets. Dit keer ging ik naar het Ramesseum om een schets te maken van het afgerolde hoofd van één van de kleinere kolossen uit deze tempel. Om redenen die ik niet kon bevroeden wordt deze tempel links laten liggen door de toerbussen waardoor het er heerlijk rustig was. Nadat ik een uurtje aan het werk was geweest kwamen er weer de mannen in jurken en tulbanden, maar wat hun werkzaamheden waren werd me niet duidelijk. Er stonden wel wat stellages en links en rechts lagen wat gereedschappen, maar zonder kennelijke supervisie zaten de mannen uren lang te kletsen. Een vriendelijke oudere man kwam naast me zitten en brabbelde Arabisch. Hij kwam me tot twee keer toe thee brengen.
Kulu tamam? [alles goed?]
Kulu tamam!
Interessante elementen van deze tempel waren afbeeldingen van Ramses II die zijn soldaten aanvoerde bij de slag om Kadesh. De Egyptenaren claimden de overwinning [op de Hittieten], maar tegenwoordig wordt aangenomen dat het meer in een gelijkspel was geeindigd. De reliefs om de tweede pyloon hadden zelfs vage kleuren. Een plafond in de eerste kleine 'hypostyle hall' zou volgens mijn reisgids de oudste bekende twaalf maanden kalender voorstellen. Ik kon in het wirwar van hieroglyfen niet precies ontdekken hoe of waar, maar ik nam dan maar aan dat waar ik naar stond te kijken de kalender was: 'zien is geloven'.
Mijn schets van de buste wilde niet zo lukken, want ik ben niet zo goed in portretten.
Oorspronkelijk waren er twee van deze hoofden, maar het andere werd door Belzoni, een Italiaanse proto-Egyptoloog, voor de Britten in bezit genomen en naar Londen getransporteerd. Het bevindt zich nu in het Britisch Museum. Een tiental jaren voor hem hadden twee Fransen, in de voetsporen van Napoleon, de tempel al verkend en waren toen tot de conclusie gekomen dat het een 'Paleis van Memnos' betrof. Belzoni had zijn naam in de tempel gegraveerd, waar hij nu nog te lezen is. Daaronder de naam van Henry Salt, de Britse consul die hem ondersteunde. Belzoni was overigens ook de eerste 'moderne' Europeaan die Bahariya bezocht. Later reisde deze avonturier naar West Afrika waar hij overleed aan dysenterie, wat maar weer bewees dat het niet altijd goed afloopt met avonturiers.
Na nog enkele onbevredigende schetsen, fietste ik terug naar de kolosssen van Memnos en maakte een tekening van de tweede kolos [de linker]. Deze is minder beschadigd en bestaat zo te zien uit één gigantisch rotsblok. De Grieken dachten dat de kolossen voorstellingen waren van Memnos, een Ethiopische koning die Troje had helpen verdedigen, maar gedood was door Achilles. De Grieken zaten er dus flink naast.
's Avonds zat ik in een restaurantje [meestal eet ik felafel voor een paar pond, maar vanavond wilde ik weer eens 'echt' eten]. Aan het tafeltje naast me zat een Japanse reisgidsen schrijver de uitbater te ondervragen. Wat de openingstijden waren? Het duurde ongeveer een half uur voor de Japanner begreep wat de openingstijden waren, maar het was erg belangrijk zei hij. De Japanner wilde ook weten of het restaurant een fax had, maar de Egyptenaar wist niet wat een fax was. Ik kon me ook niet goed voorstellen wat je naar een goedkoop Egyptisch restaurant zou willen faxen...
Luxor 7 mei
Vandaag fietste ik naar de Merenptah tempel waar maar weinig van over was gebleven. Bovendien ging het museum pas om tien uur open en dus fietste ik wat verder naar de graven van Roy en Shuroy waar ik ook kaartjes voor had gekocht. De bewaarder met de sleutels was een vriendelijke oude man die zowaar redelijk Engels sprak. Het graf van Roy [een vizier van ik ben even kwijt welke farao] was kleiner dan dat van Shuroy. De laatste was een brazier-bearer wat zich geloof ik laat vertalen als een wierookdrager en als zijn graf een maatstaf is geen onbelangrijke betrekking in die dagen. In het graf van Roy wees de bewaarder aan hoe bij het wegen van het hart er twee harten in de weegschaal lagen. He love his wife very much, was zijn sympathieke verklaring. De details waren erg kleurrijk en zo fris alsof ze gisteren waren geschilderd. De man vertelde me dat de graven ondanks de nabijheid van de hoofdweg, nog maar relatief recent onderzocht waren [door Daniel Polz] en pas kort voor het publiek opengesteld. Ik vroeg hem of de graven veel bezocht werden. Hij keek wat triest en zei: not many, sometimes four or five, sometimes nobody. Voor die-hard Egyptofielen: http://www.osirisnet.net/tombes/nobles/shuroy/e_shuroy.htm en http://www.osirisnet.net/tombes/nobles/roy/e_roy.htm.
Omdat het nog geen tien uur was dronk ik weer thee vlakbij de Amontempel. Een twaalfjarig joch was erg ondernemend bezig en vroeg eerst of ik zijn mobiel wilde kopen. Driehonderd pond was zijn vraagprijs. Daarna bood hij zichzelf aan en toen ik duidelijk maakte daar niet in geinteresseerd te zijn, bood hij zijn zuster aan voor twintig pond. Dat laatste is bijna drie euro en dat vond ik toch wat te veel.
Bij de Merenptah tempel bekeek ik nu het museum dat verrassend interessant was. De tempel [of wat er nog van over is] was voor een deel gelegen op het terrein van de vroegere Amenophis II tempel, dezelfde tempel waarvan nu alleen nog de Kolossen van Memnon overeind staan. Merenptah 'leende' veel blokken van de Amenophis III tempel en hergebruikte die in zijn eigen tempel. Aangezien er bijna niets meer overeind staat van zijn eigen tempel valt naar alle redelijkheid aan te nemen dat de blokken daarna opnieuw verhuisd werden naar andere tempels. Je krijgt het idee dat het drieduizend jaar geleden een heel heen en weer zeulen van steenblokken moet zijn geweest... De Zwitserse groep die bijna dertig jaar [grondig!] opgravingen heeft gedaan aan de tempel van Merenptah, ontdekte blokken in de fundering met de cartouches van Amenophis III. Ik tekende de cartouches na en ontdekte dezelfde cartouches al snel overal op blokken die verderop waren tentoongesteld... Toen ik op de terugweg langs de Kolossen van Memnon fietste zag ik dezelfde cartouche weer op de zijkanten van de kolos die het dichtst bij de weg staat.
Na het avondeten liep ik een eindje langs de Corniche en zat enige tijd op een bankje. De autoriteiten hadden deze met hun ondoorgrondelijke wijsheid van graniet laten vervaardigen waardoor de bankjes zelfs om acht uur 's avonds nog de ongemakkelijke sensatie gaven op een voorverwarmde ovenplaat te zitten.
Luxor 8 mei
Het was nog warmer geworden en ik besloot 's avonds de nachttrein terug naar Cairo te nemen. Van drie tot vier in de middag is de warmste tijd van de dag, maar ook 's morgens vroeg is het al verrassend warm. Rond die tijd is er maar weinig wind. Tot een uur of één 's middags is het nog te doen als er wat wind staat. Later biedt ook deze geen soelaas meer; een briesje verandert dan in alles verschroeiende windvlaag.
De trein vertrok om half twaalf 's nachts en ik reisde eerste klas [tweede klas was voor de komende vijf dagen uitverkocht]. Toen ik de trein doorliep zag ik opvallend veel halflege eersteklas rijtuigen. De klimaatregeling in eerste klas was zo koud afgesteld dat ik mijn trui moest aantrekken. Ik vroeg me af of de Egyptische spoorwegen aan het experimenteren waren met cryogeen passagiersvervoer: iedereen in diepgevroren sacofagen en ontdooien bij aankomst..
Terug in Cairo 9 mei
Deze keer nam ik mijn intrek in een ander hostel dat op de achtste verdieping was gelegen. De lift was een ouderwets piepend geval met van die smeedijzeren deurtjes dat langzaam door een open trappengat omhoog getakeld werd. Heel eng en een kandidaat als nieuwe adventure sport.
Cairo 10 mei
De lift was gemaakt door de Zwitserse firma Schindler ontdekte ik. Deze firma stamt van 1872 en lift kan volgens mijn niet veel jonger zijn.
Naar St Catharina 12 mei
De bus reed door Suez waar veel troosteloze flats stonden met daartussen veel afval en struiken die volhingen met plastic zakjes. Toen we stopten om te tanken bij twee verroeste wrakke pompen, liep de chauffeur om de bus heen met een sigaret in zijn mond. Dat was ok. Er was nergens aangegeven dat roken daar niet mocht. Pas tegen de avond bereikten we onze eindbestemming.
Rough Guide: It's thought that the ancient Israelites reached Mt. Sinai by the same route that buses coming from the west use today, via Wadi Feiran and Wadi el-Sheikh.
En ik kan me niet voorstellen dat ze er veel langer over deden dan de bus van East Delta...
St. Catharina 13 mei
Rond half elf begon ik aan mijn beklimming van de berg Sinai via het kamelenpad. Het was zondag wat waarschijnlijk ook de verklaring was dat ik helemaal alleen was op de berg. Op deze dag is het Catharina Klooster gesloten voor publiek en denkelijk willen de meeste bezoekers de beklimming van de berg combineren met een een bezoek aan het klooster. De beklimming was veel eenvoudiger dan ik had verwacht en ik was zelfs verbaasd toen ik om half één al de top bereikte. Niet dat ik me hierom op de borst kan slaan, want Mozes beklom dezelfde berg op tachtigjarige leeftijd en zeulde bovendien twee [?] zware tafelen met zich mee tijdens de afdaling. Ik had slechts een zak kaakjes bij me en een fles water die ik meedroeg in de hoes van mijn slaapzak. Ik heb nog steeds geen daypack. Wel liep ik evenals Mozes op sandalen...
Het was erg stil op de top en aangenaam koel. Ik zat een half uur lang heerlijk in het zonnetje te genieten van het uitzicht. Bij de afdaling volgde ik de Treden der Boetedoening; steiler en eerlijk gezegd niet bijzonder fraai afgewerkt.
De berg Sinai wordt door de Bedoeienen Gebel Mousa genoemd: de Berg van Mozes. Vlakbij de asfaltweg die naar het klooster leidde stond een stenen wegwijzer met de tekst The Golden Calf dat kennelijk verwees naar een afgerasterd terreintje met wat stenen en een paar dorstige bomen. Het prikkeldraad moet voorkomen dat de Arabieren op zoek gaan naar goud.
St. Catharina 14 mei
Ik at een heerlijk ontbijt van brood met kaas in olijfolie met tijm of rozemarijn, of hoe die rommel ook heet, en spoelde dat weg met thee. Daarna opnieuw naar het klooster gelopen dat vandaag wel open was.
Het is een Grieks Orthodox klooster [en niet een Koptisch klooster] en dateert van 337 AD toen de Byzantijnse keizerin Helena de bouw van de kapel verordonneerde nààst de Burning Bush, de brandende braamstruik uit de bijbel. De basiliek en de muren dateren van de zesde eeuw.
Binnen zag ik de Bron van Mozes waar de profeet op zijn vlucht uit Egypte Zipporah aantrof. Zij was één van de zeven dochters van Jethro die hij later trouwde [Zipporah, niet Jethro natuurlijk] op veertigjarige leeftijd. De Burning Bush die zich eveneens binnen de kloostermuren bevond was inderdaad een braamstruik. Het was een stekje van de oorspronkelijke braamstruik die Mozes zag branden zonder dat de struik verteerde. Een wonder. Toen niemand keek plukte ik snel een paar blaadjes en een klein wetenschappelijk experiment wees later uit dat het wonder niet herhaalbaar was: er bleef niets anders over dan wat verkoolde resten.
Rough Guide: Sceptics may be swayed by the fact that it's the only bush of its kind in the entire peninsula and that all attempts to grow cutttings from it elsewhere have failed.
Tot mijn verbazing kon ik geen enkele brandblusser ontdekken in de omgeving van de struik wat mijn inziens getuigt van het ware geloof.
St. Catharina 15 mei
Ik hielp Salah met zijn elektronische correspondentie, want hij sprak wel redelijk Engels, maar hij kon het maar met moeite lezen en vrijwel niet schrijven [zo schreef hij ergens porwogakt; toen ik hem vroeg wat dat betekende zei hij: 'project'].
Eén van de emails was van een vrouw die begon met: I'm sorry that I'm so late in answering your email but I'm very busy at the moment....
Ik vroeg Salah wat ik haar moest antwoorden.
I'll write to her later, zei Salah, she's very busy now.
Salah was de zoon van Sheik Mousa, de eigenaar van het Sheikh Mousa Bedouin Camp in St. Catharina. Ze zijn bedoeienen van de Gebeleya stam die nog zo'n 1500 leden telt en die allemaal wonen in een klein territorium rondom de berg. De meeste bedoeienen in Egypte zijn van Arabische oorsprong [van het Arabische schiereiland], maar de Gebeleya claimen afstamming van het contingent Macedoniers dat door Keizer Justitianus werd ingezet in de zesde eeuw om het klooster te bouwen en te beveiligen.
Het was toen ook al heel gevaarlijk.
Sheikh Mousa is de leider van een plaatselijk initiatief om inkomsten van het toerisme ten goede te laten komen aan de bedoeienen. Vrijwel al het toerisme tot zover werd georganiseerd door 'mensen van buiten', uit Cairo. Investeerders die resorts bouwen aan de Rode Zee. De bedoeienen werden gemarginaliseerd en profiteerden vrijwel niet van het toerisme. Heel jammer.
St. Catharina 16 mei
Terwijl ik 's morgens zat te lezen overhoorde ik een Arabische conversatie bij de buren tweehonderd meter verderop. Twee mannen stonden tegen elkaar te schreeuwen met onvergelijkelijk geweld. Wat is dat toch met dat Arabisch? Kan die taal alleen bepaalde nuances overbrengen dan, en alleen dan, als dat gepaard gaat met het aantal decibels van een opstijgend vliegtuig?
St. Catharina 17 mei
's Middags maakte ik een wandeling rond de berg waarbij ik deze keer rechtsom liep naar het nu verlaten Deir el-Arbein, het Klooster van de Veertig. Onduidelijke naam vond ik dat: klooster van de veertig wat? Van de veertig rovers? En waar waren die veertig nu? Halverwege het klooster kwam ik langs een rots waar Mozes volgens Salah twaalf keer met zijn staf tegenaan had geslagen waarop er water uit kwam stromen. Als je door een klein poortje loopt kun je inderdaad een aantal merkwaardige inkepingen op de rots zien. Mozes dus. Die man kon niet ergens met zijn staf tegenaan slaan of er kwam water uit.
Het was laat in de middag en de laagstaande zon zorgde voor een schitterend panorama van het bergmassief waar Sinai deel van uitmaakte.
Terug naar Cairo 18 mei
Om zes uur stond er een minibusje klaar naar Cairo en na mijn ongelukkige ervaringen met de East Delta Bus maatschappij besloot ik 10 LE extra neer te tellen om wat sneller op te schieten. Dit werd niet bepaald waargemaakt, want we moesten eerst weer uitgebreid rondrijden om het busje te vullen en vervolgens ging de chauffeur nog eens op zijn gemak ontbijten. Dit was niet zo erg als het klinkt, want het betekende dat ik tijdelijk niet in levensgevaar verkeerde: de man kon helemaal niet rijden.
In het busje zaten ook een aantal jonge mannen die moesten opkomen voor de keuring van de militaire dienst. Deze duurt drie jaar in Egypte, maar was ondanks gratis eten, gratis onderdak en gratis kleding, weinig populair bij de jongens. De vergoeding voor de dienst in het leger is 75 pond per maand.
Ze hadden allemaal vreselijk slechte tanden, maar ik dacht niet dat ze daarop afgekeurd zouden worden.
Aankomst in Bangkok 21 mei
Culture shock. Een fles bier bestellen op een terras zonder het vage gevoel te hebben iets illegaals te ondernemen. Vrouwen met blote schouders en blote knieen. Taxi's die niet toeteren en niet proberen je dood te rijden. Iedereen glimlacht, niemand schreeuwt. Heel bizar.
Bangkok 24 mei
Er heerst windstilte in het land van de glimlach. Ik dobber wat rond in Bangkok om aan de temperaturen te wennen. Het is rond de 36 graden Celsius wat ongeveer dezelfde temperatuur is als in Cairo, maar de luchtvochtigheid is hier onaangenaam hoog.
Bangkok 25 mei
Ik eet veel noedelsoep. Er zijn hier honderden eetstalletjes die een enorme verscheidenheid aan noedelsoep verkopen. Vanmiddag at ik weer zo'n heerlijk kommetje noedelsoep in een eethuisje dat er heel opmerkelijk uitzag als een jaren vijftig huiskamer met daarin een paar vespa's geparkeerd. Tegenover mij zaten twee oude mensjes die heel content zaten te eten als twee vriendelijke schildpadden. Op de tafel stond ook een schaal bladeren.
Bangkok 26 mei
Ik ging naar de film in een bioscopencomplex in Siam Square. Een kaartje voor de skytrain kostte 30 baht, wat bijna een dollar is. Thailand is niet langer goedkoop. De film kostte ook nog 's 140 baht wat betekende dat ik in totaal zo'n 6 dollar kwijt was voor de film. Het bioscopencomplex [14 zalen] is een onderdeel van een moderne shoppingmall tjokvol winkelende Thais. Vanwege de klimaatregeling en het moderne interieur zou je je overal in Europa of Amerika kunnen wanen.
De film was Pirates of the Caribbeans deel drie. Ik had de eerste twee delen niet gezien en van deel drie begreep ik helaas maar weinig. Johnny Depp was grappig, maar de rest van de film was zo overdonderend dat ik dodelijk vermoeid de filmzaal verliet.
Naar Penang 27 mei
Ik had twee lange broeken en heel ongelukkig vertoonden ze op de dag voor vertrek naar Penang beiden een scheur in het zitvlak. Eén gooide ik weg, maar de ander kon ik misschien nog repareren en dus propte ik het toch maar in mijn rugzak...
Vertrok met een nachtbus om half zeven 's avonds.
Aankomst Penang 28 mei
's Morgens om een uur of half zeven kwamen we aan in Surathani. Van hier nam ik een minibusje naar de grens en vandaar weer verder naar Penang. Het had allemaal erg weinig met reizen te maken: je wordt met andere backpackers van het ene minibusje in het ander geduwd. Je hoeft niets te doen of te weten, behalve je eindbestemming. De Thais [en bijvoorbeeld ook de Vietnamezen] hebben dit allemaal bijzonder efficient georganiseerd, maar de charme van het zitten in een 'kippenbus' met alle mogelijke en onmogelijke lotgevallen van dien is er natuurlijk wel van af. De backpackers zaten met ipods op hun oren verveeld naar buiten te staren of door hun digitale foto's te zappen.
[zie ook mijn verslag van 14 januari 2006 elders op deze blog, met name de laatste regel...]
's Middag rond een uur of drie kwam ik aan in Penang na een reis die met chirurgische precisie was gepland en uitgevoerd. Nadat ik een kamer had gevonden struinde ik opnieuw rond door Little India en China Town en toen ik langs de Chinese Kuan Yin tempel liep, viel me een bordje op waarin aan de gelovigen gevraagd werd geen wierookstaven van meer dan 4 voet lengte te branden. Dit met het oog op brandpreventie en de luchtvervuiling. In Egypte zouden ze er zekerheidshalve 10 brandblussers naast ophangen.
Penang 29 mei
Ik at in een Chinees restaurantje waar een bordje hing met de tekst 'jangan meludah', verboden te spugen, met een afbeelding erbij van een spugend mannetje met een streep erdoor: niet doen dus.
Een ander verbodsbord in de straat wilde het vervuilen van het trottoir ontmoedigen. De boete is 500 dollar, meer dan 100 euro. Ook niet doen dus.
Tekst in een toeristische brochure:
[Penang] became a British trading post in 1786 when Captain Francis Light landed at the side of Fort Cornwallis and took possession of the island for the East India Company, an act of occupation which was later legitimized [sic]. Light supposedly encouraged the local inhabitants to clear the ironwood trees by firing coins out of the cannon into the forested swamps.
De kapitein had duidelijk een bijzonder inzicht in de menselijke psychologie. Dat is niet altijd eenvoudig in het multiculturele Penang waar de bevolking bestaat uit gelijke delen Maleiers, Indiers en Chinezen.
In de 7-eleven op de hoek van Love Lane werden flesjes tradtioneel medicijn verkocht. Cooling water, stond er op het etiket. Er stond ook een neushoorn op afgebeeld. Ik kocht een flesje van het water en hoopte dat het slechts neushoorn in een oneindige homeopathische verdunning bevatte.
Penang 30 mei
Ik at in één van mijn favoriete Chinese eettentjes een noedelsoep met zeevruchten. Er zaten ook een paar rubberachtige dingen in en ik vroeg de serveerster wat dat waren. Kokkels, zei ze. En zo kwam het dat ik voor het eerst van mijn leven kokkels zat te eten. Wat mij betreft mag het ook de laatste keer zijn [tenzij ik misschien ooit nog eens schipbreuk kom te lijden].
's Middags zag ik een kraampje met vruchten en ik kocht voor een ringgit een zestal mangosteen [geen idee wat het meervoud is in het Nederlands]. Deze vrucht is ongeveer zo groot als een mandarijn met het uiterlijk van een rode biet. Het vruchtvlees is wit en heerlijk zoet.
Penang 31 mei
's Morgens met de bus naar het Indonesische consulaat om een visum aan te vragen. Het visum was voor zestig dagen en kostte 170 ringgits wat neerkwam op bijna een dollar per dag! Bovendien moest ik een retourticket laten zien. Aan dat laatste kon ik tegemoetkomen door een open ticket zonder naam of wat dan ook te kopen bij mijn hostel. Nadat ik het visum had aangevraagd zou ik dan het retourticket inruilen voor een enkele reis en het verschil terugkrijgen.
Om zes uur stond ik weer bij het consulaat en nam mijn paspoort met visum in ontvangst. In de bus terug zat ik naast een Bangladeshi.
What is your profession? vroeg ik hem.
I'm a worker, zei hij.
So what do you do?
I work.
Het was die ontwapenende eenvoud die me heel even weer terugbracht in Bangladesh.
Toen ik de bus uitstapte zag ik een restaurant met de reclametekst: claypot frog porridge en dat wilde ik wel eens proberen en dus liep ik het restaurant binnen. Ik bestelde bull frog porridge met daarbij een chrysanthemum tea. De kikkers waren lastig te eten met stokjes, maar uiteindelijk kreeg ik ze toch naar binnen. Het vlees hield wat betreft smaak en textuur het midden tussen kip en vis. De chrysanten thee smaakte naar chrysanten. Toen ik afrekende zag ik dat het personeel naar Animal Planet zat te kijken. Misschien waren ze op zoek naar nieuwe recepten. Ik krijg de indruk dat Chinezen op een heel andere wijze naar Animal Planet kijken dan wij. |
|
|
 |
 April 2007
Reis | nieuws
|
03 April 2007 | 11:16:13
 |
Naar Jijiga 1 april
Van het busstation nam ik een bus naar Jijiga, de hoofdstad van de Ethiopische Somali provincie. De rit duurde ongeveer vier uur over een onverharde weg en we hadden één lekke band. Het landschap werd gaandeweg droger, maar het was niet extreem warm. Veel kaktussen met gele bloemen en kamelen. Uit een vieze oude zak boven mijn hoofd dwarrelde af en toe wat suiker in mijn haar.
De reisgids (Lonely Planet) over dit trajekt: The stunning 102 km stretch of gravel road is one of the most scenic in eastern Ethiopia, with superb volcanic rock formations, contoured terrain and a strangely seductive, end-of-the-world atmosphere. ... the road passes through the Dakhata Valley, now better known as the Valley of Marvels.
Er waren inderdaad veel keien en doornstruiken. Ik was niet bepaald onder de indruk van de Vallei der Wonderen... ik was nog minder onder de indruk van Jijiga, een stoffig plaatsje met marginaal minder vliegen en bedelaars dan Harar. Ik liep wat rond op zoek naar een goedkoop hotel en deponeerde mijn rugzak uiteindelijk in het overprijste, maar nog steeds goedkope Ogaden hotel [dat ik ook koos vanwege de naam]. Van een Somalische vrouw langs de kant van de straat kocht ik een paar tandenpoetsstokjes [afkomstig van de Salvadora persica boom] die hier wat mooier afgewerkt worden aangeboden dan elders. 's Middags wat geblogd op internet en daar ook een hoopvol artikel gelezen over vredesbesprekingen in Mogadishu, waar nu al vier dagen hevig gevochten wordt.
's Avonds weer geit gegeten. Heel veel geit. Ik klaagde dat de porties veel te groot waren voor één persoon. De lachende bediende: no, no, small goat, en hij wees een paar botten aan, you see: small goat. Jonge geitjes leveren kennelijk smakelijker vlees en hij dacht dat ik klaagde dat het vlees van een grote, oude geit afkomstig was...
Na het eten raakte ik in gesprek met een Ethiopier die me wat tips gaf over de reis naar Somaliland. Over de terugreis naar Addis zei hij: you can take a minibus [naar Addis]. It leaves in the afternoon. It travels at night but sometimes they shoot the bus. And they will take all your money. It's better to go by day.
Naar Hargeisa 2 april
Zeven uur was ik op het busstation en net op tijd om aan een bestorming van een kleine bus deel te nemen. In de bus was het een pandemonium, maar een jongen hielp me een plaatsje te veroveren. Overal het gezwaai van armen en geworstel met bagage. In het gangpad was ook op mirakuleuze wijze een oude, blinde bedelares verschenen die enorm in de weg stond. Toen ik éénmaal op mijn plaatsje zat gaf ik door het raampje een birr aan de jongen die me geholpen had, maar die wilde natuurlijk meer. Hij moest zijn plaatsje voor mijn raam verdedigen tegen andere bedelaars die de bus nu belaagden. Uiteindelijk nam hij het biljet aan, greep mijn hand en kuste die. In de bus die ondertussen tjokvol zat, volgde een eindeloos geschreeuw, theater en toneel van ritselaars en passagiers.
Toen alles naar behoren geregeld was vertrokken we, maar even buiten Jijiga stopten we voor een politie/douane-post. Iedereen de bus uit, fouilleren, iedereen de bus weer in. Wachten, stukje verder rijden, weer wachten...
Uiteindelijk reden we door een uitgestrekte vlakte over een slechte, stenige weg, naar de grens. Het grensplaatsje Woyale bestond uit een verzameling gebouwtjes en hutten in varierende staat van ontbinding die in een berg van afval stonden. Nadat ik mijn exit-stempel had gekregen liep ik naar de Somaliland grenspost. Ik zag andere passagiers die hun bagage lieten vervoeren met kruiwagens. Ik werd zonder mankeren in Somaliland toegelaten en één van de grenswachten liep met me mee om het 'busstation' te wijzen. Daar betaalde ik 50 birr voor een plaatsje in een shared-taxi. Het ging allemaal verrassend soepel.
De eerste paar kilometers was meer een aantal zanderige sporen dan een weg, maar daarna bereikten we heel onverwachts [voor mij] een asfaltweg.
Iets later kwamen we bij een politiepost met een fleurig versierde slagboom. Ik liep naar een stapel droge takkenbossen waarbinnen in een schaduwrijke holte een paar mannen zaten te eten. Eén van hen werkte een kluwen spaghetti met zijn blote handen naar binnen en een ander, op blote voeten, zei: document! Ik gaf mijn paspoort dat hij bestudeerde en vervolgens teruggaf. Hij zei iets waarop ik thank you zei. Thank you, zei de man ook en daarna zeiden ze allemaal thank you. Bij de slagboom wilde onze chauffeur niet betalen [aan een man die een kralenketting over zijn schouder had hangen] en reed daarom om de versperring heen wat kennelijk oke was.
In Hargeisa hielp een man me het National Hotel te vinden en geld te wisselen. Toen dat gebeurd was, nodigde hij me uit voor een maaltijd. Weer heel veel geit, maar hij betaalde. Hargeisa bestaat uit stoffige straten, maar mooie gebouwen. Zeer weinig bedelaars, bijna geen mensen in lompen of slapende zwervers op straat [in tegenstelling tot Harar]. Wel nog steeds veel vliegen.
In het hotel zag ik op een engelstalige Arabische nieuwszender dat er in Mogadishu opnieuw hevig gevochten werd. Na het bericht verscheen er een balk in beeld die meldde dat het tijd was om te bidden.
Uit angst dat ik weer een halve geit kreeg opgediend bestelde ik 's avonds spaghetti without meat. In het islamitische Somaliland wordt geen bier geschonken.
Hargeisa 3 april
Een goed begin voor de dag lijkt voor Somali's te bestaan uit het eten van ingewanden van dieren. Voor mijn ontbijt kon ik kiezen uit niertjes of lever. Ik koos voor het laatste en spoelde het weg met een paar koppen sterke koffie.
De geldsituatie hier is interessant. De munt is de Somaliland Shilling en er gaan ongeveer 6200 shillings in een US$, maar het grootste biljet is 500 shillings! Het is belangrijk kleine hoeveelheden geld per keer te wisselen, want anders moet je een vuilniszak meenemen voor de pakken papier. Ze wisselen hier ook Ethiopische birr: honderd birr leverde me 6 $ plus 31000 shillings op... De shillings verkeren in wisselende staat van ontbinding: ik kreeg zelfs een biljet dat met een naaimachine aan elkaar was genaaid!
Op internet had ik iets gelezen over een neergehaalde Mig [gevechtsvliegtuig] die als monument van de oorlog ergens midden in de stad moest staan. Ik liep de halve stad door, maar kon het niet vinden. Uiteindelijk zag ik in de verte de contouren van een vliegtuig en vol goede moed liep ik in die richting. Eénmaal dichterbij gekomen zag ik dat het helemaal geen mig was, maar [het beeld van] een grote witte duif.. Een vredesduif! Weer terug bij het hotel bekeek ik de enige verkeerslichten van Somaliland en maakte even later kennis met Mohammed en Ali die me desgevraagd naar het monument brachten. Het stond op slechts enkele honderden meters van mijn hotel. Op het voetstuk waren een paar primitieve muurschilderingen te zien van de wreedheden die door het regeringsleger werden begaan. Details van ondermeer een executie van een geblinddoekte man met een bazooka en een bulldozer bij een massagraf. De warlords waren deze keer de helden. Verder twee datums: 26-6-1960, de onafhankelijkheid van Groot Brittanie, en 18-5-1991, het bombardement van Hargeisa [door het regeringsleger van Siad Barre] waarbij 50.000 mensen waren omgekomen.
Mohammed en Ali lieten me daarop ook het politiebureau en de nationale bank zien, welke gebouwen ik beleefd bewonderde. Iets verderop stond een billboard met de beeltenis van de eerste president [gestorven] die alom gerespekteerd werd in tegenstelling tot de huidige president. De laatste werd er door Ali van beschuldigd te weinig te doen om Somaliland internationaal erkend te krijgen. Dit is een onderwerp dat veel Somalilanders hoog zit en dat vaak al snel ter sprake komt als je met mensen praat.
Ik vroeg Ali waarom die internationale erkenning uitbleef. Hij zei dat met name Afrikaanse en Arabische landen de erkenning tegenwerken waaronder Saudi Arabie. Somaliland bezit offshore olievelden die lager liggen dan de Saudische velden en de laasten zijn bang dat bij olieboringen de olie uit hun velden in die van Somaliland stroomt. Saudi Arabie heeft veel invloed in de Arabische wereld.
Een ander interessant onderwerp was de houding tegenover Ethiopie. Aan de ene kant wordt het beschouwd als de agressor tegen de Somaliers in het zuiden [vanwege het juist oplaaiende conflict in Mogadishu dat continue in het nieuws was], maar aan de andere kant was het de belangrijkste handelspartner en de afzetmarkt voor de smokkelwaar die de haven Berbera binnenkomt.
Hargeisa 4 april
Mensen bleven me vertellen dat hun land heel arm was, maar iedereen ging goed gekleed en ik zag niemand op blote voeten lopen. Iets anders wat me opviel was het kleine aantal kinderen dat ik op straat zag. In Ethiopie zag ik altijd en overal kinderen rondlopen. Hier was dat veel minder het geval.
's Morgens zag ik vaak vrouwen met een gezichtssluier kruiwagens vol bananen voortduwen. De straten van de stad waren erg stoffig. Niet alleen vanwege het droge klimaat, maar ook vanwege het ontbreken van geasfalteerde wegen in de stad. Slechts enkele hoofdstraten zijn verhard. Op de muren vaak reklames van fantastisch geschilderde kruidenierswaren: tubes colgate die van de muren springen, blikken melk en zakjes waspoeder. Allemaal zeer realistisch weergegeven.
Enkele gebouwen in het centrum droegen nog de sporen van de oorlog; geruineerde bovenverdiepingen met overal gaten. Op straat ook veel geldwisselaars die hun waren [geldbundels] open en bloot voor zich hadden liggen. 'Hargeisa is heel veilig', vertelde een jongen. 'Je kunt 1000 dollars tellen midden op straat en er zal niets gebeuren'. Ik zag mannen bidden in de buitenlucht op een stoffig parkeerterrein [wat me deed denken aan Soedan]. Ze gingen gekleed in djellabahs, shalwars, sarongs en t-shirts van AC Milaan.
Over de taal (Somali) kan ik nog opmerken dat die geschreven wordt in onze letters en dat de letters Q en X er veelvuldig in voorkomen. Dit laatste maakt het natuurlijk zeer interessant voor scrabbelaars. 'Gerenuk' (een antilopensoort) is een Somali woord.
Terug naar Harar 5 april
's Morgens bracht een jongen van het hotel me naar de verzamelplaats van vehikels naar Wajaale, de grensplaats. Dat was weer Afrika op zijn best: Toyota Landcruisers en jongens omsingelen je en duwen je naar binnen. Eénmaal voorin in een landcruiser kon ik het proces goed volgen: een reiziger arriveerde en de chauffeur draaide bliksemsnel en scheurde er op af. Een hoop getrek en geduw aan de bagage van de man die zich omsingeld zag door 3 auto's. De jongen van het hotel zat om onduidelijke redenen ook nog enige tijd in de auto en een andere jongen werd door een boze man enkele malen in zijn gezicht geslagen wat kennelijk wel oke was. Beiden verdwenen uiteindelijk weer uit de auto.
Toen we vol waren reden we eerst naar de geldmarkt waar handelaren achter enorme pakken papier zaten. Hier werden dollars, shilings en birr gewisseld zodat iedereen de ritprijs gepast kon betalen. Een voordeel van het 500 shilling [8 $ct] biljet als grootste coupure is dat je nooit het probleem hebt van gebrek aan wisselgeld. Gedurende mijn verblijf in Somaliland heb ik geen andere biljetten gezien dan die van 100 en 500 shiling.
Op deze reis hadden we veel minder last van politieposten dan op de heenweg; we konden bijna overal ongehinderd doorrijden. In een wadi zag ik een verroeste tank. De jongen die tussen de chauffeur en mij zat had een krant en ik zag dat het een Engelstalige krant was. Hij gaf mij heel gul het sportgedeelte, maar ik gaf het hem beleefd weer terug toen ik zag dat het de krant van 14 december was... Bij Wajaale zag ik weer de hutten met verschillende lagen textiel over het dak gebonden: beddespreien, dekens, stukken plastic en zelfs een afedankte broek. Heel typisch.
Ik stak de grens weer zonder problemen over en toen ik het Ethiopische douanekantoor uitkwam vond ik bijna meteen een plaatsje in een bus naar Jijiga. Nadat we zoals gebruikelijk helemaal volgepropt waren, vertrokken we om 300 meter verderop weer allemaal naar buiten te moeten bij een douanepost. Mannen in de rij, fouilleren en op het dak van de bus een paar man die de bagage doorzochten op zoek naar wapens en smokkelwaar. Heel vermoeiend.
In Jijiga weer het chaotische busstation dat misschien wel het verwarrendste en moeilijkste was waar ik op deze reis mee te maken heb gehad: geen enkele controle of toezicht, een free-for-all. Stormlopen op een bus, worstelingen, geduw en getrek aan bagage, geschreeuw, een oude bedelaar in het gangpad die meedogenloos onder de voet werd gelopen, een verkopertje van snacks met een open wond aan zijn wang, vrouwen met zakken graan en fladderende kippen en niemand die een woord Engels sprak. Toen ik éénmaal in de bus zat verspreidde het gerucht zich dat de bus niet naar Harar zou gaan. Iedereen de bus weer uit en rennen naar een andere bus. Zonder de hulp van een ritselaar zou ik waarschijnlijk nooit uit Jijiga zijn geraakt; de ritselaars springen als eerste de bus in en houden daar zitplaatsen bezet voor passagiers die voor hun diensten willen betalen. Ik worstelde me met mijn rugzak door het gangpad en hij duwde hardhandig mensen weg zodat ik kon zitten. Mijn rugzak legde ik in het gangpad, want als iemand er mee aan de haal ging om het op het dak te binden zouden er ongetwijfeld weer exorbitante bedragen worden geeist van de faranjo voor deze 'dienst'. Dat iedereen eroverheen liep nam ik maar voor lief. Ik gaf de ritselaar 1 birr en even later vertrokken we daadwerkelijk. In de hoofdstraat van Jijiga sprong de conducteur plotseling uit de bus en verkocht enkele rake klappen aan een jongen met een plastic zakje chat. Dat was kennelijk ook oke. Uit de gebaren begreep ik dat de jongen op het dak had gezeten. Toen de zaak gesust was reden we naar Harar. Er was nog een interessant woordenwisseling tussen een paar Ethiopiers en de Somalische meerderheid over de raampjes die de eersten wilden sluiten, maar waar de Somaliers niets van wilden weten. Ik sloot me aan bij de meerderheid: liever wat stof in mijn gezicht dan de verstikkende atmosfeer van een geheel afgesloten bus...
In Harar vond ik een kamer in hetzelfde hotel en bestelde een groot glas koud bier. Ik vond dat ik het verdiend had.
Het hele trajekt van Hargeisa naar Harar was onverharde weg.
Harar 6 april
De extra dag in Harar gebruikte ik om nog 's lekker rond te poken in de oude stad; misschien wel de meest exotische van deze reis. Het straatje door de Shoa Poort kan regelrecht uit de bijbel komen. De sprookjesachtige minaretten [merkwaardig ronde dikke torentjes] uit een verhaal van Sinbad de Zeeman. Het naaimachine straatje vlakbij het Rambo Huis. De weg naar de Erer Poort (nu verdwenen) met ezeltjes beladen met suikerriet. De meest afstotelijke stad ook, met rijen vervuilde en verminkte bedelaars en naast de heerlijke geuren van vers gebrande koffie, wierook en specerijen, ook de stank van open riolen en rottend vuilnis. Het merkwaardige ontbreken van toeristen in het straatbeeld maakte het allemaal nog authentieker. [Dit laatste is misschien te verklaren met het feit dat Harar wonderlijk genoeg niet is opgenomen in het lijstje highlights van de laatste Lonely Planet editie. Het toont ook weer de enorme invloed van deze reisgids.]
Van Harar reden minibusjes naar Addis Ababa die 's nachts reden en ik overwoog voor deze optie te kiezen, maar Gur [uit Israel] had me verteld dat kort geleden een gewapende overval was gepleegd op één van de busjes. De jongen van het hotel lachte en zei dat het wel losliep. Ik moest op God vertrouwen, zei hij en hij wees naar boven. Maar wat Gur zei was hetzelfde verhaal dat ik eerder gehoord had in Jijiga en ik twijfelde. Gur vertelde me daarop een verhaal over een rabbi en een overstroming. Toen het water begon te stijgen kwamen de mensen naar het huis van de rabbi en zeiden: kom met ons mee, anders zul je verdrinken. De rabbi zei: ik heb vroom geleefd en veel gebeden. Ik heb niks te vrezen. God zal me helpen. De volgende dag was het water verder gestegen en de rabbi was naar de tweede verdieping van zijn huis gevlucht. De mensen kwamen naar hem toe in een boot en zeiden: kom met ons mee, anders zal je zeker verdrinken. Maar de rabbi antwoorde: Nee, ik heb vroom geleefd en veel gebeden. God zal me helpen. De derde dag was het water weer verder gestegen en de rabbi was naar het dak gevlucht. De mensen kwamen naar hem toe in een helikopter en zeiden: grijp het touw, anders zal je zeker sterven. De rabbi antwoorde: Maak jullie geen zorgen, ik heb vroom geleefd en veel gebeden. God zal me helpen. Toen het water verder steeg verdronk de rabbi. Na zijn dood zag hij God en zei: ik heb mijn leven lang vroom geleefd en veel gebeden. Waarom heb je me niet geholpen? Maar God antwoordde: jij stommeling, eerst stuurde ik de mensen naar je toe om je te waarschuwen, maar je wilde niet luisteren. Toen stuurde ik de mensen in de boot, maar je wilde nog steeds niet luisteren. Als laatste stuurde ik de mensen in de helikopter, maar nog altijd wilde je niet luisteren. Wat had ik verder nog kunnen doen?
Ik vond het een goed verhaal en ging naar het busstation om een kaartje te kopen voor de normale bus die de volgende dag voor dag en dauw zou vertrekken. Het betekende dat ik een fatsoenlijk ontbijt met koffie wel weer op mijn buik kon schrijven.
's Avonds zat ik te eten met Gur en een Francaise toen het licht uitviel.
- Time for rape, zei ik.
De Francaise viel bijna van haar stoel van het lachen.
- I can't believe you said that, hikte ze.
Dan niet, dacht ik.
Terug naar Addis 7 april
Het was vijf uur en nog donker. Ik liep langs het leger dakloze bedelaars dat onder stukken plastic en vieze vodden lag te slapen op de weg naar het busstation. Nadat ik mijn bus had geidentificeerd vond ik een goed plaatsje voorin de bus en we vertrokken op tijd. Daarna ging het mis. De bus reed langzaam en er was om de zoveel tijd een controlepost waar steeds iedereen de bus uit moest en de bagage doorzocht werd. Na vier uur rijden begaf de bus het en vanuit de berm keek ik toe hoe steeds meer onderdelen uit de bus werden gesloopt. Toen een jongen het dekzeil van onze bagage los begon te maken begreep ik dat er weinig hoop meer was op spoedig herstel. Twee uur later verscheen er een lege bus en werd alles en iedereen overgeladen. Ik vreesde Addis niet dezelfde dag meer te bereiken, maar deze bus reed aanmerkelijk sneller en ik begon nieuwe hoop te koesteren. Die hoop kreeg wel een knauw bij elke controlepost waarvan er vele waren en die steeds frustrerend lang duurden. Ze dienden om de bussen op wapens en contrabande [uit Djibouti en Somaliland] te controleren.
In het laatste daglicht passseerden we de laatste controlepost vlak voor de hoofdstad en kort daarop zag ik een man cd-spelers tevoorschijn toveren uit diverse hoeken en gaten van de bus. Een vrouw was bezig drie grote digitale camera's op te diepen uit een dikke deken waarin ze verstopt hadden gezeten.
Addis Ababa 8 april
Waar de injera nog altijd opvallend weinig populair is onder toeristen.
Addis Ababa 9 april
Ik ontbeet met een Deense [die ik eerder ontmoet had in Bahir Dar] en twee Duitsers die zo sympathiek waren dat ik hun namen vergeten ben. Op het menu onder andere: plain dognuts.
Addis Ababa 11 april
Omdat mijn vlucht naar Cairo midden in de nacht zou vertrekken onderhandelde ik met een taxi-chauffeur en kwam een bedrag van 60 birr overeen. Hij begon met 100 birr, maar ik ben niet van gisteren en praatte er veertig birr vanaf. Om 3 uur 's nachts, benadrukte ik nog een keer. Yes yes, hij begreep het. Negen uur Ethiopische tijd. Yes yes, of course. Dat is dus midden in de nacht, okay? Yes yes. Hij maakte aantekeningen op een klein papiertje. Zestig birr was nog steeds een goede prijs, dacht ik, dus dat zat wel goed.
De laatste dagen was het weer veranderd. 's Morgens scheen de zon, maar 's middags trok het vaak dicht en regende het soms. Als de zon niet scheen was het opmerkelijk koel. Addis Ababa ligt op zo'n 2300 meter.
Addis Ababa 12 april
Drie uur 's ochtends liep ik met de nachtwaker naar de poort, maar van mijn taxi-chauffeur geen spoor. De nachtwaker klopte met zijn stok tegen het portier van een oude taxi en een chauffeur kwam slaperig naar buiten. Het was niet de chauffeur met wie ik had afgesproken en terwijl ik nog vijf minuten wachtte begon ik de verdenking te koesteren dat er opzet in het spel was: deze man kon makkelijk 100 birr vragen. Het was midden in de nacht en ik had niet de tijd om uitgebreid te gaan afdingen of op zoek te gaan naar een andere taxi.
Ik vroeg de man hoeveel hij wilde.
Vijftig birr, zei hij.
Vijfitg birr? vroeg ik ongelovig.
Ja, zei hij.
Okay.
Ik stapte in en we reden naar de luchthaven.
Nadat ik ingechecked had wilde ik mijn resterende birr terugwisselen naar dollars, maar de bank was gesloten. Volgens mijn reisgids was de bank op de luchthaven 24 uur open. Ik struinde de hele luchthaven af, maar geen enkele bank die open was. Heel vervelend, want buiten Ethiopie is deze valuta niet te verhandelen...
Vanuit de lucht: de kustlijn van Saudi Arabie, de gortdroge woestijn, de haven van Jeddah, de talloze onbewoonde eilandjes in de Rode Zee die er vanuit de lucht paradijselijk uitzagen, maar die in werkelijkheid geen water hadden en daarom niks anders waren dan levenloze, ongastvrije zandbanken omspoeld door lauw water. Vlakbij Cairo vlogen we over de Arabische Woestijn en zag ik wadi's met daarin dorre struiken.
Zonder vertragingen kwamen we aan in Cairo om één uur 's middags.
Mijn terugkeer in Egypte betekende ook het einde van het Afrikaanse deel van de reis. Conclusie voor dit werelddeel: Het zou beter zijn geweest als de ontdekkingsreizigers er gewoon voorbij waren gevaren.
Cairo 13 april
In Adli Street zag ik een vreemd, groot gebouw dat eruit zag als een soort Perzische tempel. Volgens mijn kaart was het de 'Joodse Tempel' wat ook de strenge bewaking zou verklaren. Toen ik langs een bioscoop kwam besloot ik de film 'The Perfume' te gaan zien die daar juist draaide.
Cairo 14 april
Ik nam de metro naar Oud Cairo en vandaar ging ik op zoek naar el-Fustat, de overblijfselen van de stad die door de invallende moslims werd gebouwd nadat ze in 640 de Byzantijnse stad [die verwarrend genoeg ook wel Babylon genoemd werd] hadden veroverd. Volgens mijn kaart moesten de ruines zich achter de koptische kerken van Oud Cairo bevinden, maar er was niets aangegeven. Ik vroeg de weg bij een van de vele politieposten en kwam uiteindelijk bij een onaanzienlijk weggetje dat ogenschijnlijk naar een braakliggend terrein voerde. Ik zag stukken zwart metselwerk uit een moeras steken en toen ik verder liep kwam ik bij een een paar eenzame gebouwtjes waar een man me een kaartje verkocht [voor 10 pond]. Toen ik betaalde met een biljet van twintig pond, beduidde hij me te volgen en binnen zag ik een verzameling stoffige brandblussers. Ik telde er achtentwintig.
Het stuk land was omgeven door puinhellingen met daarop rokende vuren waar bewoners van bouwvallige flats hun afval verbrandden. Ik was de enige bezoeker en struinde rond in een landschap van verbrokkelde muurresten, omgevallen pilaren en oude putten die deels, naar goed Egyptisch gebruik, gevuld waren met afval. Wat verderop zag ik een kudde geiten rondscharrelen. Terug bij de gebouwtjes kreeg ik thee van de man en daarna liep ik terug naar de metro.
Op mijn stadsplattegrond had ik iets ontdekt dat me interesseerde: het Napoleontisch Museum. Het lag niet ver van een metro-station en twee haltes verderop stapte ik weer uit. Het Napoleontisch Museum bleek lastig te vinden, maar na wat rondvragen kwam ik uiteindelijk terecht bij een oud gebouw dat kennelijk vrij recent gerestaureerd was. Ook hier werden kaartjes verkocht en ditmaal voor 20 pond. Niet bepaald goedkoop en zeker niet als je in aanmerking nam dat het 'museum' helemaal leeg was! Wel kreeg ik een rondleiding, maar daar schoot ik weinig mee op, want de goedbedoelende jongen sprak vrijwel geen woord Engels. Er lag overal een dikke laag stof en de connectie met Napoleon bleef geheel onduidelijk. Geen brandblussers hier en ik stond al snel weer buiten.
Cairo 16 april
Wandeling in het centrum van Cairo dat gebouwd werd aan het begin van de vorige eeuw. Het heeft boulevards die aan Parijs doen denken en die aangelegd waren in de tijd van de opening van het Suez kanaal. De toenmalige Khedive wilde een goede indruk maken op de Europese gasten die daarvoor waren uitgenodigd... Ik zag op sommige plekken ouderwetse aardewerken kruiken met water voor de dorstige voorbijgangers. Dat was me eerder nog niet opgevallen. Ik ontdekte ook een kaaswinkeltje dat niet ver lag van het ministerium van Waqf.
Gelezen in Cairo, the City Victorious, van Max Rodenberg, een boek vol interessante anekdotes:
- The Cairene physician Ibn al-Nafis (1213-88) was describing the circulation of blood 350 years before its 'discovery' by William Harvey.
- ... at one time prankish Mamluks decreed a tax on baldness, and proceeded to ride about the city knocking of turbans to assess the levy.
- The real war (de Eerste Wereldoorlog) touched Cairo only once, when a German Zeppelin dropped a bomb that killed a lady walking her dog in front of the Eastern Telegraph Company headquarters.
Cairo 17 april
Vandaag raasde er een stofstorm door de stad en vanuit mijn hotel op de negende verdieping kon ik nauwelijks de overkant van het Tahrir Plein onderscheiden. Buiten liet de harde wind een laag geelbruin zand achter op geparkeerde auto's en toen ik wat wilde gaan eten moest ik met mijn ogen knijpen tegen het opwaaiende stof. Bovendien was het ook onaangenaam warm geworden. Ik had me voorgenomen om een tocht te maken in het Islamitische Cairo, maar zag daar onder deze omstandigheden van af. Ik beperkte me tot een bezoek aan de kapper. Deze kapper, een oud mannetje, had een merkwaardige techniek om de haartjes van mijn oren te scheren. Hij deed dat met een eindje garen waarvan hij één uiteinde in zijn mond hield terwijl hij met twee handen en het andere uiteinde mijn oorschelpen scheerde [of schoor?]. Beter kan ik het niet uitleggen.
's Avonds dineerde ik in Café Riche en dronk daarbij een fles bier om het stof van die dag weg te spoelen. Het café heeft ook een historische betekenis wat onderstreept werd door de vele foto's van beroemdheden aan de muren met de namen eronder. Ik kende er geen enkele van. Volgens de Rough Guide [ed. 2005] was dit ook de plek where the Free Officers supposedly plotted their overthrow of Egypt's monarchy. Ondanks dit alles was het niet erg druk terwijl het toch een prettige sfeer had. Het was ook heel duur.
Cairo 18 april
Wandeling door Islamitisch Cairo.
Ik liep eerst naar de Bab Zwayla, de zuidelijke poort die gebouwd werd in de jaren negentig van de elfde eeuw ten tijde van de Fatimidische dynastie. De minaretten daarboven werden zo'n 400 jaar later gebouwd, zo ongeveer dezelfde tijd waarin men hier begon terechtstellingen uit te voeren. Volgens de Rough Guide [ed. 2005]: Dishonest merchants might be hung from hooks or ropes; garrotting, beheading or impalement were favoured for common criminals; while losers in the Mamluke power struggles were often nailed to the doors. It was here that Tumanbey, the last Mamluke sultan was hanged in 1517, after a vast crowd had recited the 'Fatah' and the rope had broken twice before his neck did. Helaas is dit soort vermaak tegenwoordig afgeschaft en toen ik door de poort liep werd er niemand aan de deur gespijkerd wat toch wat afbreuk deed aan de middeleeuwse sfeer. Van de Bab Zwayla liep ik naar de Sultan Hassan Moskee waar de Rough Guide opnieuw wat saillante informatie over had: the plan to have a minaret on each corner was abandoned after the one directly above the entrance collapsed, killing 300 people. En: ...after another minaret toppled in 1659, the weakened dome collapsed... Ik zag dus wijselijk af van mijn bezoek aan dit gebedshuis en zette mijn weg voort in de richting van de Blauwe Moskee. Deze werd voor een deel verwoest door een aardbeving uit 1992 [of 1993] en werd nu verbouwd door de UNESCO. Dit kwam ik aan de weet door een irritante man die ongevraagd met me mee bleef lopen en de hele tijd dezelfde dingen bleef herhalen. Hij wees ook een deel van de moskee aan dat onveilig was vanwege instortingsgevaar. In de richting van Mekka waren veel blauwe tegeltjes aan de muur bevestigd die ook meteen de herkomst van de naam van deze moskee verraadden.
Terwijl ik door de Bab al-Wazir liep, zag ik een kleine groep mannen die boven hun hoofd een open lijkkist droegen. Iets verderop vond ik de al-Maridani moskee, heel sfeervol, met rondvliegende mussen, een paar oude mannen die weliswaar niet rondvlogen, maar wel de koran reciteerden en zachte groene tapijten. De oude bogen werden ondersteund door her en der bijeengeraapte pilaren waarvan enkele duidelijk gejat waren uit faraonische tempels. Ook weer heel oud deze moskee, die zoals bijna alle gebouwen in het Middeleeuwse Cairo, bijna uit elkaar viel van ellende. Correctie: zoals bijna alle gebouwen in Cairo, het maakt feitelijk niet uit of ze middeleeuws zijn.
Ik liep verder en bezocht de al-Azhar moskee, een eerbiedwaardig instituut en de belangrijkste theologische autoriteit in de islamitische wereld. Tijdens een uitbraak van de plaag in 1438 the sultan was assured by a sheikh of the al-Azhar mosque that 'If fornication spreads among men, the plague appears among them, also if women adorn themselves and walk in the streets...' En een veel recenter voorbeeld van rechtlijnig denken: Al-Azhar University, the voice of Muslim orthodoxy, passed a fatwah banning loose-leaf desk calendars decorated with Koranic versus, lest their discarded pages be profaned [uit Cairo, the City Victorious, van Max Rodenberg].
Daarna liep ik langs de al-Hosseini moskee [waar ik niet in mocht] en waar het hoofd van Hossein, de kleinzoon van de profeet Mohammed, bewaard werd.
Cairo 19 april
Ik nam de metro naar Matariyya om de resten van de Oud Egyptische stad Heliopolis te bekijken. Dat bleek niet zo eenvoudig als ik had gehoopt en het was van het metro-station nog een flink eind lopen naar een klein parkje waar een granieten obelisk stond. Er werd een toegangsgeld van 12 pond gevraagd wat ik nogal veel vond voor een obelisk die ik vanaf het hek even goed kon zien. De man zei dat het prima was als ik een foto wilde maken zolang ik dat maar buiten het [openstaande] hek deed. Het was merkwaardig dat elke keer als ik met veel moeite één of andere curiositeit had opgespoord, ik terecht kwam bij een verveelde kaartjesverkoper die waarschijnlijk niet veel meer dan één kaartje per dag verkocht. Omdat ik tenslotte het hele eind hier naar toe was gekomen om de overblijfselen van Heliopolis te zien, besloot ik toch maar een kaartje te kopen. Zo kon ik ook de opgegraven tempelresten die rondom de obelisk waren tentoongesteld, aan een nader onderzoek onderwerpen. De obelisk was opgericht door farao Sesostris de Eerste in ca. 1940 v. Chr. [of meer waarschijnlijk: door speciaal daarvoor opgeleide werknemers van hem] en er lag ook een brokstuk van een obelisk van farao Teti de Eerste [VIde dynastie], volgens de geleerden de oudste obelisk uit de faraonische geschiedenis. Niet ver van de ingang lag nog een brok steen met hieroglyfen [en een afbeelding van een boot] dat heel onachtzaam ondersteboven was neergezet. Na tien minuten was ik wel uitgekeken en nam afscheid van een tiental bewapende politiemensen die de obelisk vanaf het comfortabele gras lagen te bewaken. Tamelijk veel voor een parkje ter grootte van een schoolplein, maar later leerde ik dat het midden in een arme wijk lag die door de autoriteiten beschouwd werd als een broeinest van Islamitisch fundamentalisme.
Ik liep terug naar de metro en nam een trein naar Ataba vanwaar ik opnieuw naar Islamitisch Cairo liep. Ik bezocht de oude Fatimidische moskee van al-Hakim die me wat tegenviel. Voor een Middeleeuws gebouw zag het er heel nieuw uit met wit gepleisterde muren, een strak glanzende marmeren binnenhof en keurige groene gordijnen. Op het geklapwiek van duiven in de zolderbalken na was het heel stil.
Opnieuw de Rough Guide, mijn onschatbare leidraad: Al-Hakim bi-Amr Allah (Ruler by God's Command) was only eleven years old when he became the sixth Fatimid khalif, and fifteen when he had his tutor murdered. His reign (996-1021) was capricious and despotic by any standards, characterized by the persecution of Christians, Jews and merchants and by a rabid mysogyny: Al-Hakim forbade women to leave their homes (banning the manufacture of women's footwear to reinforce this) and once had a group of noisy females boiled alive in a public bath. His puritanical instincts were also levelled at wine, chess and dancing girls - all of which he prohibited - and all the city's dogs were exterminated as their barking annoyed him [dat vind ik dan wel weer begrijpelijk]. Merchants found guilty of cheating during Al-Hakim's inspections were summarily sodomized by his Nubian slave, Massoud, while the khalif stood upon their heads [helaas geen details over het gewicht van de kalief] - comparatively restrained behaviour from a man who once dissected a butcher with his own cleaver.
Vlakbij de moskee van al-Hakim de noordelijke poort, de Bab Futuh, waar tegenwoordig een levendige handel in uien en knoflook bloeit.
Cairo 20 april
Baybar al-Jashankir, a short lived Mamluk sultan [hij regeerde slechts één jaar], had 300 tongues cut out after hearing a popular rhyme making fun of his name [schreef opnieuw Max Rodenbeck]. Intrigerende geschiedschrijving die evenwel veel vragen openlaat: hoe vind je 300 mensen schuldig aan een rijmpje, om wat voor rijmpje gaat het en hoe voer je in hemelsnaam de opgelegde straf uit?? Ik bezocht de Khanqah, een Sufi-klooster, van deze sultan dat gesticht was in 1310 en daarmee het oudste in Cairo. Het werd net verbouwd en overal stonden steigers, maar de bewaarder [altijd hongerig naar baksheesh] liet me binnen zodat ik in staat was de tombe te bezichtigen. Ik wist niet zeker of dit het graf van de kleinzielige sultan was omdat er natuurlijk niemand Engels sprak... Murderers were sliced in two at the waist - after which procedure, according to Leo Africanus, the victim's top half could survive for as long as twenty minutes still talking. Hetgeen volgens mij niks met de onderhavige sultan te maken had, maar wel weer ontiegelijk interessant was...
Ik wilde ook een andere khanqa bezoeken, die van de vrome veertiende eeuwse emir Shaykun. Max Rodenbeck maakt in zijn boek melding van een nieuwe martelmethode die uitgevonden werd door deze emir: He had henchmen bore holes in one rival's shaved head. Cockroaches were inserted in the holes. A brass cap was applied and slowly heated so that the insects would eat their way into the man's brain. Deze khanqa, een herberg voor derwisjen, was helaas gesloten vanwege restauratie werkzaamheden. Boven de ingang zag ik wel een faraonische architraaf, een granieten steunbalk, met daarin hierloglyfen. De cartouches waren jammer genoeg leeggebeiteld, waardoor het onmogelijk was te zeggen uit welke tempel dit onderdeel geplunderd was.
Hierna verdwaalde ik in de meanderende achterstraatjes en het was ontstellend te zien hoeveel eeuwenoude gebouwen half ingestort waren [en daarnaast ook veel gebouwen van veel recentere datum die er al even bouwvallig uitzagen]. Door deze steegjes jakkerden snelheidsduivels op vespa's en scooters tussen vrouwen met boodschappentassen, ezels en een jongen op een fiets die een enorm blad broden op zijn hoofd balanceerde.
Cairo 22 april
Het verkeer was moorddadiger dan ooit en de stoplichten leken volstrekt ongeloofwaardig.
Naar Bahariya 23 april
Bahariya is een oase in de Westelijke Woestijn.
De bus vertrok van de Turgoman Garage, een busstation dat op loopafstand lag van het metro-station bij het Ramses Plein. We vertrokken op tijd [8 uur] en reden langs de piramides en dan de woestijn in. Ergens onderweg dronk ik thee in een desolaat en door de wind gezandstraald theegebouw.
Ik zat naast Gosia, een Poolse geologe, die me vertelde dat een Pools onderzoeksteam bezig was te onderzoeken of de Grote Piramide een kern van natuursteen heeft.
In Bahariya vonden we een hotel in Bawiti, de voornaamste nederzetting in de oase, vlakbij een lage klif boven de oase zelf. Naast het hotel een pompstation dat warm, naar zwavel riekend, water oppompte de oase in.
Bahariya 24 april
Bezienswaardigheden in Bawiti. Samen met Gosia ging ik na het ontbijt op zoek naar een fietsenverhuurder. We huurden een fiets voor 15 pond elk en daarna kocht ik een combi-ticket voor 35 pond bij het Antiquities Inspectorate.
Eerst bekeken we het museum waar de voornaamste bezienswaardigheden gevormd werden door de 'gouden mummies'. De 'gouden mummies' werden in 1996 ontdekt volgens een beproefde Egyptologische methode: een ezel die in een put viel. In een zaal waren er tien tentoongesteld, waaronder een zwarte, verteerde baby-mummie. De 'gouden mummies' worden zo genoemd omdat de bovenzijde van een aantal van de kisten deels verguld waren. Op de borststukken van enkele kisten waren klungelige hieroglyfen aangebracht in een soort suske-en-wiske stijl. Alle mummies waren afkomstig uit de Graeco-Romaanse periode, een later tijdvak.
Iets verderop waren twee grafkelders van rijke kooplieden [Zad Amun ef-Ankh en zijn zoon Bannentiu] uit de zesentwintigste dynastie die te bereiken waren via een ladder waarmee je 10 meter onder de grond afdaalde. De muurschilderingen waren redelijk goed.
Daarna reden we naar de Tempel van Alexander [de Grote] waar niet zo heel veel te zien was, maar in de dertiger jaren van de vorige eeuw [1930s] was daar nog het portret [en de cartouche of naamring] van de Veroveraar te onderscheiden, de enige plek in Egypte waar dat het geval was. Een gat in de muur was de plek waar volgens de bewaarder het portret van Alexander werd uitgebeiteld om naar het Museum in Cairo te worden gestuurd. De tempel was natuurlijk niet door Alexander zelf gebouwd, want hij had tenslotte nog een wereldrijk te veroveren, maar misschien wel in zijn opdracht. Er wordt aangenomen dat Alexander de Grote via Bahariya naar Siwa reisde. Buiten, in weer en wind, lagen op een stuk muur allerhande potscherven en totaal verweerde en groen uitgeslagen kopermuntjes die daar gevonden waren. In Europa zou het een collectie zijn, maar hier keek niemand er naar om.
Op de terugweg naar de oase maakten we een kleine omweg om de Ain al-Muftallah te bezoeken waar twee Franse archeologen bezig waren hieroglyfen en bas-reliefs over te trekken op plastic folie. Daarmee bespaarden ze 500 LE (!!) op de idioot geprijste foto-permit.
's Middags [in werkelijkheid na slechts een korte onderbreking om thee te drinken] klommen we opnieuw op de fietsen om een bron te vinden ten noorden van Bawiti. Het was ook de plaats waar fossiele resten van dinosauriers waren gevonden. We reden in de richting van een piramide-vormige berg [jebel el-Dist] met forse tegenwind. Uiteindelijk haalden we geen van de doelstellingen. Op de terugweg hielden we om de haverklap halt omdat Gosia een interssante kei vond.
Dit is heel interessant basalt, zei ze dan bijvoorbeeld.
Werkelijk heel apart ja, zei ik dan meestal.
's Avonds bespraken we met de eigenaar van het hotel een toer naar de woestijn. Later bleek dat de eigenaar een grafrover was; hij liet ons een faraonische schacht achter het hotel zien die hij een paar jaar geleden ontdekt had bij het graven van funderingen. Hij wilde niet vertellen wat hij had gevonden, maar wel dat hij alles verwijderd had voordat hij de politie inschakelde. De politie is corrupt, was zijn verdediging, die steken alles ook in hun eigen zak en dit is tenslotte mijn grond... Hij was niet bang dat het uit zou komen; als je geld hebt en connecties, dan is er geen probleem.
Bahariya 25 april
Toer naar de Zwarte Woestijn, de Witte Woestijn, de Kristalberg etc. De Witte Woestijn was het enige dat werkelijk de moeite waard was. De Zwarte Woestijn was inderdaad zwart [basalt volgens Gosia] en de Kristalberg was grotendeels door souvenirjagers meegenomen. Er waren nog wat Romeinse ruines met een put waar ik een vleermuis in zag rondvliegen. De Witte Woestijn was sfeervol en daar zetten we ons kamp op. Dat wil zeggen: de chauffeur en de kok zetten het kamp op. 's Avonds liep er een woestijnvos om het kamp heen. Een 'fennek' heet zo'n beest geloof ik.
Witte Woestijn 26 april
Waar ik 's morgens de keutels van gazelles zag. Of misschien ook niet. De chauffeur en de kok spraken geen van beiden Engels. Ik maakte nog twee foto's; maar die bleken achteraf allebei mislukt.
Bahariya 27 april
Een kilo sinaasappelen wordt hier [aan mij tenminste..] voor 2,5 pond verkocht en een kilo heerlijke guaves doet 3,5 pond. [1 euro is ongeveer 7,7 pond]
's Avonds de blog bijgewerkt waarbij ik me beperkte tot 45 minuten: de muggen hadden mijn beide voeten tot ongeveer de enkels opgegeten...
Bahariya 28 april
Na een koele licht bewolkte morgen volde een zeer warme dag. De zomer gaat beginnen, zeiden de mensen. In de namiddag liep ik door de palmentuin die overging in kleine moestuintjes die omheind werden met palmtakken. Verder grazende boeren en koeien op ezeltjes.
Verder zal Bahariya me bijblijven als een oord van bedelaars. Niet op de wijze van Harar, dat overspoeld was met beroepsbedelaars, maar het opportunistische bedelgedrag van kinderen die een 'ben' willen [het arabisch kent geen 'p'] en mannen die om niets 'baksheesh' verlangen. Altijd die opgehouden hand.
Naar el-Dakhla 29 april
De bus vertrok om één uur 's middags, maar was slechts halfvol. Na Farafra reden we over een pas die ons in de Dakhla laagvlakte bracht. [Omdat er onder de Westelijke Woestijn een enorm waterreservoir ligt, bevinden alle oases zich in zogenaamde 'depressies' of laagvlaktes]. Hier reden we door een eindeloos uitgestrekt landschap met zandduinen in de verte. Het was warm en het stof leek alle kleur weg te nemen. Ver voor de oase zelf al veel geirrigeerde akkers op kennelijk gunstige plekken waar het water [van de 'aquifer'] zich niet ver onder de grond bevindt. Soms is dan midden in de gortdroge, zinderende woestijn een hectare groen zichtbaar.
Honderd kilometer voor Dakhla kwam de bus langzaam tot stilstand. We stapten allemaal uit en ik vroeg wat er aan de hand was. De bus was stuk. We zouden op een andere bus overstappen. Ik haalde mijn rugzak uit het bagageruim en vroeg me af wanneer die andere bus zou komen opdagen. Het was al zes uur. Ik liep om de bus heen en daar stond de andere bus al klaar. Twee Tsjechen [de enige andere toeristen] zeiden dat die al vanaf Cairo achter hen had aangereden.
In Mut, de 'hoofdstad' van de oase, vond ik een heel mooi hotel waar ik een kamer kon krijgen voor 30 pond [na een beetje afdingen]. Later bleek dat het de akoestiek had van een ouderwets binnenzwembad; het galmde enorm met het geluid van hysterisch schreeuwende arabieren.
Dakhla 30 april
Excursie naar het 35 km verderop gelegen El Qasr. Met een pick-up [minibusje] reed ik naar het dorpje dat aan de voet van een bergrots lag. Een groot deel van het middeleeuwse plaatsje is nu verlaten; de bewoners zijn naar de voorzijde verhuisd en wonen nu in modernere behuizing met stromend water en elektriciteit. Het historische gedeelte werd als een lege huls achtergelaten; een doolhof van steegjes dat gevormd wordt door lukraak aan elkaar en over elkaar gebouwde lemen huizen. Van de oude moskee restte nog de Ayubbidische minaret met het karakteristieke vingerhoed model. Langs dit gebouw liep ik met mijn kaartje door het middeleeuwse labyrinth als door een 3d computerspel. Het zogenaamde huis van Abu Nafir had een faraonische steunbalk boven de ingang met Oud Egyptische motieven en hieroglyfen [wederom uit een onbekende tempel geplunderd]. Uit het dak op de derde verdieping stak een balk die vervaarlijk over de nauwe passage voor het huis hing. Het was heel stil op het koeren van duiven en het onvermijdelijke zoemen van vliegen na. Het was totaal verlaten en ik dacht met een spookstad te maken te hebben tot ik een smal straatje inliep en twee vrouwen in een deuropening zag kletsen. Veel woningen waren vervallen of zelfs geheel ingestort. Ik liep één van die huizen in en zag daar een gebroken aardewerken kruik op de grond liggen onder een dikke laag stof. De steegjes waren vaak zo nauw dat ze overbrugd [en ondersteund] werden met de stammen van palmbomen. Uit de vele afgebrokkelde muren zag ik oude, verdroogde moddergrijze resten van palmtakken steken die ooit als een soort primitieve wapening daarin waren aangebracht. Door deze wonderlijke stad woei bijna constant een koel briesje.
In het aardige aan de hoofdweg gelegen El Qasr Resthouse thee gedronken en wat later reed ik terug naar Mut. We haalden veel ezelskarretjes in waarvan de voermannen strohoedjes droegen. In Mut at ik in een lokaal eethuis een heerlijk maal voor 8 pond: linzensoep, witte bonen, rijst, salade en vlees dat op je tong smolt. De hygiene in dit soort eethuizen is vaak wat minder: één drinkbeker wordt per tafel gedeeld en het brood ligt op de meestal morsige tafels. |
|
|
|
|
|